De Pasar Malam van Tong Tong

Wanneer je de geschiedenis van de Houtrusthallen inventariseert, stuit je in elk geval op de Pasar Malam. Want het mag dan zo zijn, dat de naam van de Houtrusthallen verbonden is aan talrijke sportactiviteiten (we schreven eerder over Joan Haanappel, over HIJS HOKIJ en over Operatie’55), muzikale hoogtepunten (Bill Haley, Lionel Hampton en de Rolling Stones) en manifestaties zoals die van de jaarlijkse herdenking van de Republiek der Zuid-Molukken en de anti-kernwapendemonstratie, waarop toenmalig premier Lubbers massaal de rug werd toegekeerd; de Pasar Malam is wel degelijk een van de meest bekende herinneringen aan de hallen. Beroemder dan de toch ook al beroemde Damesbeurs.

En de Pasar Malam begon eigenlijk niet eens in de Houtrusthallen, maar in 1959 in de Haagse Dierentuin. Om precies te zijn duurde de eerste versie van de Pasar Malam (PM) drie dagen (vrijdag 3 tot en met zondag 5 juli) en trok 3.000 bezoekers. In de jaren daarna (1960 t/m 1963) steeg het bezoekersaantal van 5.500 naar 9.500) en werd de Dierentuin te klein voor dit bijzondere fenomeen. Want bijzonder was de PM zeer beslist. Als je naar de geschiedenis van de PM wilt kijken, is het goed eerst de oorsprong in beeld te brengen. Die oorsprong heeft natuurlijk alles te maken met het feit, dat er vanaf 1949 honderdduizenden Nederlanders repatrieerden naar Nederland vanuit de republiek Indonesië, waar geen plaats meer was voor de Indische Nederlanders. Zij arriveerden in een land, dat velen van hen nooit eerder hadden gezien. Anderzijds hadden veel Nederlanders nooit eerder kennis gemaakt met de Indische cultuur, een typische mengcultuur van Oost en West die was ontstaan in de Archipel. De meeste Indische Nederlanders hebben een Europese voorvader en een inlandse moeder. Deze ‘mestiezen’ waren Nederlandse staatsburgers. Er waren ook Indische Nederlanders die ‘wit’ waren gebleven, de zogenaamde totoks (meestal de planters en bestuurders).

Een snelle aanpassing aan de Nederlandse cultuur was hetgeen de overheid eigenlijk vroeg van de repatrianten, die wel degelijk wilden integreren, maar ook hun cultuur wilden blijven behouden zo niet respecteren. In dat besef werd in 1959 een Indische culturele vereniging opgericht. Het was op 6 mei 1959, dat in een bovenzaaltje van Dansschool v.d. Meulen de Indische kunstkring Tong-Tong werd opgericht. Het idee was afkomstig van de Indische schrijver, journalist en polemist Tjalie Robinson, een pseudoniem van Jan Boon en hoofdredacteur van het Indische tijdschrift Tong-Tong. De vereniging werd de Indische Kunstkring Tong-Tong genoemd. Vooral Tjalie Robinson stond een kunstkring voor ogen, zoals die ook in het voormalig Nederlands-Indië had bestaan met professionele muziek-, dans- en toneelvoorstellingen. Aangezien er geen geld was voor culturele activiteiten, besloten zij een ‘pasar malam’ te organiseren (letterlijk: avondmarkt), als fundraising.

foto serge ligtenberg

Terug naar de Dierentuin, de eerste locatie van de PM. “Wij hadden een echte oude PM uit Indië in gedachten”, vertelt Thea Lans, die deel uit maakte van het eerste organisatiecomité van de eerste edities van de PM Tong-Tong. “Dus geen damesbeurs, maar wel standjes met een apart dakje en petroleumblikken waar we de beras in konden stoppen. We moeten ervoor zorgen, dat er een goede keuken is, want tenslotte komt juist daar de Indo voor en zeker niet voor iets anders”. Maar Tjalie Robinson vroeg zich meteen af waar de huur in vredesnaam van gefinanceerd zou moeten worden. Een ander lid van het comité kwam toen op het idee een goedkoop onderkomen in Den Haag te zoeken en dat werd dus de Dierentuin. Alles werd in die beginfase uit de kast getrokken: de huurprijs per stand berekenen was nog een hele uitzoekerij, Stuut en Bruin werd betrokken bij het geluid, omroep en licht, boekhandel Paagman (de enige boekhandel, die Indische boeken verkocht) werd “verleid” een eigen stand te leveren. Mary Brückel – Breiten regelde de kooksters, maar toen dat rond leek te zijn (tien voortreffelijke kooksters waren beschikbaar) verscheen de brandweer op het toneel en keurde alles af, omdat het equipement niet brandvrij was. Maar Mary Brückel – Breiten wist de brandweermannen zover te krijgen, dat “ze elke dag mochten komen kijken, mits ze dan eerst hun bordje met rijst zouden leeg eten voordat ze met de dagelijkse inspectie begonnen. Omkoping? Welnee, gewoon verstandig met elkaar praten. En eten natuurlijk.”

De Dierentuin werd al gauw te klein voor de PM en in 1963 werd er voor de eerste keer uitgeweken naar de Houtrusthallen, waar meer ruimte was en dus ook meer mogelijkheden om de PM naar eigen inzicht en behoefte in te delen. Het aantal bezoekers steeg meteen van 9.500 naar 17.000, in 1966 werd besloten een vierde dag toe te voegen. In 1969, toen het aantal bezoekers zelfs naar 56.500 gestegen was, kwam er zelfs een vijfde dag bij! Nog steeds heette de PM volledig Pasar Malam Tong-Tong, maar in 1972 (inmiddels 80.000 bezoekers gedurende zeven dagen!) werd de naam gewijzigd in Pasar Malam. Dat had alles te maken met de scheiding van belangen tussen het evenement en tijdschrift Tong Tong: men wilde de verantwoordelijkheden over en weer wat scherper definiëren. Het was zelfs zo, dat Tjalie Robinson de licentie (zijn eigendom) om de naam Tong-Tong te gebruiken, formeel introk.

Intussen ontstond er ook discussie over het doel en de inrichting van de PM. Niet zo vreemd, want de aanvankelijke organisatoren namen overwegend hun ervaringen met het oude Nederlands-Indië als basis voor de inhoudelijke vormgeving van de PM. Maar de tijd stond niet stil. In de jaren zeventig verbeterde de relatie tussen Nederland en de republiek Indonesië, werd de luchtvaart goedkoper waardoor mensen vaker tussen de landen heen en weer reisden. Op de Pasar Malam Besar, zoals het evenement in 1976 ging heten, ontstond een levendig debat tussen bezoekers die te getraumatiseerd waren om het nieuwe Indonesië een plek te geven op het evenement, en anderen die dat juist wel wilden, meer wilden weten over het land waar hun roots lagen. Hoe gevoelig dit lag: een fototentoonstelling in de jaren zestig met foto’s van een reis naar Indonesië van Tjalie Robinson, had geleid tot woedende reacties. In de jaren zeventig kantelde dit dus. Pas eind jaren tachtig werden beide aspecten geïncorporeerd in het evenement.

Uiteindelijk is bij de verhuizing van de Pasar Malam Besar naar het Malieveld pas een echte boost ontstaan naar een meer cultureel festijn, maar daarover straks meer. Overigens was er in 1973 een forse terugval in het aantal bezoekers: van 80.000 naar 55.000. De organisatie wijtte dat aan de hittegolf van dat jaar. Dat soort tegenvallers voor het aantal bezoekers waren er wel meer. Zo leverde de uitbreiding naar tien dagen in 1976 niet het gewenste effect voor het aantal bezoekers op, omdat in diezelfde tijd het EK Voetbal in Joegoslavië plaats vond. Dat herhaalde zich in 1978 tijdens het WK in Argentinië, toen het aantal “slechts” steeg van 84.000 naar 96.000. Ook in andere “voetbaljaren” leed het aantal bezoekers onder dit soort simultane activiteiten zoals het WK Voetbal in Spanje in 1982, het EK Voetbal in Frankrijk in 1984 (een diepterecord van slechts 45.000 bezoekers) en het WK in Mexico van 1986 (zelfs 42.000 bezoekers). Dat het bezoekersaantal juist in 1988 (toen Nederland in Duitsland Europees kampioen werd) weer steeg, had overigens alles te maken met de verhuizing naar het Malieveld, waar de dertigstePM een stevige revival zou gaan beleven. Op deze nieuwe locatie steeg het aantal bezoekers geleidelijk boven de 100.000 (in 2008 zelfs 133.000, een getal waarvan de eerste organisatoren in de Dierentuin zelfs nooit van hebben kunnen dromen) en natuurlijk waren ook daar invloeden van onder meer belangrijke voetbaltoernooien en van een hittegolf, in combinatie met een treinstaking in 2005.

De overgang naar het Malieveld ging niet zonder slag of stoot. De discussie over de toekomst van Houtrust was al langer gaande, de “upgrading” naar het niveau van topsporthal werd een pure mislukking omdat de belangstelling onvoldoende bleek en de Houtrusthallen er in bouwkundig opzicht zeker niet op vooruit gingen. Toen duidelijk werd, dat het doek ging vallen voor het aloude Houtrust en dus ook voor de Pasar Malam Besar, wilde Den Haag dat de PM naar de nieuwe Statenhal zou verkassen. Maar het bestuur van Stichting Tong Tong zag daar niets in vanwege allerlei beperkingen, die daar voorspelbaar opgelegd zouden worden. Zo mocht er niet worden gekookt! Dat de Statenhal vrij snel na de oplevering al weer gesloopt zou worden (en de gemeente Den Haag “moeiteloos” een fenomeen als het North Sea Jazz Festival prijs gaf) kon niemand op het moment van deze discussie met de PM organisatie vermoeden, maar de organisatie prijst zich nog steeds gelukkig met het vasthouden aan het standpunt, dat de Statenhal niet geschikt was voor het evenement. En spijt van de verhuizing naar het Malieveld heeft men tot op de dag van vandaag niet gehad, want het was deze locatie, die de wensen van de organisatie om de marktgedachte als basisconcept te kunnen realiseren met een gelijktijdig aansprekend concept van culturele- en muzikale activiteiten, beter mogelijk kon maken. Het is ook geen toeval, dat sinds 2000 de organisatie van de PM Besar (inmiddels Tong Tong Fair geheten) zich gesteund weet door bijdragen vanuit een aantal bekende cultuurfondsen zoals onder meer Fonds 1818, Prins Bernhard Cultuur Fonds, VSB Fonds, SNS Reaal Fonds e.a. De Tong Tong Fair ontvangt voor een kleine 10 procent subsidie voor culturele programma’s, maar financiert verder alles zelf.

Dat de naam veranderde in 2009 heeft te maken met het feit dat de organisatoren, nog steeds de nazaten van Tjalie Robinson, de nadruk wilden leggen op het unieke karakter van het evenement. Pasar malams zijn er tegenwoordig overal, maar die in Den Haag was niet alleen de eerste na de oorlog maar ook de enige met een culturele doelstelling. Het is veel meer dan een markt, te onbekend is dat de Tong Tong Fair een non profit organisatie is die de opbrengst van de entree en standverhuur uitgeeft aan een cultureel programma met honderden lezingen, debatten dans- en muziekvoorstellingen. In 2018 zijn er maar liefst vijf tentoonstellingen en werkt de organisatie samen met tal van landelijke musea en culturele instellingen. Het dna is onveranderd Indisch, een hybride cultuur van Oost en West die ontstond in de koloniale tijd. Maar ook hedendaags Indonesië heeft een plek gekregen op de Tong Tong Fair, met name in het Indonesië-Paviljoen met tientallen ondernemers uit Indonesië.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

P.S. De volledige historie van de Pasar Malam beschrijven in al z’n facetten, is niet zo eenvoudig. Drs. Florine Koning schreef er een mooi en dik boek over: De Pasar Malam van Tong Tong, een Indische onderneming. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann