Opnieuw terug naar De Perenstraat

Ik was gebleven bij de sigarenwinkel van Van Biezen. Verderop rechts, de huizen sprongen daar in, zat de schoenmaker ‘AKA zal het bewijzen, vakwerk tegen billijke prijzen’. En billijk was hij ook vergeleken bij de schoenmaker op de Vlierboomstraat. Daar kreeg je wel je schoenen in een papieren zak terug, maar dat betaalde je ook. Nooit geweten dat papier zo duur was.

Aka was een vriendelijke ouderwetse vakman: hij had een bril – type ziekenfonds – met glazen die zo vergrootten dat je tegen twee embryo’s in glazen bollen leek aan te kijken. Het was een beetje stoffige man zodat de stofjas die hij droeg hem prima stond.

Bakker Hus
Ernaast, uitspringend, zat bakker Hus, die eigenlijk niet liep. Ik kocht er wel eens een Parijse bol: twee stukken beschuit met daartussen een gele chemische substantie en bovenop eveneens een roze chemische substantie met een kluitje gedraaid vet. Mijn maagzuur had er een flinke dobber aan. Wat deze bakkerscreatie met Parijs had te maken weet ik niet, maar ik durf het daar nog steeds niet te vragen.

Wij hadden in de hoek ook bakker Hus, maar deze bakker was gemotoriseerd. Met ware doodsverachting gaf hij op de put volgas om met zijn bakfiets met hulpmotor (min 1 pk) de schuine stoep op te ketsen. De schuine kleppen stonden daarna open, het brood lag alle kanten op en het groen-gele kunstgebit van de bakker zat op z’n voorhoofd. Aan de deur bij ons altijd een half knip wit en bruin, waarop de bakker, nu met een geel-groene duim met zwarte nagel, ‘het brood brak’. In de bijbel staat ook zoiets, al kan ik daar zo’n duim niet bij denken. Het was een aardige man die altijd tegen mijn moeder zei: “Gaat u maar, ik zal wel sluiten.” Toen ik even later hoorde dat de bakker was overleden, vroeg ik mijn moeder of de bakker bij het sluiten van de kist ook zei: “Gaat u maar, ik zal wel sluiten.” Dit leverde mij een aardige tik van mijn moeder op: ja, er werd nog opgevoed toen in ’t Haagje!

Nog een herinnering: het OMO-treintje. Wie kent het treintje nog dat op Koninginnedag op de Vlierboomstraat bij de Appelstraat stond? Vijftiger jaren, hallo! Voor een paar cent nam je plaats op de houten banken van de twee of drie aanhangwagens. Zonder gordels en een kettinkje aan de zijkant. Men deed nog niet zo veel aan veiligheid. Je kon in een bocht er hooguit uit vallen op straat; er was nog weinig verkeer zodat je weinig kans maakte om ook nog overreden te worden. Niet zo zeuren dus. Inzittenden werden ook niet geteld om gezeur later van ouders (Peterje zat er toch ook in?) te voorkomen. Het treintje vertrok in een blauwe gifwolk (code oranje!) en reed kreunend over Vlierboomstraat, Laan van Eik en Duinen, Mient en zo weer terug. Daarna een gummi-balletje, overtrokken met zilverpapier, oranje en blauw, en een netje aan een elastiek, waarmee je leuk op anderen kon mikken: liefst met bril. Het elastiekje kwam vermoedelijk uit het oostblok, want na drie keer gooien brak het en verdween het in een put. Ja, dat waren tijden om nooit te vergeten. O, O, Den Haag, zo is er geen tweede!

Mark van Aartrijk
m.aartrijk@upcmail.nl

Perenstraat 211-141, gezien naar de Frambozenstraat. Foto: Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann