Bombardement op het Bezuidenhout

Hierbij een paar aantekeningen bij het stuk over het bombardement op het Bezuidenhout. De schrijver stelt dat men niet over de nodige precisie beschikte bij een bombardement, maar b.v. het platgooien van Kleykamp toont aan dat de bewering te algemeen is gesteld.

Dat laagvliegende jachtvliegtuigen makkelijk door afweergeschut kunnen worden neergehaald is op zijn minst twijfelachtig. Een jachtvliegtuig uit die tijd op b.v. 200 m hoogte is door zijn snelheid maar een paar seconde binnen het schietbereik van luchtdoel geschut, te kort om goed te kunnen richten met inachtneming van hoogte, snelheid en koers.

Er werden geen grote bommenwerpers, zoals de viermotorige, gebruikt zoals schrijver stelt maar middelzware tweemotorige toestellen.

NW-wind
De opmerkingen over de wind doen merkwaardig aan, een normale niet bijzondere sterke NW-wind is vrij algemeen gesteld, windkracht 1 tot 5 en alles daar tussen is normaal maar wel met tientallen kilometers per uur snelheidsverschil. Maar belangrijker is dat wind vrijwel nooit constant is maar bij vlagen af- en toeneemt en dat soms in zeer korte tijd, in meer dan veertig jaar werken met windmolens heb ik dat vaak ondervonden en juist NW-wind komt vaak in vlagen.

De weersverwachting die de vliegers uren van te voren op honderden Km afstand kregen kan zeker onverwacht boven het doel zijn afgeweken van de verkregen gegevens. De opmerking dat de genoemde harde wind die wel genoemd wordt als oorzaak van het misgooien wellicht door de vuurstorm is veroorzaakt is onbegrijpelijk. Pas nadat de bommen de grond hebben bereikt en brand hebben veroorzaakt kan er een vuurstorm ontstaan maar deze kan nooit eerder tijdens het afwerpen van de bommen al geheerst hebben.

Het hele verhaal over de radio-navigatie en proeven met witte schijven, kromming van de aarde, doet niet ter zake. Bij onvoldoende zicht ter plaatse werd doelradar gebruikt.

Wings
De twee Wings die hier voor opstegen moesten twee doelen raken, n.l. de eerder geziene V-2’s op de Leidse straatweg in het Haagse Bos, Wing 139 het stuk tussen de Laan van Nieuw Oost-Indië en Huis ten Bos en Wing 137 het stuk tussen de Laan van Nieuw Oost-Indië en het Malieveld. Van de één Wing werd het doel verkeerd ingetekend n.l. midden in het Bezuidenhout. Dit op hun kaart aangegeven doel is, betreurenswaardig genoeg, wel goed door de vliegers geraakt en platgegooid. Het andere doel is niet goed geraakt maar kwam in de buurt van het Korte Voorhout terecht. Een afstand van c.a. acht seconden vliegen, een paar tellen te laat de bommen loslaten ten opzicht van het juiste doel met mogelijk een ongunstige windvlaag is niet goed maar ook niet ernstig verwijtbaar.

Verder is er in de gebruikte toestellen geen navigator die doorgeeft dat bommen moeten worden “afgevuurd” maar een navigator die tevens ter plaatse als bommenrichter de bommen met behulp van de daarvoor aanwezige bommenrichtervizier op het juiste moment moet laat vallen.

Het is bijzonder dat schrijver meent te kunnen vaststellen dat het een foute beslissing was om met grote hoogvliegend bommenwerpers (het waren in werkelijkheid echter middel zware bommenwerpers) te vliegen zoals de luchtmacht-mensen met jaren oorlogservaring hebben gedaan, temeer daar hij niet aangeeft hoe het beter gedaan had kunnen worden. Gebruik van grote bommenwerpers was volgens schrijver fout, de gebruikte middelzware bommenwerpers waren ook niet goed en jachtvliegtuigen waren te kwetsbaar, maar wat dan?

Bovendien zouden bij jachtvliegtuigen er bijna 400 van deze toestellen nodig zijn geweest om een zelfde bommenlast te vervoeren als de gebruikte toestellen.

T.W. (B) Feenstra
feenstrabtw@casema.nl

Bombardement Bezuidenhout. Foto: Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann