Een brief schrijven is nog steeds de moeite waard

Vroeger schreef je een brief om iemand te laten weten hoeveel je van hem of haar hield. Of om iemand op de hoogte te stellen van een belangrijke gebeurtenis in je omgeving. En ook wel eens omdat je boos was en duidelijk en helder uiteen wil zetten waarom dat was.

Om te beginnen had je papier nodig. Folio. A4. Of je gebruikte een gelinïeerd blad uit een schrijfbloc. En een pen natuurlijk. Een vulpen was het mooist. Om zo’n pen te vullen draaide je hem open en doopte hem in een inktpot om vervolgens, al knijpend in een rubber zakje, de inkt uit de pot in de pen te zuigen. Latere pennen hadden een heveltje aan de zijkant waardoor de pen bij het vullen niet meer uit elkaar hoefde.

Het schrijven zelf deed ieder al naar gelang de tijd waarin men schrijfonderwijs had genoten. Zo schreven de ouderen onder ons in verbonden cursief. Wel mooi. Met lange halen aan de boven en onderkant van de letters. Later kwam het blokschrift. Met de letters los van elkaar. Verbonden blokschrift volgde. Sommige mensen hadden een prachtig, persoonlijk handschrift. Anderen schreven vrijwel onleesbaar. Dan had je een vergrootglas nodig om de bedoelingen van de briefschrijver te achterhalen.

Edelgrootachtbaar of hoogedelgestreng?
En dan de brief zelf.

Helemaal links boven schreef je je eigen naam met je adres en je woonplaats. Dan een regel overslaan. Daaronder een blokje met naam, adres en woonplaats van de adressant. Weer een paar regels overslaan. Vervolgens, een beetje rechts, de datum (liefst met de maand voluit in letters), een komma en daarachter de naam van de stad of het dorp waar de brief was geschreven. Weer een regel overslaan.

En dan het moeilijkste: de titelatuur.

Want hoe moest je de ontvanger van de brief aanspreken? Vrijwel niemand wist het. Je gokte vaak maar wat.

Was het nou Hooggeboren of Hoogwelgeboren?

Was het Edelgrootachtbare, Hoogedelgestrenge of Weledelgestrenge?

Of gewoon Edelachtbare?

En dan had je ook nog Weledelzeergeleerd en Weledelgeleerd.

Tot overmaat van ramp konden personen met een godsdienstig ambt Hoogwaardig, Hoogeerwaardig, Zeereerwaard en Weleerwaard zijn.

Vroeger was echt niet alles beter.

Na de titel kwam de sekse van de geadresseerde. Tegenwoordig doet dat er kennelijk niet zoveel meer toe. Maar vroeger kon je mijnheer, heer, jongeheer, dame, vrouwe, jongedame, mevrouw of mejuffrouw zijn. Vervolgens de -eventueel afgekorte- wetenschappelijke rang van de geadresseerde: mr., dr., drs. Gevolgd door de achternaam.

De aanhef zag er dan bijvoorbeeld zo uit: Aan de Weledelzeergeleerde vrouwe, prof. H.A.J.K. Pieterse, gevolgd door een komma.

Dat is een van de weinige dingen, die tegenwoordig een stuk simpeler zijn geworden. Nu schrijf je gewoon: Lieve Annie. Punt. Of: Beste Klaas. Punt. Of, als de geadresseerde wat verder van je afstaat en enige objectiviteit geboden is: Geachte heer Hendrikse of gewoon Beste mevrouw Jacobs.

Heel modern is thans om -naast een zekere formaliteit- tegelijkertijd ook wat amicaal te doen met bijvoorbeeld: ‘Geachte heer Johansen, beste Willem’. Twee vliegen in een klap.

En als je echt met je handen in het haar zat, kon je je toevlucht zoeken in het aloude L.S., oftewel Lectori Salutem. De lezer zij gegroet.

Hoogachtend? Groeten? Kusjes?
Na de aanhef wordt er een regel overgeslagen. De brief begint dan op een nieuwe regel met een kleine letter. Jazeker. We hadden de aanhef toch immers afgesloten met een komma? En komt er na een komma een hoofdletter? Ik dacht het niet. Een kleine letter dus. Maar wel weer eerst enige spaties na de margelijn.

Daarna schrijf je je brief geheel naar eigen keuze. Hoewel… Vroeger was het nog wel eens gebruikelijk om eerst naar het welzijn van de geadresseerde te informeren alvorens de eigen inbreng te presenteren. Nieuwe alinea’s kwamen trouwens pas na een lege regel.

De brief sloten we af met (naar keuze): Hoogachtend, Met de meeste hoogachting, Met groet, Met vriendelijke groet, Zoenen. Of: Kusjes. Alles eventueel ook namens een echtegenoot(e), vriend, vriendin, kind(eren). En misschien ook voor één of meerdere verwanten van de de geadresseerde.

Het vroeger gebruikelijke u.d.d. (uw dienstwillige dienaar) kunnen we thans gevoeglijk achterwege laten. Want waar vind je tegenwoordig nog dienstwillige dienaren? Wel diende een brief -ook een getypte brief- te worden afgesloten met een, met de pen geschreven handtekening, waaronder -voor de duidelijkheid- de naam van de briefschrijver nog eens in gewone, leesbare letters werd vermeld.

Een gekartelde koningin
Hè, hè. De brief was klaar. Maar we waren er nog niet. Er moest nog worden gezocht naar een geschikte papieren omslag waarin we de brief -in drieën of in vieren gevouwen- dienden te verpakken. Zo’n omslag heette enveloppe. Mooi is dat. Sommige oude woorden zijn niet uit te roeien. Iedereen weet nu gelukkig nog steeds wat een ‘enveloppe’ is.

Hoe het verder moest weet u zelf beter dan ik. Of bent u nu soms al vergeten dat de naam, het adres, de postcode en de woonplaats niet alleen bovenaan de brief zelf, maar ook op de voorkant van de enveloppe moesten. Een beetje rechtsonder. En op de achterkant van de enveloppe, helemaal boven het adres, de postcode en de woonplaats van de briefschrijver. Dat mag tegenwoordig trouwens ook op de voorkant, helemaal linksonder.

We zijn er bijna. Na op de voorkant rechtsboven een gekartelde afbeelding van de koningin met een bepaalde waarde te hebben geplakt (vroeger gewoon in Nederlandse valuta aangegeven, thans staan er naast de huidige koning mystieke eentjes, tweetjes en drietjes), konden we ons klaarmaken voor een gang naar een van de rode, blikken dozen op paaltjes die op diverse plekken in onze stad of ons dorp waren neergezet.

Ons schrijven werd dan de volgende werkdag door een postbode (hoe heet zo iemand tegenwoordig toch?) op de voormat van de geadresseerde gedeponeerd. Er waren toen zelfs twee postbestellingen per dag.

Wilden we er echt zeker van zijn dat dat gebeurde, of zat er bijvoorbeeld ook iets van waarde in de enveloppe, dan konden we onze brief op een postkantoor afgeven om de inhoud te verzekeren of om hem aan te tekenen.

Ja. Ik schrijf het allemaal nog maar eens op. Want voor we het weten zijn we het vergeten.

Zijn we vergeten hoe we vroeger met elkaar communiceerden als we uit elkanders zicht waren. Zijn we vergeten, dat dat ook ànders kon dan met een vingertje over een schermpje. Zijn we vergeten dat er vroeger alleen behoefte aan communicatie bestond bij hoge urgentie. Zodat we onze eigen kleine probleempjes op ons gemak zélf konden oplossen.

Maar… brieven schrijven kan nog steeds.

Schrijf een brief
Schrijf bijvoorbeeld eens een geschreven of getypte brief naar Julius Pasgeld, Dorpsplein 2, 4443 AD Nisse. U krijgt gegarandeerd een brief terug.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann