Postkantoor Fahrenheitstraat

Na het lezen van de artikelen ‘Tante Pos’ wil ik u het onderstaande niet onthouden. Om in de schoolvakanties een baantje te vinden om een bijdrage aan mijn studie te verdienen was voor mij geen probleem. Mijn vader, als postbesteller bij de PTT begonnen, werkte op de “detectivekamer” op het hoofdkantoor aan de Rijswijkseweg. Door hem was een baantje in mijn vakanties altijd wel verzekerd.

In een van die vakanties moest ik naar het hulppostkantoor in de Fahrenheitstraat. Vond ik wel makkelijk want we woonden in dezelfde straat op nr 32. ‘Aan de arme kant’, zoals ik het altijd noem, als iemand me vraagt waar ik woonde in de Fahrenheitstraat. Mijn zusje Truus werkte trouwens in de kantine. Ook dat kwam goed uit, begrijpt u. Aan de achterkant van het hulppostkantoor aan de Ampèrestraat was een grote zaal en achterin stond een enorme stapel telefoonboeken. Ik kreeg 200 adresbriefjes waar de telefoonboeken besteld moesten worden. Het was rond 1956 en of ik de opdracht kreeg van de eerder beschreven meneer Hiep kan ik me niet herinneren.

Tweehonderd boeken gingen in een bakfiets met huif. Het bestellen ging niet al te snel, want de ontvangers van een boek moesten er voor tekenen en dat ging niet altijd even vlot. Vooral niet als ze je, bij een huis van drie verdiepingen, naar boven riepen. De eerste dag werd ik aan de kar aangesproken door mensen die geen telefoon bezaten, maar een telefoonboek wel makkelijk vonden. Maar ik vertelde dat ik 200 briefjes had en dat het bij terugkomst op het postkantoor allemaal nog moest kloppen. Die 200 boeken raakte ik op één dag echt niet kwijt. Toen ik dus met een boek of wat op kantoor terugkwam en de chef wilde laten controleren, was dat niet nodig en moest ik het restant maar terug leggen op de grote hoop en morgen gingen we weer verder. Je begrijpt dat de volgende dag de boeken voor de liefhebbers voor een gulden van de hand gingen.

Ook vroeg ik de oude boeken terug. Dat was ook wel tijdrovend, want sommigen wilden dan eerst de op het voorblad genoteerde telefoonnummers en notities overschrijven. Dan riep ik: “Scheur de voorkant er maar af hoor!” Tegen dat ik weer naar kantoor terug moest, ging ik even langs de lorrenboer in de Frederik Ruijschstraat tegenover het postkantoor. Oud papier bracht best wat op. Ik heb aardig wat bij verdiend. Extra zakgeld natuurlijk en niemand wist daarvan. Aan het eind van mijn vakantie was ik nog lang niet door die stapel nieuwe boeken heen. Die mochten anderen doen.

Gerard Dekker

Luchtfoto Valkenboskwartier met onder de Copernicusstraat en Copernicuslaan, schuin naar rechtsboven de Valkenboslaan, verticaal van links af de Ampèrestraat en Fahrenheitstraat. Helemaal rechtsboven een gedeelte van garage Wittebrug (1902). Foto: Dienst Stadsontwikkeling-Grondzaken, collectie Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann