Operatie Sneeuwvlok

Waar J. Meershoek eindigde met zijn goede artikel, over de razzia van 21 november 1944, zal ik beginnen. Hij schreef dat er bij de razzia in Den Haag, bekend als ‘operatie Sneeuwvlok’, door de Duitsers ongeveer 15.000 mannen (volgens mijn gegevens: ‘Slotmededelingen van de Firma Bloem’: 7.000) werden opgehaald om verdedigingswerken te bouwen, terwijl het er in Rotterdam 50.000 waren. Maar die waren ook niet van tevoren gewaarschuwd. Lezers kunnen zich afvragen wie de Hagenaars dan wel hadden gewaarschuwd. Ik kan een tipje van de sluier oplichten.

Zeker tijdens het laatste jaar van de oorlog was communicatie in het door de Duitsers bezette Nederland uiterst moeilijk. Zo wist men in Den Haag vrijwel niets over de gebeurtenissen in Rotterdam. Alle telefoons waren afgesloten, ook elektriciteit was er niet meer. Treinen reden er niet. Vrijwel niemand had een auto, en als je er een had kon je er niet mee rijden, omdat er geen brandstof was. Wat bleef er over? Van een fietser die de tocht durfde te maken werd de fiets onderweg door de Duitsers vaak afgepakt. Bovendien waren er geen fietsbanden meer te koop.

En toch werden de Hagenaars gewaarschuwd, en wisten ze wat er in Rotterdam was gebeurd, en wat er in Den Haag zou plaats vinden.

Wat er namelijk wel was, waren de talrijke illegale krantjes, zoals Trouw, De Waarheid, de Telex, enzovoort. Ook Radio Oranje waarschuwde vanuit Londen de Hagenaars wat er zou gebeuren. Maar helaas, zij die het bevel van de Duitsers hadden genegeerd, om hun radio in te leveren, konden het apparaat niet gebruiken, want er was geen stroom. Rest dus de vraag: hoe kwamen die krantjes en Radio Oranje aan hun nieuws?

Het antwoord was het Haagse Verzet, een uiterst gecompliceerde en soms chaotische organisatie, die om veiligheidsredenen amper van elkaar wisten wat ze deden.

Firma Bloem
De verzetsgroep die zich bezighield met het verzamelen van inlichtingen heette de Firma Bloem, die na enige tijd om veiligheidsredenen werd omgedoopt in ‘Stadsreiniging.’ Ze zijn op verschillende adressen gevestigd geweest, zoals in de Parkstraat, Noordeinde en de Joan Maetsuyckerstraat.

En die ‘Firma’ beschikte over soms wel acht werkende telefoonlijnen, die communicatie met Leiden, Gouda, Rotterdam en zelfs Amsterdam tot stand brachten.

Het was Neher, de toenmalige directeur-generaal van de PTT, die samenwerkte met het verzet en zo het een en ander mogelijk maakte. Met een gedropte radio met batterijen konden nieuwsberichten uit Londen worden opgevangen en gepubliceerd. Zo waren zij het ‘Persbureau’ van de illegaliteit. Hun berichten, aanvankelijk met een schrijfmachine in drievoud getypt, kregen later een oplage van wel 75 exemplaren, omdat men een stencilmachine kreeg.

Berichten die voor en tijdens de razzia werden verzonden, gingen onder andere over ‘schuiten (rijnaken) in de Laakhaven’ en elektriciteit die weer was aangesloten in het gebouw van de Dierentuin, waar de mannen zouden worden opgevangen. Uiteraard werd ook uitgebreid vermeld hoe de ‘Arbeitszeinsatz’ in Rotterdam was verlopen.

Tot slot: in 2007 schreef ik een boek, waarin veel hierover stond. Het is nu uitverkocht, de exemplaren die nog worden verkocht zijn illegaal, royalty’s werden en worden niet betaald.

Frederik Zorn
frederikzor@gmail.com

Parkstraat (circa 1945). Foto: Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann