De roerige maand april 1932

We hebben een economische crisis achter de rug en onheilsprofeten voorspellen alweer een volgende crisis. In tijden van crisis is het vertrouwen in banken en financiële instellingen niet groot. Dit gebrek aan vertrouwen, soms gevoed door geruchten, kan zelfs tot paniek leiden. Als voorbeeld daarvan kan een Haagse bankenrun dienen. We gaan daarvoor terug naar de crisisjaren van de vorige eeuw. De jaren van de ‘De kleine man’ en ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent’. Naar het jaar 1932. Om precies te zijn naar april van dat jaar en de dag is maandag 11 april.

Op die dag werd Den Haag opgeschrikt door het bericht dat het gerenommeerde bankiershuis ‘Scheurleer en Zoonen’ haar kantoren in Den Haag en Scheveningen sloot en surseance van betaling had aangevraagd. Een besluit dat op zondagavond laat was genomen.

De firma ‘Scheurleer’ – opgericht in 1804 – was de oudste financiële instelling van Den Haag. De bank hield zich voornamelijk bezig met het verstrekken van kredieten aan kleine ondernemers zoals tuinders en rederijen. Maar door de crisis ging het slecht in deze bedrijfstakken en verliep de aflossing van de kredieten steeds moeilijker. Zo was de firma – die als betrouwbaar bekend stond -in financiële moeilijkheden geraakt.

De betrouwbaarheid van de bank werd onderstreept door het feit dat zij als incassobureau optrad voor de gemeente Den Haag. Gemeentelijke belastingen en andere heffingen konden bij ‘Scheurleer’ betaald worden. Daarom geloofde men aanvankelijk niet in een bankroet van ‘Scheurleer’. Want die bank was voor velen even betrouwbaar als de kerk en … als zelfs ‘Scheurleer’ failliet kon gaan wat was er dan nog zeker in deze wereld? Maar de loketten waren en bleven gesloten.

Door de ondergang van dit solide geachte bankiershuis maakte zich bij een groot deel van het Haagse publiek een stemming van onrust en twijfel meester. Een kleinigheid zou voldoende zijn om deze gemoedstoestand in een paniekstemming om te zetten.

Bij de kapper
Het faillissement van ‘Scheurleer’ – in de volksmond algauw omgedoopt in scheurpapier– veroorzaakte nerveuze spanningen onder kleine beleggers en spaarders. Een grapje over deze kwestie had dan ook verstrekkende gevolgen.

Volgens een lezer van Het Vaderland had een kapper beweerd – toen in de kapsalon de ondergang van ‘Scheurleer’ werd besproken – dat in de buurt van de Grote Kerk nog een bank was waar een luchtje aanzat. Hij bedoelde de vismarkt; beter bekend als de visbank. Maar niet alle scheerklanten snapten de clou. Zij dachten dat hij de Nutsspaarbank bedoelde, die vlak bij de Grote Kerk haar hoofdkantoor had. En zo ontstond, volgens de overlevering, een gerucht dat zijn weg vond onder goedgelovige en ongeruste Haagse spaarders. Een gerucht waardoor de Nutsspaarbank ongewild dreigde meegezogen te worden in de ondergang van ‘Scheurleer’.

Slapeloze nachten
In de week na de sluiting van het bankiershuis merkte men bij de Nutsspaarbank dat er steeds meer spaarders, op grond van vage geruchten, geld van hun boekjes opnamen. Eerst weinig maar daarna steeds meer tot op dinsdag 19 april de Nutsspaarbank overstroomd werd door angstige spaarders die hun geld kwamen opvragen.

Want toen die dinsdagochtend om negen uur de deuren van de bank opengingen stond er een lange rij spaarders te wachten tot zij hun geld konden opnemen. De eersten waren er al vanaf drie uur ’s nachts. Zij hadden de slaap niet kunnen vatten door ongerustheid over het lot van hun aan de bank toevertrouwde centjes. Er heerste onder de wachtende spaarders een bedrukte stemming. Men ving flarden van gesprekken op : “… hebben is hebben…” of“…je hoort zoveel…” en vooral “…je kan nooit weten…”.

Bij het zien van deze rij holde menigeen naar huis om het spaarbankboekje te halen en achter in de rij aan te sluiten. Zo ontstond een file tot ver in de Jan Hendrikstraat. Sommigen waren voorbereid op een lange wachttijd en hadden een vouwstoeltje of romannetje meegenomen. Omstreeks half een verkocht een handige ondernemer belegde broodjes. Toen het later ging regenen verliet nie­mand de rij.

De toenemende rij ongeruste spaarders en niet te vergeten de nieuwsgierige Hagenaars, die naar de zenuwachtige mensenmassa kwamen kijken, maakten politietoezicht noodzakelijk. Niet alleen om ongure elementen op afstand te houden maar ook om eventuele relletjes in de kiem te smoren.

Doortastend optreden
De stormloop op de bank kwam voor bestuur en directie onverwachts. De Nutsspaarbank was zoals de naam zegt een spaarbank en geen kredietbank die zakelijke leningen verstrekt waarover risico’s kan worden gelopen. Ook waren er geen zakelijke banden met de firma ‘Scheurleer’. De Nutspaarbank zou daarom niet worden meegesleept in het faillissement. Kortom er was geen reden voor paniek.

Voor bestuur en directie was het daarom belangrijk het vertrouwen van hun spaarders terug te winnen. In de Haagse kranten [toen nog in overvloed!] maar ook in landelijke dagbladen verschenen interviews met de voorzitter mr. J.H. Andries en de directeur mr. H.W, Bosch. De strekking van hun betoog was dat er geen enkel motief was voor ongerustheid en er absoluut geen vrees bestond, dat de bank niet meer zou uitbetalen.

De spaarders hadden ruim dertig miljoen gulden ingelegd. De bezittingen van de bank, zowel effecten als verleende hypotheken, bedroegen circa eenendertig miljoen gulden. De bank bezat dus een reserve van meer dan een miljoen gulden. Met andere woorden de Nutsspaarbank was solide. Zelfs als alle spaarders hun geld opnamen zou de Nutsspaarbank niet ten onder gaan. Dit was voor de Nederlandse Bank voldoende reden om de Nutsspaarbank te steunen. Dit gebeurde door voorschotten te verstrekken op de effecten, die met pakketten tegelijk naar de Nederlandse Bank werden gezonden. De Nutsspaarbank ontving daar­voor baar geld en was zo in staat alle aanvragen vlot uit te betalen. Ze zou dit blijven doen tot de kalmte was teruggekeerd en het publiek zijn geld weer aan de bank toevertrouwde.

Maar deze geruststellende woorden, de steun van de Nederlandse Bank en de financiële toelichtingen in avond- en ochtendbladen hadden geen invloed op de lengte van de lange rij van op hun geld wachtende spaarders. Want woorden en cijfers zeiden het publiek niet veel; dat dacht alleen aan zijn eigen honderdjes.

Door deze stormloop raakte het personeel tot over de oren in het werk. Iedereen, die helpen kon, werd aan het terugbetalen gezet en noch kwam men handen te kort. We moeten wel bedenken dat destijds de inleg en opnames met de hand werden bijgewerkt in de boekjes en de boekhouding.

Om de toestroom in goede banen te leiden mochten per keer vijftig spaarders naar binnen. Tegen het eind van de dag kregen de nog wachtenden een volgnummer zodat zij de volgende dag als eerste aan de beurt kwamen.

Ook besloot het bestuur dat elk opgevraagd bedrag prompt zou worden uitbetaald. Alleen op de bijkantoren kon men per boekje maximaal vijfhonderd gulden opnemen.

Zeven miljoen gulden
De stormloop duurde van dinsdag 19 april tot met zaterdag 23 april. In die vijf dagen werd ruim zeven miljoen gulden uitbetaald. De spaarders kwamen uit alle lagen van de bevolking, herkenbaar aan hoeden en petten. De meeste namen het hele bedrag van hun spaarbankboekje op.

Maar niet iedereen besefte dat ze het zo juist ontvangen papiergeld ook veilig naar huis moesten brengen. Ze propten de bankbiljetten slordig in hun jaszak of hielden het krampachtig vast. In een enkel geval moest de politie ingrijpen omdat het onverantwoord was om zo over straat te gaan. Ze waren een te makkelijke prooi voor zakkenrollers en ook bestond de kans dat het geld letterlijk zou wegwaaien. Ook waren er spaarders die het opgenomen geld opborgen in hun bank­kluisje; daar achtte men zijn geld veiliger! Terwijl honderden en nog eens honderden aan het dringen waren om hun geld terug te vragen waren er ook nieuwe spaarders die doodleuk naar binnen gingen om een spaarbankboekje te openen en geld te storten. Het sprak voor zich dat deze nieuwelingen met voorrang werden behandeld.

De afloop
Door de vlotte uitbetaling, zonder enige beperking, kwam het publiek tot bezinning en keerde het vertrouwen in de Nutsspaarbank langzaam terug. De kordate aanpak van bestuur en directie had gewerkt.

Op zaterdagochtend, aan het eind van een hectische week, stonden er voor het hoofdkantoor aan de Riviervismarkt nauwelijks mensen en op de bijkantoren was het rustig.

De dag daarvoor was nog anderhalf miljoen gulden uitbetaald! Het personeel haalde opgelucht adem en die avond ging iedereen op tijd naar huis.

De Nutsspaarbank had deze krachtproef glansrijk doorstaan en – schoorvoetend – brachten de spaarders hun centjes weer naar de spaarbank. In de loop van april waren er zelfs 539 nieuwe boekjes uitgegeven.

De bank had de storm overleefd. Uit het jaarverslag over 1932 bleek dat, ondanks alles, de reserves met ongeveer ƒ 300.000 waren toegenomen.

Het bestuur concludeerde dan ook dat de positie van de spaarbank krachtiger was geworden.

Jaren later
De Nutsspaarbank was sterker uit de crisis gekomen. Nog vele jaren, tot 1992, zou de Nutsspaarbank een begrip zijn in Den Haag. In dat jaar, precies zestig jaar na de run op de bank, fuseerde de Nutsspaarbank met de VSB Groep n.v. (de latere Fortisbank). De stichting Nutsspaarbank kreeg hiervoor een aanzienlijk bedrag in aandelen. Besloten werd de opbrengst daarvan te besteden aan maatschappelijke projecten in Den Haag en omgeving. De stichting Nutsspaarbank te ’s Gravenhage wijzigde haar naam in Stichting VSB Fonds Den Haag en Omstreken. Sinds oktober 2002 omgedoopt in Stichting Fonds 1818 tot nut van het algemeen.

Het faillissement van de firma ‘Scheurleer’ – de oorzaak van alle commotie – bleek een ingewikkelde kwestie te zijn. Eerst in november 1949, zeventien jaar en een wereldoorlog later, kon dit faillissement definitief worden afgewikkeld. Vermeldenswaard is dat bij dit faillissement ook het privé vermogen van de firmanten was betrokken. Onderdeel van dit vermogen was een verzameling historische muziekinstrumenten van internationale allure. Deze verzameling, in 1933 door de gemeente Den Haag aangekocht, is sinds1935 bekend als de collectie Scheurleer van het Haags Gemeentemuseum.

Voor alle duidelijkheid
Ook in andere steden, Haarlem, Groningen, etcetera, was in april 1932 een toename van geldopnames bij de Nutsspaarbanken. Maar de sfeer in die steden was niet te vergelijken met de paniekstemming in Den Haag en leidde elders niet tot file vorming bij de loketten.

Omwille van de historische juistheid en leesbaarheid is uitgegaan van guldens. Om een indruk te geven van de waarde van de gulden uit 1932, deze is wat betreft koopkracht te vergelijken met circa negen euro in 2018.

Kees de Raadt
raadtvanleeuwen@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann