Jeugdherinneringen aan de Jan Blankenstraat

Onze familie Wichers is in de Jan Blankenstraat terecht gekomen omdat wij in maart 1943 door de bouw van de Atlantikwall gedwongen moesten verhuizen, in veel gevallen moest men binnen een zeer korte tijd vertrekken. Ik, Jan Wichers, ben in mei 1939 geboren in de Willem Kuijperstraat 80. Mijn grootouders (familie Murkens) hadden een familiebedrijf, een wasserij en strijkerij in de Vijzelstraat 169. Mijn ouders en een oom en tante Kampen werkten daar ook, zij zijn toen van Scheveningen geëvacueerd naar de Vollevensstraat in Den Haag. Mijn oom Hans Kampen meldde zich aan bij een school voor dwangarbeid in Duitsland en moest gelijk blijven, mijn tante heeft toen een koffer klaar gemaakt en die vanaf het balkon naar de speelplaats laten zakken.

Na de oorlog zijn ze in 1951 geëmigreerd naar Australië met hun kinderen Hans en Donny. Mijn grootouders kregen een benedenwoning in de Jan Blankenstraat nummer 57 en wij de eerste etage, nummer 53. Op de tweede etage woonde een echtpaar, ome Henk en tante Annie. De achternaam weet ik helaas niet meer. Onze benedenburen op nummer 55 waren een ouder echtpaar en tevens de huisbaas.

De mij nog bekende oud-buurtbewoners Jan Blankenstraat en omgeving: fam. Gemmink – transportbedrijf (56-68), fam. Otten – Café Delftse Poort (109), fam. Jo en Herman Bovet – autostalling en rijwielstalling (84), fam. Hoefnagels – garage en rijwielhersteller (107), fam. Meiland – rijwielstalling en -reparatie, fam. Vollebregt – broodbakker (49), fam. De Wolf – café-biljart, fam. Witlox (Joop) bewoonde de tweede etage boven het café van Harry de Wolf, ome Frans – de kapper (103), fam. Blonk (Alex) (77), fam. Winkelman (Jodi), fam. Hoogenboom (Jan), fam. Borremans (Gerard – Charrel) (80), fam. Murkens (57), fam. Broodman (Toon en Jan), fam. Stikkelorum (Herman) – Stationsplein, fam. Dekker (Piet) – Christiaan Bruningsstraat, oud-speler van o.a. Holland Sport en fam. Jordaan (Jan) – Poeldijksestraat.

Ik bezocht de kleuterschool Maria Gorreti, aan de Hoefkade hoek Naaldwijksestraat. OLV van Lourdesschool, Scheldestraat, hoek Geleenstraat. De lagere school aan de Hoefkade-Fannius Scholtenstraat en de Falckstraat. Van de kleuterschool (kakschool) kan ik mij alleen herinneren dat er op de hoek Hoefkade en de Naaldwijksestraat een ingang was. De wc’s waren echt heel laag en hadden geen bril, maar twee houten balkjes, en er hing altijd een bijzondere lucht van de schoonmaakartikelen die ze in die tijd gebruikten.

De eerste klas lagere school heb ik gedaan op de katholieke school aan de Scheldestraat, maar daar ben ik door mijn ouders vanaf gehaald, omdat ik twee keer spelend te water ben geraakt aan de Weteringkade, dat was het water met het sluisje, daar moest je om heen rijden als je van het Schenkviaduct af kwam. De haringkar van het Rijswijkseplein was er toen al, maar dat was een viskar met een tentzeil (fam. Buis). Daar kreeg ik wel eens vis-afsnijdsels mee voor de hond, maar daar zaten voor mij ook nog wel lekkere hapjes bij!

Klas 2 t/m 4 heb ik gedaan op de lagere school op de Hoefkade, schuin tegenover de kleuterschool. In tegenstelling tot de katholieke school waren de klassen gemengd. In alle drie de klassen hadden wij dezelfde lerares, die liet ons veel handwerk doen, papieren beweegbare poppetjes maken punniken en ook leren natuurlijk! Wij gingen vanuit de school te voet één maal per week naar het badhuis aan de Nieuwe Haven en daar moesten we meestal wel lang wachten, maar de juf had altijd wel een boek mee om daaruit voor te lezen. We hadden in die tijd niet al te beste kleding en schoeisel, maar soms kwam er ineens een lading gebruikte kleding en die werd in de gymzaal uitgestald en dan mocht je daar wat uitzoeken. Ik had op een keer al iets uitgezocht, maar ik zag ook een paar leren handschoenen en die wou ik graag hebben om als keepershandschoenen te gebruiken. Die mocht ik hebben, maar dan moest ik iets anders terug leggen. Maar na veel zeuren heb ik ze toch meegekregen.

In de grote schoolvakantie gingen wij onder leiding van een of andere stichting in de maand augustus een aantal keren per week naar de duinen bij de watertoren. Wij moesten verzamelen bij de school en van daaruit liepen wij naar het station HS. Maar de route liep door Jan Blankenstraat, dus volgende keren werd ik er door mijn moeder bij de juiste groep ingepast met pakje brood en drinken. We gingen met de trein vanaf HS met het lijntje Rotterdam-Scheveningen, maar wij stapten uit bij het station Pompstationsweg en liepen dan naar de duinen bij de watertoren. Daar aangekomen deed je allemaal spelletjes en natuurlijk ook bramenplukken.

De meeste tijd speelden wij op straat en in de beginjaren hadden we ruimte genoeg, want er waren nagenoeg geen auto’s. Er reden wel bussen door de straat, ik dacht bus K en R. We speelden slagbal. De putdeksels waren de honken en de knuppel is door een handige vader gemaakt. Verder natuurlijk voetballen, rolschaatsen, knikkeren, hinkelen, kaartspelen (gemaakt van doorgeknipte sigarettendoosjes), touwtje springen, tollen met een zweepje of de priktol. En dan proberen de andere tol doormidden te beuken, hiermee waren de Indische jongens in het voordeel, want die hadden hardhouten tollen en zonder taas. Met de jongens en meisjes deden we blindemannetje en dat was een idee van Martin (Ties) Gemmink dan gingen we in een oplegger van Gemmink met aan de zijkanten een latwerk waar je in kon klimmen. De bedoeling was dat iemand werd geblinddoekt en die dan moest gaan zoeken en als die iemand gevonden had moest hij of zij voelen en zeggen wie het was en als de persoon geraden was kreeg die de blinddoek (leuk spelletje).

Bij het verhuisbedrijf Van Sold op de Hoefkade speelden we op de zolder. Daar stonden allemaal verhuiskisten en ander verpakkingsmateriaal. Was wel erg stoffig, maar was altijd spannend. De Jan Blankenstraat ligt direct aan het Stationsplein, dus erg levendig: trams, bussen, taxi’s, treinreizigers en hotels. En direct na de oorlog ook nog paardenkoetsjes. Het was ook nog een sport om gratis met de tram naar Scheveningen te gaan, dan konden we van het tramgeld een ijsje kopen – sorry, HTM. Later, toen we een fiets kregen, gingen we steeds verder van huis om de wereld te ontdekken. Ik herinner mij ook dat ik met de moeder van Joop Witlox en zijn broertje op de fiets naar Voorschoten gingen en bij de uitspanning De Knip een roeiboot huurden om op de vliet te gaan roeien.

Mijn vader en onze bovenbuurman waren in 1944 opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Ze moesten zich melden bij het Hollands Spoor, maar omdat zij alle in- en uitgangen kenden zijn zij ontsnapt en zijn toen ondergedoken in ons huis. Ze hadden de ruimte onder het toilet met medewerking van de huisbaas zodanig ingericht, dat ze bij razzia’s daar in konden schuilen. Gelukkig is er nooit iets gebeurd. Er is mij toen uit veiligheid niets verteld, dat is later na de bevrijding wel regelmatig besproken.

Hongerwinter
In de hongerwinter 1944-1945 was er veelal geen stroom of gas. Daarom gingen veel mensen op pad voor voedsel en materiaal om te stoken en ik kan de allesbrander nog herinneren met het wasrekje eromheen en er werd ook op gekookt. Hij stond in de keuken. Kinderen werden ook op pad gestuurd en wij als kinderen mochten van de Duitsers wel spelen onder de kap waar lijn 11 stond en wij hadden ontdekt dat er in een ruimte met een metalen harmonicahek briketten lagen en wij konden met onze armpjes wel door het hek en zo namen wij geregeld per kind een briket mee. Ik heb altijd gedacht dat de Duitsers het wel wisten, want er viel er wel eens een van de stapel in stukken en op een gegeven moment lagen iedere keer een paar vlak bij. Wij kregen er soms ook wel eens wat te eten. Het transportbedrijf Gemmink reed met een tankauto met pap of soep naar de gaarkeukens en als die aan het eind van de dag terug kwam stonden de buren met pannen klaar, want de overbuurman was chauffeur van Gemmink en dan draaide hij de kraan open en hadden we weer pap of soep te eten.

Als ik soms met de trein op HS stop, dan kijk ik altijd nog naar het oude gedeelte van het perron, waar wij van vertrokken met de groepen naar de duinen, en dan komen al die herinneringen weer boven. En op 4 mei met de herdenking aan de twaalf Nederlanders die als represaillemaatregel hier werden gefusilleerd op 31 maart 1945, sta je hier weer bij stil.

Jan Wichers
joanneswichers@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann