Een Haagse kunstenaar bij uitstek

Over de kunstenaar waar dit artikel over gaat, kwam ik uiteenlopende beschrijvingen tegen. Laat ik er enkele op een rijtje zetten. Hij is een van de belangrijkste Nederlandse schilders van dit ogenblik. (1948). Het gaat hier om de schilder der bedeesdheid, van de stilte, van de sfeer die om eenvoudige dingen en menschen hangt. Hij wil het raadselachtige van het bestaan realiseren door de schilderkunst en het gaat dan om het verband tussen mens en dier. Het gaat hier om een Haagse kunstenaar bij uitstek.

Cornelis Andrea, Kees, zoals hij genoemd werd, is op 3 februari 1914 geboren. Zijn ouders woonden op dat moment in de Cartesiusstraat. Zijn grootvader was steendrukker van zijn vak en zijn vader lithograaf. Hij heeft prenten van bekende kunstenaars gedrukt, waaronder die van Maurits Escher. Na de lagere school ging Kees naar de mulo in de Aucubastraat en vervolgens naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Hier behaalde hij de MO acte tekenen. Op de Academie leerde hij zijn vrouw, de illustratrice en tekenares Metty Naezer, kennen en ze zijn op 10 september 1941 getrouwd. Ze kregen twee zoons, Gustaaf Hein, die onder de naam Pat Andrea minstens zo beroemd zou worden als zijn vader, en Hein, die onder meer geschiedenisleraar werd en daarnaast een uiterst avontuurlijk leven leidt. Kees en zijn vrouw woonden in de Ligusterstraat op nummer 23. Op dit moment woont zijn kleindochter Luna op ditzelfde adres.

In 1938 kreeg Kees samen met de kunstenaars Paul Kromjong en Livinus van der Bundt een reisbeurs. Ze gingen naar Hongarije en besloten vanuit Boedapest de Donau te gaan volgen en zo kwamen ze in diverse plattelandsdorpen terecht. Hoewel Kees daarna diverse andere landen heeft bezocht, zoals Spanje, Italië en landen in Midden-Amerika, is vooral de invloed van die reis door een deel van Hongarije in zijn werk merkbaar. De manier waarop de mensen daar leefden en de rijke volkskunst, die hij daar aantrof, maakten diepe indruk. In 1947 werd hij leraar aan de in dat jaar opgerichte Vrije Academie. Ook heeft hij als therapeut met patiënten van het Haags Sanatorium aan de Doorniksestraat gewerkt. Hij was zowel lid van Pulchri Studio als van de Haagse Kunstkring en heeft diverse prijzen gewonnen, waaronder in 1953 de Jacob Maris-prijs.

Hij beperkte zich zeker niet tot het schilderen alleen. Zo maakte hij etsen, tekeningen en daarnaast maakte hij gebruik van textiel. Hij heeft tot op hoge leeftijd in zijn atelier in De Voorde aan de Van Vredenburchweg in Rijswijk gewerkt. Op 7 juli 2006 is hij in onze stad overleden.

De Nieuwe Haagse School
In een aantal artikelen over Haagse kunstenaars in deze krant is het begrip De Nieuwe Haagse School genoemd. Ook Kees Andrea wordt tot deze ‘groep’ gerekend en daarom lijkt het me verstandig hier iets meer over te vertellen. Dat Nieuwe suggereert dat er ook een Haagse School bestond en dat is juist. Deze benaming is voor het eerst in 1875 gebruikt en hiermee werd een groep van gelijkgestemde kunstenaars omschreven die of in Den Haag woonden of iets met onze stad hadden. In hun werk kreeg de weergave van het licht en de atmosfeer vooral grote aandacht. In 1951 verscheen er een manifest waarin “enkele gelijkgerichte Haagse schilders en beeldhouwers” duidelijk probeerden te maken waarom er vanaf dat moment sprake was van samenwerking binnen een groep, Verve genaamd, en binnen deze kring is de benaming Nieuwe Haagse School ontstaan. Overigens niet te verwarren met dezelfde naam die al vanaf 1920 door bouwkundigen werd gebruikt.

Verve
In voornoemd Manifest staat onder andere: “De taak van de vrije kunstenaar is in de eerste plaats een stimulerende en bezielende. Bezieling en verfraaiing van alle mogelijke levensvormen. Meer fantasie en verbeelding, meer verve. Het nieuwe beeld zal ontleend zijn aan de uitdrukkingskracht van het materiaal. Het streven en de stijl van deze groep zijn sociaal en progressief.” Behalve Kees Andrea onderschreven kunstenaars als Hermanus Berserik, Jan van Heel en Co Westerik dit manifest. Enkele jaren later werd de doelstelling van deze groep omschreven als: “Hoofdzaak was het streven naar kwaliteit. Daarbij moet u Verve zien als een Haags antwoord op Cobra.” In 1957 is de groep uiteengevallen.

Cobra
Ook hier gaat het om een groep van min of meer gelijkgestemde kunstenaars die enthousiast samenwerkten en onder meer een eigen tijdschrift uitgaven. Kenmerkend was de spontaniteit, het gebruik maken van een onbelemmerde fantasie en als uitgangspunt werden vaak kindertekeningen en voortbrengselen uit de volkskunst gebruikt. Bovendien verzette men zich zo vlak na de Tweede Wereldoorlog – in 1948 liet men al van zich spreken – tegen de op dat moment binnen de kunstwereld gehanteerde regels. Het gaat hier om een internationale groep. De naam Cobra ontstond door de beginletters van de drie hoofdsteden: Copenhagen, Bruxelles en Amsterdam samen te voegen. Karel Appel en Corneille zijn bekende voorbeelden uit ons land.

In een krantenartikel kwam ik de volgende opmerking van de oudste zoon van Kees tegen: “In het leven kun je van alles kiezen, behalve je ouders en ik heb ontzettend veel geluk gehad.” Hopelijk denken mijn twee zonen er net zo over.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann