Het pleintje in de oorlogsjaren 1940-1945

Een reactie naar aanleiding van het recente artikel ‘Een verdwenen pleintje uit Den Haag’ in De Oud-Hagenaar van 3 april 2018.

Ik ben een geboren Rotterdammmer, maar al op zeer jonge leeftijd is ons gezin naar Den Haag verhuisd. Eerst in 1930 naar de nieuwbouw op de Goeverneurlaan en in 1939 kwamen wij te wonen in de Van Heutszstraat op een bovenhuis t.o. de Van Reesstraat. Ik was toen 11 jaar (1928) en mijn broer 14 (1925). Mijn vader werkte op het Ministerie van Defensie en had zijn kantoor op de Bezuidenhoutseweg. Dat heette toen ‘De Vesting Holland’. Toen de oorlog op 10 mei 1940 uitbrak, werd mijn vader al om ca. 4 uur in de morgen opgehaald door een ordonnans en was ons gezin al vroeg op de hoogte van de inval van de Duitsers.

’s Morgens al vroeg vlogen er Duitse vliegtuigen over en lieten parachutisten uit boven de stad, boven het kazerneterrein in het Benoordenhout. Dat was natuurlijk prachtig te zien op het pleintje aan het einde van onze straat. De afweerkanonnen stonden op het voormalige ADO-terrein, op het kazerneterrein van de Van Alkemadelaan en op de Waalsdorpervlakte. Vanaf het pleintje heb ik drie Duitse vliegtuigen naar beneden zien vallen. Dat waren toen driemotorige Juncker-transportvliegtuigen. Er ging een gejuich op als er weer een brandend naar beneden donderde. Zo kwam er een in de Adelheidsstraat, een in het Haagse Bos en een in Marlot naar beneden. Ze vallen natuurlijk niet rechtstandig omlaag, maar brandend, ronddraaiend. Een heerlijk gezicht en steeds ging er een gejuich op als weer een brandend naar beneden donderde, niet fijn voor de inzittende valschermjagers. Ook zagen we toen z.g. Stuka’s.

Op het ronde pleintje stonden toen nog geen bomen. Het stond vol met kijkers op dat pleintje die juichten als er weer een werd geraakt. Op dat pleintje kon je dat mooi zien, want je kijkt via de Juliana van Stolberglaan naar de stad Den Haag en via de Van Heutszstraat richting het Koninklijk Paleis en verder over de polder naar Voorburg, etc. Wij hebben later de joodse familie, die naast de groentezaak van Van den Akker woonde en de familie in de benedenwoning onder ons, zien wegvoeren. Een latere NSB’er (die n.b. naast ons woonde) stond er bij toen over de lengte vanaf de fietsenmaker Van Es tot aan de Van Reesstraat werd geschilderd ‘V=Viktorie Duitsland wint op alle fronten’. Die tegels zijn na de oorlog snel omgedraaid, weer veel later omgeruild. De heer Havenaar kan ik mij goed voor de geest halen, ik ben daar vaak in de winkel geweest. Naar ik mij herinner, liep hij mank en had mogelijk een kunstbeen? Een heel aardige man.

De dochter van de fam. Haadsma – ze heette Ma (Maaike) – heeft bij me in de klas gezeten op de Van Hoogstratenschool. In 1942 zaten in onze klas vier kinderen met een Jodenster, ik weet hun namen nog precies. Ook een jongen, zoon van een NSB’er. Ik denk dat ik er goed aan doe deze namen niet bekend te maken.

Op 3 maart 1945 vielen de bommen op het Bezuidenhout, dat was een misser van de RAF. Er kwamen maar liefst 500 mensen bij om. Onze fraaie school is bij het bombardement op het Bezuidenhout volledig vernield. Een fraaie goed uitgeruste school met natuurkunde instrumenten en mooie landkaarten. Later werd bekend dat het bombardement op het Bezuidenhout werd uitgevoerd door 56 middelzware tweemotorige Mitchell- en Boston-bommenwerpers van de second tactical Air Force, met de bedoeling de lanceerplaatsen van de V2 uit te schakelen. Weg dus, de mooie school van Ma Haadsma en van mij!

De winter van 1944-1945 was een drama. Het was koud en er viel toen ook nog veel sneeuw. Als represaille hadden de moffen de voedselaanvoer stopgezet, want het treinpersoneel was toen in staking gegaan. Je moest toen naar de gaarkeuken die gevestigd was in de gymzaal van de school op de hoek van de Roosenboomstraat. Ik had hongeroedeem. Dat pleintje werd ook weer interessant bij de voedseldropping in 1945, aan het eind van die hongerwinter. Dat was overigens een gigantisch gezicht. De viermotorige Lancasters van de RAF en de Boeings (vliegende forten) van de Amerikanen. Die vliegtuigen vlogen zeer laag over, zelfs zo laag dat ik hoorde dat een paar ruiten sprongen van dat denderende geluid. Wij waren met onze buren en kennissen anti-Duits en waren blij dat we eindelijk van die moffen af zouden komen, want de bevrijding was nabij. De Duitsers lieten zich toen niet meer zien en de NSB’ers gingen op de vlucht.

Heel veel later, dus na de oorlog, moest mijn broer eerst in dienst (hoewel hij studeerde in Delft!) en ik een goed jaar later na hem. Beiden hebben wij gediend in Indië en wel bij het Regt. Huzaren van Boreel. Mijn broer is uiteindelijk in dienst gebleven en werd bevorderd tot generaal. Ik ben verder het bedrijfsleven ingegaan en geniet nog steeds van mijn pensioen.

Pieter M. van Osch
pmvanosch@hetnet.nl

IJsclubweg 2-6 met links een gedeelte van de Van Heutszstraat 106-110. Foto: Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann