Dopmeijer niet kennen is een gebrek aan je opvoeding

“Het is eigenlijk een gebrek aan je opvoeding als je de naam Dopmeijer niet kent”, stelt eigenaar John vast als ik net aan mijn interview over dit fenomeen begonnen ben en in alle openheid vaststel, dat ik tot voor kort de naam Dopmeijer niet kende. “Ik kom ook niet uit deze buurt”, antwoord ik ter verontschuldiging. Want de laatste van de vijf Dopmeijer broodjeszaken (de beroemdste broodjeszaken van Den Haag, die ooit zaten aan het Slijkeinde, in de Van der Vennestraat, aan de Stationsweg, op de hoek van de Van Ostadestraat en de Paulus Potterstaat en de laatste dus aan de Rijswijkseweg) gaat op 13 april sluiten. Na 108 jaar!

Op 28 oktober 2009 bestond dit beroemde bedrijf dus 100 jaar, maar op die dag was er geen burgemeester, geen koningin, geen erkenning als hofleverancier. John (die eigenlijk geen Dopmeijer heet, want hij nam de zaak van zijn vader over, zijn moeder heette nog Dopmeijer) is er nog een beetje teleurgesteld over. “Een week na het jubileum kwam er weliswaar een wethouder langs, dat was alles, met een bloemetje, ik weet zijn naam niet eens meer te herinneren. Ik gaf hem toen een pot mosterd. Om aan te geven, dat zijn komst mosterd na de maaltijd was.”

Maar John en Alie (zijn vrouw, die ook al vanaf haar 25e jaar in de zaak staat) nemen op 13 april niet teleurgesteld afscheid van dit beroemde bedrijf. “Ach”, zegt John, “mijn moeder vroeg op mijn zestigste wat ik voor mijn verjaardag wilde hebben en toen zei ik dat ik de zaak wel wilde hebben. Die heb ik nu dus zeven jaar, maar ik ben er zo ongeveer geboren. Toen ik drie maanden oud was, zat ik al in de kinderstoel in de zaak en zei ik al tegen het personeel hoe ze het moesten doen. Dat laatste is natuurlijk onzin”, voegt hij er meteen aan toe, “maar ik wil alleen maar zeggen, dat ik in deze zaak ben opgegroeid.”

Stationsweg 55-51. Op nr. 53 de broodjeszaak Dopmeijer. Foto: Dienst voor de Stadsontwikkeling (Haags Gemeentearchief)
John en Alie
Twee stamgasten

Wat is nu eigenlijk het geheim van deze broodjeszaak waar iedereen de mond vol van heeft? De oorspronkelijke oprichter (in 1909 dus) was overgrootvader Johan Joseph, die de eerste zaak begon op de hoek van de Van Ostadestraat en de Paulus Potterstraat, midden in een echte volksbuurt. Grootmoeder nam de zaak over, maar die heette na haar huwelijk van Schoten-Dopmeijer. Besloten is toen al om de naam Dopmeijer te handhaven. Commercieel en slim waren ze toen al bij de Dopmeijertjes! “Het grote geheim”, zo bouwt John de spanning op, “is, dat we alles zelf maken. Om eerlijk te zijn, maken we alleen de bloedworst niet zelf, die wordt ons aangeleverd. Maar verder maken we alles zelf. Met onze unieke kruiden, die we aanvankelijk ook van een fabriek kregen, maar die zijn we zelf gaan maken toen die fabriek ermee stopte. En die kruiden zijn uniek. Pekelvlees, we maken het zelf, goulash we maken het zelf, nogmaals: we maken alles behalve de bloedworst zelf”, zegt John vol trots. Aan het einde van ons gesprek geeft hij mij een klein doosje met Dopmeijer-kruiden mee. “Proef het rustig, maar doe er niet teveel tegelijk in, hè”, voegt hij er nog aan toe.

John en Alie gaan de mensen missen, die vaste bezoekers van Dopmeijer aan de Rijswijkseweg zijn. “Er zijn zelfs vaste klanten, die al sinds een paar weken hun bestellingen voor de nabije toekomst hebben geplaatst en die de spullen na aflevering in de diepvries plaatsen om er later van te kunnen genieten”, stelt John vol trots vast. “Ach, we gaan de contacten natuurlijk wel missen. En de verhalen. Zoals het verhaal van een vaste klant, die drie balletjes gehakt kwam halen voor een goede vriend, die een hersenbloeding had gehad en wiens been geamputeerd was en zo graag een paar Dopmeijer-ballen wilde hebben. De gezelligheid, we gaan het wel missen. Vergeet niet, dat we hier de dagen door brachten van half zeven ’s morgens tot zeven uur ’s avonds. En we waren altijd alle dagen op de zaak. De drie weken vakantie waren wel altijd heilig, dan ging de zaak op slot. Vanaf 13 april beginnen John en Alie een ander leven en verdwijnt de naam Dopmeijer van de gevel aan de Rijswijkseweg. De naam in neon krijgt wellicht een mooi plaatsje in een museum. Althans, daar hoopt John op. Dopmeijer, een begrip gedurende 108 jaar, verdwijnt uit het Haagse straatbeeld. Het einde van een tijdperk.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann