De Perenstraat

Ik ben begin vijftiger jaren geboren in de Perenstraat op nr. 43 in de hoek. Ja, naast de familie Borstlap. De gezinnen met kinderen rondom beloofden een leuke jeugd en dat werd het. Als 5-jarige stond ik ’s ochtends met mijn moeder voor de vensterbank te wachten op de Simca van mijn vader, die seinend met de gele koplampen naar zijn werk ging. De Simca werd voor korte tijd gestald om de hoek, in het stukje tussen de Vlierboomstraat en de Perenstraat bij Garage Prenen. Voor korte tijd, want al snel kwam mijn vader erachter dat niet alleen hij de Simca bestuurde, maar ook de aimabele heer Prenen, wanneer hij ’s avonds naar b.v. Amsterdam wilde. Controle op tankinhoud lukte niet, want deze garage had ook een pomp… Dan maar heer Prenen gepakt op de kilometerstand. O, o, Den Haag!

Dan het koffiehuis van Oom Piet, om de hoek op het stukje naar de Mient. Daar rustten de koetsiers van de ZHB (bier dus) en van Oud en Nieuw Eik en Duinen (iets anders dus), allen met een hoog gekleurde neus. Tja, de kou… Daar binnen was het smoorheet, zwaar bewolkt van de shagwalm en rook het in hoofdzaak naar bier en jenever, maar toch ook een vleugje koffie, want het was immers een koffiehuis. We kregen van oom Piet – met jagershoed – altijd een stuk “buigzame” sprits. Ach, en dan de paarden langs de stoep niet vergetend: je keek als kleine naar die enorme knollen waar ineens “iets” onderuit zakte, waarvan ik eerst dacht dat het een puttenzuiger was. Nee, gewoon een paardenpik waaruit kolkende liters bier met water schuimend op straat belandde. Ik keek als jochie toen wel eens bij mijzelf naar beneden: ik zou toch ook niet zo’n… Ach, hou maar op.

Ik kan eigenlijk wel blijven doorgaan over ons stukje Perenstraat, maar dat gaat misschien vervelen. Nog even de binnen handbereik aanwezige winkelstand: ja, de supermarkt van de familie Dost. Hardwerkende vriendelijke mensen, waar de suiker en weet ik wat nog in papieren puntzakken gedaan werd en waar nog nooit van een houdbaarheidsdatum gehoord was. Altijd vers dus! Ook zo fijn voor ons: de snoephoek waar je zelf, het zakje mocht vullen, lag buiten het zicht van de heer Dost. Dus één dropsleutel in het papieren zakje en betalen en één in het jaszakje, enz. Dat waren tijden. Jammer dat de familie niet langer kon opboksen tegen de nieuw gevestigde supermarkt op de hoek Vlierboomstraat en Frambozenstraat. Even nog de sympathieke heer en mevrouw Van Biezen met hun sigarenzaak annex woonhuis tegenover Dost. Elke dag één à twee pakjes Golden Fiction zonder filter en gruwelbeelden op de verpakking voor mijn vader; hij is zonder ziek te zijn geweest over de tachtig geworden, maar dit terzijde. Zoals gezegd ik kan nog wel even, maar misschien later.

Als slot, ik blijf het altijd zeggen: O, o, Den Haag! Wees trots op die stad.

Mark van Aartrijk
m.aartrijk@upcmail.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann