Jacht op hoeren in het Haagse Bos

Den Haag anno 1749: het was een armoedige tijd. Jonge meisjes deden hun best om geld te verdienen door hun lichaam te verhuren. Ze moesten werken om te leven. Soms tippelen, soms bij een hoerenmadam, waar ze meestal behoorlijk werden uitgebuit. Tieners waren erg geliefd, maar ook oudere dames hadden vaak geen andere keus om aan geld te komen dan mannen tegen betaling te gerieven.

Met een bevolking van zo’n 40.000 zielen kende Den Haag halverwege de 18eeeuw naast een kleine rijke elite en een grote middenklasse, een aanzienlijke arbeidersklasse. Deze laatste groep woonde in armoedige kleine huisjes en kon met moeite in hun onderhoud voorzien. Mede door de komst van relatief veel buitenlanders werd het alsmaar moeilijker om de kost te verdienen. Ten einde raad kwamen jonge meiden in de hoererij terecht.

Razzia
Het Haagse bos was de vanouds bekende plek om de liefde te bedrijven. Zowel tegen betaling als een simpel avontuurtje. Zowel lieden die vol hunkering contact zochten met geslachtsgenoten als zij die zochten naar omgang met de andere sekse. Het was de plek voor avontuur. Ook de overheidsdienaren wisten dat en het zal niemand verbazen dat er geregeld een razzia werd gehouden. In 1749 werden heel wat dames van lichte zeden opgepakt. Van de weduwe Antonette van Rijdt, die ook bekend stond als de koekoek tot de 22-jarige Susanna Brouwer die ook als straathoer op de verschillende peesbanen te vinden was. Het bos werd schoongeveegd en de meiden kwamen voor de baljuw, die over hun lot oordeelde.

Straf
Wanneer ze nog een blanco strafblad hadden, kwamen ze er nog redelijk genadig vanaf. Meestal kregen ze een uiterst vernederende straf. Dan moesten ze met roeden op zowel borst als rug gebonden door enige straten van Den Haag lopen.

De tocht vertrok vanaf het stadhuis en dan ter afschrikking langs het tuchthuis zo de stad uit. Ze werden verbannen uit de stad en mochten nooit meer terugkeren. Deden ze dat toch, dan wachtten ze een zwaardere straf. De veroordeelde hoeren werden op hun tocht uitgejouwd door meestal vrouwen, die wellicht zelf het vermoeden hadden met een overspelige echtgenoot te zijn getrouwd.

Herhaling
Maar wat gebeurde er met deze dames als ze Den Haag hadden verlaten? Vaak trokken ze naar een andere stad en vervolgden daar hun carrière. Sommigen waren zo ten einde raad, dat ze toch naar Den Haag terugkeerden.

Zo was dat het geval met de 30-jarige Geertuida van der Wisse alias Amsterdamse Trui en de even oude Johanna van Someren. Beide vrouwen waren in herhaling gevallen en wederom bij het pezen opgepakt in Den Haag. De twee vrouwen hadden hun best gedaan, vertelden ze de baljuw. Johanna had geprobeerd afstand te doen van het ontuchtige leventje en had zelfs geprobeerd wat hand- en kantwerk te maken, doch dat leverde te weinig op. Door ziekte en armoede geteisterd moest ze toch weer de baan op. Vreselijk, want de jaren gingen tellen. Haar gebit was vies, haar kleren smerig. Ze moest bijna bedelenen om een klantje, zo laat ze de baljuw weten.

Toen ze werden opgepakt werden ze veroordeeld tot drie en zes jaar tuchthuis om daar handenarbeid te verrichten en zo in hun onderhoud te voorzien. Het waren zware jaren. Gelukkig kregen ze strafvermindering, dat bestond toen ook al!

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann