Ypenburg en de sportvliegerij

Dat een artikel in De Oud-Hagenaar soms tot hele leuke reacties kan leiden, bleek mij onlangs toen ik naar aanleiding van mijn vorige artikel over Ypenburg een mail kreeg van Fred en Sonja Visser-Olrichs. Fred’s vader bleek voor de oorlog werkzaam te zijn geweest in het restaurant van het vliegveld en had uit die tijd een drietal menukaarten bewaard. Na diens overlijden had Fred deze kaarten nooit weggegooid en was schrijver dezes de gelukkige om de kaarten in ontvangst te mogen nemen wat een zeer waardevolle aanvulling op mijn luchtvaartcollectie is. Deze schenking was dan ook de aanleiding om een artikel te schrijven over de sportvliegerij op Ypenburg.

Dat het vliegveld Ypenburg kon ontstaan, was mede te danken aan de enorme opgang die de Nederlandse sportvliegerij eind jaren twintig en in de jaren dertig van de vorige eeuw maakte. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat het initiatief tot de aanleg in belangrijke mate was genomen door de toenmalige voorzitter van de Haagsche Aeroclub, D.H. Reinders.

Vrijwel direct na de opening van het sportvliegcentrum Ypenburg in 1936 verlieten de hoofdvestiging en de technische dienst van de Nationale Luchtvaartschool (NLS) evenals de Rotterdamsche Aero Club het in Rotterdam gelegen vliegveld Waalhaven en kregen op Ypenburg een nieuwe standplaats. De NLS was op 10 september 1927 officieel op Waalhaven geopend met als doel om sportvliegers op te leiden. De eerste voorzitter en mede-oprichter van de school was C. Kolff. De vlieglessen werden verzorgd door de chef-instructeur H.M. Schmidt Crans die tevens havenmeester en onbezoldigd rijksveldwachter was en de instructeurs W. van Graft, S. de Mul en D.L. Asjes. In de pers verklaarde de toenmalige secretaris van de NLS, M.J.L. Rosman, dat de verhuizing vooral voortkwam uit het feit dat er niet zoveel Rotterdamse sportvliegers waren en dat de meeste leerlingen van de NLS uit de Hofstad en directe omgeving kwamen. Bovendien, zo werd gesteld, “zullen de weinige Rotterdamsche vliegers er de voorkeur aan geven te profiteren van de ‘gezelligheid’, die weldra op Ypenburg hoogtij zal vieren, liever dan in de steeds groeiende stilte van Waalhaven een uitzondering te wezen”. Overigens viel het met die stilte op Waalhaven wel mee gezien de vele andere luchtvaartactiviteiten die daar plaatsvonden. Daaraan zou pas een einde komen toen dit vliegveld in de meidagen van 1940 door de oorlogshandelingen totaal werd verwoest.

Overmoed
Al snel na de verhuizing van de NLS naar Ypenburg werd weer verder gegaan met het geven van vlieglessen. Daarbij werd gebruik gemaakt van toestellen van Nederlandse makelij zoals vliegtuigen van de Rotterdamse firma Koolhoven en de Haagse fabriek Pander. De heer Pliester, werkzaam bij het Haagse reisbureau Lindeman, had op 2 september 1936 de eer om als eerste leerling van de NLS, afdeling Den Haag, zijn eerste vliegles te krijgen. Dat leerlingen van deze school het niet altijd zo nauw namen met de vliegveiligheidsvoorschriften bleek wel op dinsdagavond 15 september 1936. De destijds 22-jarige Delftse student R. Ver Loren van Themaat had de aandacht al op zich gevestigd toen hij met een Koolhoven 46, met de registratie PH-FKC, van de school in de omgeving van de Nieuwe Waterweg zeer laag rondvloog. Zijn doel bleek het Rotterdamse stoomschip “Oranjepolder” te zijn dat op dat moment richting zee koerste. Aan boord bevond zich een kennis van de vlieger die hij een groet wilde brengen. Volgens de krant cirkelde vlieger enkele malen rond het schip waarbij hij volgens ooggetuigen niet meer dan 5 meter boven de waterspiegel vloog. Tenslotte “maakte hij enkele toeren over het schip en vloog tusschen masten en schoorsteen door. Dit werd hem noodlottig want hierbij geraakte hij, zooals aangenomen moet worden in de heete lucht van den schoorsteen. Het toestel stortte vrijwel onmiddellijk op de zij in den Waterweg”. Bij de plaats van het ongeval bevond zich ook het Duitse stoomschip “Diana”. De bemanning van dat schip liet onmiddellijk een sloep te water om de piloot die ongedeerd was gebleven en op een vleugel was geklommen te redden. Dat was net op tijd, want vrijwel meteen daarna zonk het toestel. Nadat hij aan boord van de “Diana” van droge kleren was voorzien werd hij bij Maassluis opgehaald door de motorboot “Petronella” van Van den Tak’s Bergingsmaatschappij en overgebracht naar het kantoor van L. Smit en Co’s Internationale Sleepdienst. Voor hij per auto huiswaarts kon keren werd hem aldaar door de Rijkspolitie een verhoor afgenomen, waarbij geconcludeerd werd dat het ongeval te wijten was aan roekeloosheid. Hoe dit verder afliep, is mij niet bekend.

Internationale belangstelling
Inmiddels had de Rotterdamsche Aeroclub zijn draai op Ypenburg wel gevonden en dus werd besloten om samen met de Haagsche Aeroclub een gezamenlijk diner te houden. Deze eerste officiële maaltijd van beide clubs vond plaats op 3 oktober 1936 in het restaurant van Ypenburg en bestond, zoals de afgebeelde menukaart laat zien, niet uit een eenvoudige doch voedzame broodjeslunch.

Inmiddels ontwikkelde de afdeling Den Haag van de NLS zich zodanig snel dat de school besloot om extra instructeurs op Ypenburg te plaatsen. De betekende bijvoorbeeld dat de vlieginstructeur A.R. Somer van de afdeling Eindhoven naar Rijswijk werd overgeplaatst om de aldaar reeds werkzame instructeurs te assisteren. Begin 1937 zou Somer, die op Soesterberg tot officier-vlieger was opgeleid en in de zomer van 1934 bij de NLS in dienst was gekomen gezien de voortreffelijke reputatie die hij genoot, bij een vliegramp in Frankrijk om het leven komen. Deze ramp betekende echter geenszins dat aan wat men toen het luchttoerisme noemde een einde kwam want als het weer het maar enigszins toeliet vlogen de instructeurs Schmidt Crans en Asjes met passagiers naar bestemmingen zoals Parijs en Kopenhagen wat toen niet voor iedereen was weggelegd. Dat de NLS in die tijd zo kon groeien kwam ook voort uit de reclame die de school voor zichzelf maakte. Zo nam de NLS in 1937 deel aan de luchtvaarttentoonstelling Avia die van 30 juli-15 augustus in de hallen van de N.V. Tentoonstellingsgebouw Houtrust in Den Haag werd gehouden. Een jaar later was de NLS aanwezig op de Luchtvaarttentoonstelling die, ter gelegenheid van het 40-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, op Schiphol plaatsvond. Dat leidde ertoe dat de NLS zich zo rond 1939 kon ontwikkelen tot een instituut met ongeveer 20 lesvliegtuigen, negen instructeurs, twee hulp-instructeurs en met afdelingen op diverse Nederlandse vliegvelden.

Het feit dat het op Ypenburg blijkbaar erg gezellig kon zijn werkte ook als een magneet op de buitenlandse sportvliegers. Om die zo geroemde gezelligheid aan den lijve te ondervinden bracht een groep Poolse sportvliegers op 17 september 1938 een bezoek aan Ypenburg. Na een hartelijke ontvangst werd hen een, door de Rotterdamsche en Haagsche Aeroclubs georganiseerd, uitgebreid diner aangeboden waarna zij geheel tevreden en enthousiast huiswaarts keerden.

H.M Schmidt Crans
Het voert te ver om hier een hele biografie te schrijven over deze beroemde vlieger, die door al zijn activiteiten op luchtvaartgebied toen als bekend stond als wat wij nu een Bekende Nederlander (BN’er) noemen, dus volsta ik met het noemen van enige feiten.

De chef-instructeur van de NLS, H.M. (Hein) Schmidt Crans, had vanaf zijn vroege jeugd een grote belangstelling voor techniek gehad en was om die reden in Delft gaan studeren. Dat duurde echter niet lang, want toen hij in de krant een advertentie had gelezen om te worden opgeleid tot officier-vlieger bij de Koninklijke Marine, besloot hij de richting van de vliegerij op te gaan en ging in opleiding op het Marinevliegkamp De Kooy bij Den Helder waar de later zo beroemd geworden Karel Doorman zijn instructeur werd. Het vliegen zat blijkbaar in zijn vingers, want in 1918 werd hij benoemd tot officier-vlieger derde klasse. In juni 1919 behaalde hij het internationaal vliegbrevet en in augustus het militaire brevet. Kort daarna werd hij aangesteld als chef-instructeur bij de marine. Na een ongeval waarbij een mede instructeur om het leven kwam verliet hij de dienst. Nadat hij enige tijd bij een firma in Utrecht te hebben gewerkt, keerde hij in 1926 terug in de vliegerij als reserve eerste luitenant bij de Luchtvaartafdeeling van de Koninklijke Landmacht maar niet voor lang. Weldra maakte hij de overstap naar de in 1927 opgerichte NLS waar hij het al snel tot chef-instructeur bracht. Op 1 november 1938 vierde hij zijn 20-jarig vliegerjubileum. In een krantenartikel stond daarover het volgende te lezen: “Hij zelf is niet sterk in het onthouden van data doch de Nederlandsche sportvliegers die den strengen leermeester en den goeden vriend zoo hartelijk waarderen hebben den datum onthouden, waarop hij 20 jaar geleden in de vliegerij ging”. Om dit heuglijke feit te vieren, werd er een comité gevormd, bestaande uit W. Bolken, H. Cohn, G.A.E. Gleichman, C. van ’t Groenwout, J. van Stolk, jhr. P.H. van den Wall Repelaer van Puttershoek en P.H. Werninck Jr. Deze groep, op één na alle oud-leerlingen van Schmidt Crans, bood hem op 2 november 1938 in het restaurant van Ypenburg een diner aan. Zelfs de ANWB liet zich niet onbetuigd. In De Kampioen, orgaan van den Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B. stond het volgende te lezen: “Ter gelegenheid van zijn 20-jarig vliegerjubileum werd hij door C.R.T. baron Kraijenhoff, lid van het dagelijks bestuur, hem namens den ANWB en het Bureau voor Luchttoerisme in een geestige en hartelijke rede gefeliciteerd en de beste wenschen voor zijn verdere “loopbaan” in de lucht uitgesproken”. Die loopbaan zou zich nog enige jaren voortzetten. Tijdens de mobilisatie kwam hij terecht bij het Wapen der Militaire Luchtvaart en kreeg als reserve kapitein-vlieger het commando over de 1eJachtvliegtuigafdeling van het 1eLuchtvaartregiment dat op het vliegveld De Kooy was gestationeerd. Voor zijn deelname aan de luchtstrijd tegen de Duitsers in mei 1940, werd hij onderscheiden met één van de hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheidingen, het Bronzen Kruis. Hij zou zijn carrière, opmerkelijk genoeg, beëindigen als tandarts.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann