Jeugdherinneringen aan de oorlog

Mijn naam is Ed Abbenhuis, geboren op 1 mei 1937 in de Linnaeustraat 198 te Rijswijk. Onze buurman was Wam Heskes, een radiohoorspelacteur die na de oorlog op zaterdagavond een radiopraatje had op de KRO met ‘de gewone man zegt er het zijne van’. Ik wil in dit verhaal herinneringen kwijt die wij ouderen hebben meegemaakt. De heer Carl Doeke Eisma heeft gelijk dat wij niet moeten generaliseren bij kinderen van vroeger en nu. Iedere tijd heeft zijn charmes. Immers, wij als 80-jarigen beleven die tijd van toen toch ook anders. Met vrienden, ervaringen en belevenissen is dit verhaal tot stand gekomen. Het zal ongetwijfeld bij velen toch weer wat radertjes losmaken.

Wij waren verhuisd en op 10 mei woonden wij op Conradkade 1, hoek Chasséstraat. Daar hadden wij een kanon in de voorkamer pus inkwartiering van twee soldaten van het Nederlandse leger, het kanon was gericht op de elektrische GEB-centrale. Wij zijn vier dagen geëvacueerd geweest naar onbekende vriendelijke mensen in De Perponcherstraat. Toen mijn vader hoorde dat de huiseigenaar een NSB’er was, zijn wij verhuisd naar de Newtonstraat, tussen de Regentesselaan en de Beeklaan. Aan de overkant woonde Loek, een jongen van ongeveer mijn leeftijd, waar ik bevriend mee raakte. Wat nu na 77 jaar nog zo is.

Er woonden veel lieden van verschillende pluimage. NSB’ers, Landwachters, Hitlerjugend, Grüne Polizei en verzetsmensen. Op de hoek Regentesselaan-Newtonstraat en Newtonstraat-Beeklaan waren moffenkroegen met veel overlast van dronken gasten. Eén was er zo dronken dat hij op het Regentesseplein op tramlijn 2 wilde springen, maar hij kwam er niet in, maar eronder. Mijn oom en tante woonden in de Weimarstraat 89 boven de slagerij van de broer van Anton Mussert. Deze werd bij de bevrijding geplunderd en de ruiten ingegooid. Mijn oom had een fiets op zolder staan met een dynamo. Als je op visite kwam, moest je eerst een half uurtje fietsen. Met als resultaat uit een klein fietslampje licht. Uit de St. Agneskerk werden de klokken verwijderd, van koper werden granaathulzen gemaakt, tevens moest iedereen koper en radio’s inleveren voor de oorlogsindustrie.

Mijn eerste communie in 1943 heb ik in de St. Agnes gedaan, uiteraard moest je zondagse kleren aan, maar die waren niet meer verkrijgbaar. Mijn communiekleding bestond uit gebreide kousen van wol van een oude sprei. Mijn moeder was coupeuse en van een jas maakte zij een korte broek. En van een laken een overhemd. Van familie uit Oudenbosch hadden wij meel en echte thee gekregen. Onze bakker woonde in de Piet Heinstraat, hoek Jan van Galenstraat, die heeft voor ons gevlochten broodjes gebakken. Van de theeblaadjes is nog vaak thee gezet, altijd nog beter dan de Carels surrogaat tabletten

Ik zat in 1943 in de Weimarstraat bij de broeders op school in de eerste klas. Er zat ook een joods jongetje waar wij goed mee konden opschieten, Jopie was zijn naam, zal zijn achternaam niet vermelden, daar zijn gehele familie is gedeporteerd. Om twaalf uur ging de school uit en Jopie rende naar de overkant, maar verloor zijn schoen en ging terug zonder uit te kijken. Helaas, de tram was er eerder. Dat heeft op ons een enorme indruk gemaakt.

In maart 1945 ging ik om half negen naar school, op de hoek van de Kepplerstraat en de Noorderbeekdwarsstraat lagen drie jonge knapen, die schijnbaar net waren gefusilleerd, denkelijk verzetsstrijders. Mijn vader werkte in de Javastraat op het ministerie. Kreeg een dubbeltje van mijn moeder, en ging met de tram mijn vader ophalen (wij waren voor achtjarige al zeer zelfstandig, nu worden ze op de die leeftijd nog met de auto naar school gebracht). Opeens ging het luchtalarm af. Iedereen uit de tram. “Plat op straat gaan liggen”, riep men, want op hetzelfde moment kwamen een aantal Engelse Mosquito’s heel laag over, met als doel Villa Kleykamp te bombarderen, wat ook is gelukt. Daar was door de Duitsers het centraal bevolkingsregister ondergebracht. Dit bombardement was op verzoek van het Nederlands verzet gedaan. Helaas waren er 59 doden te betreuren, maar voor het verzet met het vervalsen van persoonsbewijzen werden mensenlevens gered. Moet er vaak aan denken als ik over de Laan van Meerdervoort rij.

Op de hoek Carnegielaan en de Laan van Meerdervoort stond bioscoop Metropole. Aad van Tol won met twee loten van de Lotisco-loterij 50.000 gulden. Toentertijd een kapitaal.

Ed Abbenhuis
e.abbenhuis@upcmail.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann