Een vrijgevochten bende op de Vrije Academie

Vooruitstrevend kunstonderwijs. Dat was begin jaren zestig het parool op de Vrije Academie. Toch hadden de ‘begeleiders’ zoals de docenten werden genoemd, de wind eronder. Sommigen van hen staan me nog bij als de dag van gisteren.

De Vrije Akademie in Den Haag, van oorsprong gevestigd aan de Hoefkade en in 1947 opgericht door lichtkunstenaar Livinus van de Bundt, was bedoeld om in kunst geïnteresseerde amateurs en beginnende kunstenaars verder op weg te helpen zich de ware grondbeginselen der beeldende kunsten eigen te maken. Zo kon je je daar bijvoorbeeld verder bekwamen in tekenen, schilderen, beeldhouwen, fotograferen en modeontwerpen

Ik deed beeldhouwen. Onder de leiding van Rudy Rooyackers. Je kon kiezen uit twee technieken. Uithakken in een bepaald materiaal. Of afgieten van een werkstuk, dat je eerst in boetseerklei had gemaakt.

Ik koos voor het laatste. Een nogal ingewikkelde en tijdrovende techniek, waarbij je een gipsen mal om het boetseerwerk maakte, die je later, als die mal leeg was, volgoot met aluminiumcement. Als het cement hard geworden was, hakte je het gips er weer af en ziedaar: een beeldhouwwerk. Het klinkt simpel maar het was een ingewikkeld en langdurig procedé.

Mijn mede-cursisten vertelden me hoe het allemaal in z’n werk ging. Rudy niet. Die was vaak in geen velden of wegen te bekennen. Die zat bijvoorbeeld op z’n kamertje naar voetbal op de tv te kijken. Toen ik mijn eerste werkstuk na anderhalve maand af had, haalde ik hem uit z’n kamertje en vroeg ik hem het resultaat te beoordelen.

Intrinsieke motivatie
Ernstig beschouwde hij mijn creatie om vervolgens z’n wijze hoofd te schudden.

‘Het is niks’, zei hij. ‘Helemaal niks’.

En ging er weer vandoor.

Hij deed, zoals ik later begreep, een beroep op mijn intrinsieke motivatie. Want op de Vrije Academie moesten ze het van volhouders hebben die zèlf wisten wat ze wilden.

En zo kwam het, dat mijn tweede werkstuk al iets positiever werd beoordeeld. En mijn derde werd bejubeld met: ‘Nou, het begint er al een héél klein beetje op te lijken’. Verder niks. Helemaal niks. Ík was het, die mezelf moest ontwikkelen. Niet Rudy.

Eens in zoveel tijd moesten we ons werk in de steek laten. Dan was er ‘boetseren naar model’. Dat model, naakt, vaak een ingehuurde prostituee of animeermeisje, omdat er toen nog maar weinig vrouwen zomaar te kijk wilden liggen, werd gedrapeerd op een grote draaitafel. Wij stonden er allemaal omheen met een hoog, klein draaitafeltje voor ons met een berg klei erop. Steeds werd het model gedraaid, zodat we het van alle kanten te zien kregen. En dan draaiden wij ons plastiekje in wording keurig met haar mee. Soms lag het model wijdbeens. Volgens een stilzwijgende, onderlinge afspraak diende de cursist, die op dat moment het meeste inkijk had, een balletje klei tussen duim en wijsvinger in de richting van die inkijk te schieten. Meestal was het mis. Maar nadat het een paar keer raak was geweest en het model boos was opgesprongen en naar huis was gegaan, werd deze folklore door Rudy verboden omdat het, zo verwoordde hij, ‘afbreuk deed aan onze concentratie tijdens het modelleren’. Waaruit maar weer eens blijkt, dat zelfs de Vrije Academie haar grenzen kende.

Lichtcode
In de periode dat ik die beeldhouwlessen volgde werd Livinus van de Bundt, opgevolgd door George Lampe (1964) en verhuisde de Academie van de Hoefkade naar de De Gheijnstraat.

Livinus had in 15 jaar niet alleen de naam en faam van de school tot grote hoogte gebracht. Ook met zijn eigen werk had hij furore gemaakt. Hij woonde met z’n vrouw Mieke van der Burgt (keramiste, grafica en textielkunstenares) en zijn kinderen (waaronder Jeep van de Bundt, die mede dank zij publicaties in Hitweek de annalen is ingegaan met zijn band ‘Honk, honk, het is de bonk’) in het landhuis Overvoorde in Rijswijk.

Livinus werd vooral bekend vanwege een machine die hij had uitgevonden om lichtschilderijen mee te maken. De geruchten gingen, dat je met die machine ook foto’s kon coderen en decoderen. Het ging zelfs verder: er zou ooit een man van de Amerikaanse geheime dienst voor de deur van Overvoorde hebben gestaan met het verzoek of hij even in de kelder mocht kijken naar de uitvinding van Livinus. Mieke deed open. Livinus was niet thuis. En zo zou de CIA aan een belangrijke decoderingssysteem zijn gekomen. Waar of niet waar. Een leuk verhaal is het zeker.

George Lampe volgde Livinus dus op. Lampe was de echtgenoot van Bibep, de meest invloedrijke interviewster die Nederland ooit gekend heeft. Toevallig maakte mijn toenmalige schoonvader, de heer H. Maarse, in het dagelijkse leven hoofdontvanger der directe belastingen te ’s Gravenhage, als penningmeester deel uit van het het bestuur van de Vrije Academie. Twee keer per jaar kwam Lampe bij Maarse op bezoek om ‘dingen te regelen’. Iedere keer met de nog natte drukinkt van de drukkerij van de Vrije Akademie onder zijn schoenzolen. Zodat mijn toenmalige schoonmoeder steeds steen en been klaagde bij het schoonmaken van de vloerbedekking als Lampe weer eens op bezoek was geweest.

Losgeslagen bende
En dan moet het toch nog even van mijn hart. De docent keramiek. Jaap de Boer. Al was het alleen maar omdat mijn voormalige echtgenote zijn lessen volgde. Op zeker moment vond ik, dat ze wel erg laat thuis kwam van haar cursusavonden. Niet één keer maar wel acht keer. Zodat er bij mij een steeds duidelijker vermoeden ontstond dat er iets grondig mis was. En al gauw bleek dat ook. Niet alleen mijn toenmalige echtgenote, maar ook diverse andere vrouwelijke cursisten waren voor de charmes van Jaap gevallen. Wat wil je. Het was in de jaren zestig. Het moest allemaal kunnen.

Achteraf gesproken zou je kunnen zeggen, dat het op de Vrije Academie in de jaren zestig een losgeslagen bende was. Misschien was dat ook wel zo. Maar dan doe je de school toch echt tekort. Het was wel degelijk een échte Vrije Akademie. Iedereen die dat wilde kon er wat leren. En echt niet alleen over de beeldende kunsten. Maar vooral over het volle leven zelve. Daar moest je dan echter wel zèlf voor zorgen. Heel wat anders dus dan de toen gebruikelijke bevoogding en betutteling op andere scholen.

Helemaal vrij! Dat was toen, en wellicht nu nog, een voorwaarde om waarlijk, nieuwe dingen te scheppen.

De rest in het kort:

1970De naam Vrije Akademie verandert in ‘Psychopolis’.

1989Het gebouw aan de De Gheijnstraat wordt gesloopt en de Academie verhuist naar de Paviljoensgracht

2012De gemeentesubsidie gaat van 6,5 ton naar 1,5 ton. Psychopolis houdt op te bestaan. De ruimte aan de Paviljoensgracht wordt onder de naam ‘Gemak’ nog slechts gebruikt als expositieruimte.

2015Ook de expositieruimte wordt opgeheven.

Natuurlijk ben ik weer onvolledig geweest in deze korte beschrijving. Wie meer weet, mailt het naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann