Heimwee naar de unieke Haagse dierentuin

Wie heeft er geen enthousiaste herinneringen aan de Haagse dierentuin, die ooit heeft gestaan op de hoek Koningskade en de Zuid-Hollandlaan. De dierentuin was een begrip in Den Haag en hoorde bij onze woonplaats zoals het Binnenhof, de Gevangenpoort en het planetarium.

Na de komst van dierentuin Artis in Amsterdam in 1838 en diergaarde Blijdorp in Rotterdam in 1857 kon Den Haag niet achterblijven met een dergelijke educatieve attractie: in 1863 werd door het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap tot Acclimatatie de dierentuin geopend. Een particulier initiatief van enkele welgestelde heren, die brood zagen in een dieren- en plantentuin.

Aanvankelijk was het de bedoeling om een deel van de Koekamp af te snoepen voor het gebruik van het terrein, maar de heren dienden genoegen te nemen met een stuk weiland naast het Malieveld dat slechts van elkaar was gescheiden door een bossloot. Gelegen nabij de huidige Jan van Nassaustraat.

Bezoekers
De dierentuin had een aandelenkapitaal van 150.000 gulden, waarvan in 1863 minder dan de helft was geplaatst. Op de eerste aandeelhoudersvergadering was voorzitter A. Vrolik buitengewoon enthousiast over zowel beesten als bezoekers. De eerste groep nam in aantal toe van 235 naar 647 exemplaren, verdeeld over 234 diersoorten.

Ook de bezoekersaantallen logen er niet om. Waren er het eerste jaar nog 5.700 bezoekers, een jaar later bereikte het aantal al bijna 9.000 gasten.

De start was perfect. Ook de spoorwegen wisten al spoedig dagtochten te organiseren met stijgende bezoekersaantallen tot gevolg. Maar dat gold ook voor de opening van de tentoonstelling voor pluimgedierte in de tuin in 1874 en de komst het olifantenverblijf een jaar later. Naast dierentuin was het hoofdgebouw ook uitermate geschikt voor het organiseren van tentoonstellingen en vergaderingen. De diverse ruimten konden gemakkelijk worden omgetoverd tot zalen voor feesten en recepties. Naast particulieren maakten ook veel militairen dankbaar gebruik van deze accommodatie. Ook dans- en jubileumfeesten ter gelegenheid van vorstelijk verjaardagen kwamen geregeld voor. De dierentuin veroverde zo een vooraanstaande plaats in de Haagse samenleving.

Portier
De sfeer was erg gemoedelijk bij de dierentuin. Bij het 20-jarig bestaan kreeg portier J.F. Freund een huldeblijk vanwege het trouw openen van de toegangspoorten. Naast het apenverblijf, hertenkamp, vogelkooi, berenkuil, duivenhok, onderkomens voor de olifanten, giraffen en andere wilde dieren, was er ook een aquarium, een kegelbaan, een museum en een bibliotheek.

In 1890 komen de eerste berichten over een slechte bodem, over drainage, over opruimen van de vogels, omdat de kosten te hoog waren. Ambitieuze plannen werden gemaakt om de financiën op orde te krijgen door een verhoging van de entreeprijzen. Ook de verkoop van grond in 1893 om de Benoordenhoutseweg langs het Malieveld door te trekken, bracht extra geld in het laatje. Verdere saneringen volgden.

Zalencentrum
Eind 1915 had de dierentuin nog 31 soorten zoogdieren. De dierentuin werd steeds meer gebruikt voor verhuur van zalen en het geven van tuinfeesten. De laatste grote dieren, waaronder 5 zebra’s werden verkocht aan de heer J. Burgers (!) te ‘s-Heerenberg, maar enkele beren en apen bleven. Ondertussen ging in 1921 de bouw van start van de grote deftige zaal, die zorgde voor gouden tijden. Eind jaren ’20 en ’30 waren topjaren voor de dierentuin nieuwe stijl. Na de oorlog werd de ‘dierentuin’ steeds meer een gezellig congres- en evenementencentrum. Totdat in 1985 de overheid andere plannen had.

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann