Bombardement op het Bezuidenhout

In de nacht van 13 op 14 februari 1945 bombardeerden de geallieerden Dresden. De binnenstad vatte vlam. Dat betekende het ontstaan van warme lucht die naar boven gaat. Beneden ontstaat een lagere luchtdruk die wordt aangevuld door lucht van de zijkant. Hierdoor ontwikkelt zich een storm die een vuurstorm wordt doordat gebouwen in brand staan. In totaal kwamen bijna 25.000 mensen om. Het militair doel van het bombardement was wellicht alleen de bevolking murw te maken en het einde van de oorlog te bespoedigen.

Op 3 maart 1945 was het de bedoeling het Haagse Bos te vernietigen. Vanuit het bos werden V2-raketten afgevuurd om de haven van Antwerpen en Londen aan te vallen. Het zuiden van Nederland was bevrijd. De Duitsers hadden kort daarvoor een raket ontwikkeld die Londen kon aanvallen, maar moesten dat vanaf een grote afstand doen. Het Haagse Bos was een geschikt punt, omdat men de raketten ook nog wat aan het zicht kon onttrekken. Bovendien was de aanvoer gemakkelijk mogelijk en verwachtten ze dat de geallieerden geen burgerdoelen zouden aanvallen. In de middag van 3 maart gingen de geallieerden verder met het aanvallen van de brug over de Rijn bij Wesel (denk aan de verloren strijd bij de brug in Arnhem). Behalve de brug, werd de hele stad Wesel vernietigd. Men keek blijkbaar niet op een bom en over de nodige precisie beschikte men nog niet.

In de ochtend van de derde maart werd de aanval gedaan. Het was bewolkt. Men wilde geen laagvliegende jachtvliegtuigen inzetten, omdat die gemakkelijk door het afweergeschut naar beneden zouden kunnen worden gehaald. Men koos voor hoog vliegende grote bommenwerpers. Omdat het wat bewolkt was, koos men voor navigatie via het kort daarvoor ontwikkelde systeem van radioplaatsbepaling. Hierbij is te bedenken dat radio pas enkele jaren bestond en dat de Duitsers het navigatiesysteem van de Engelsen stoorden. Er waren testen in Engeland uitgevoerd om na te gaan hoe precies de navigatie was. Daarbij gevonden dat men niet op het juiste punt uit kwam.

In plaats van het Haagse Bos te bombarderen, werd een groot deel van het Bezuidenhout vernietigd. Veel doden en gewonden plus grote ravage. Kort na de aanval zijn natuurlijk beschuldigingen geuit waarom niet het juiste doel werd bereikt. Er zijn daar twee motieven voor genoemd. De eerste was de sterkte van de wind. Uit gegevens van het KNMI, die nu nog zijn op te vragen, blijkt dat er geen bijzonder sterke wind was. Een heel normale windsterkte uit het noordwesten. Mochten de bommen daardoor wat uit hun koers zijn geraakt, dan had men hier gemakkelijk rekening mee kunnen houden. Wellicht is de hardere wind die in verhalen wordt genoemd wel de bovengenoemde vuurstorm.

Als tweede motief wordt genoemd dat er een fout is gemaakt met een luchtfoto door verwisseling van de maten van links naar rechts met die van boven naar beneden. Als geodeet, landmeter, moet ik een dergelijk motief verwijzen naar het rijk der fabelen. Volkomen onzin! Wanneer een luchtfoto wordt genomen, is de juiste plek van opname onbekend. Wellicht is het in de huidige tijd met GPS wel mogelijk de juiste locatie te bepalen. Toen, en nog decennia later, moest een andere methode worden gebruikt voor het inpassen van een foto op een kaart. In de stad worden tegels wit geverfd en door landmeters op de grond in coördinaten opgemeten. In het landelijk gebied worden witte hardboard schijven uitgelegd en opgemeten. De bewoners van het gebied de Haagse Beemden bij Breda kunnen zich de ellende nog wellicht herinneren wanneer het lang duurt voor de hemel een dag zo helder is dat er luchtfoto’s kunnen worden gemaakt. De witte tegels en hardboard schijven zijn op de foto zichtbaar en daarop wordt de foto ingepast. Een dergelijke werkwijze is in de oorlog zeker niet gebruikt. Het Haagse Bos was gewoon zichtbaar op een landkaart die men in Londen zeker ter beschikking had.

In een oud programma van OVT van de VPRO wordt terecht een cartograaf in de hoek gedreven door de vragenstelster. Een cartograaf is nu eenmaal geen landmeter.

Ik ga er nu vanuit dat men toch heeft getracht met radionavigatie zo precies mogelijk het doel te bepalen. We weten al lang dat de aarde een bol is. Wanneer je die op een plat vlak wilt afbeelden (een kaart) maak je natuurlijk fouten. Een bekende projectie is die van Mercator. Daarbij wordt een stuk papier rond de evenaar gehouden. Die projectie is juist. Naarmate je meer naar de polen komt wordt de projectie slechter. In deze projectie is Groenland even groot afgebeeld als Afrika, terwijl dat land in werkelijkheid 5 keer zo klein is. De eerste vraag is hoe nauwkeurig de plaats van de zendstations in coördinaten is vastgelegd. De hier gebruikte coördinaten zullen geografische lengte en breedte zijn. Het nulpunt voor de breedte is de evenaar, 90 graden is de noordpool. Voor het nulpunt van de geografische lengte is de meridiaan die loopt van noord naar zuid over de sterrenwacht in Greenwich bij Londen. Na 360 graden ben je weer in het nulpunt. Op een site is een zender bij Roermond te zien. Die staat midden in het land. Voor plaatsbepaling daarvan zouden kerktorens moeten worden gebruikt, maar die waren in de oorlog ernstig beschadigd. Heeft deze zender een rol gespeeld, dan is het waarschijnlijk dat de coördinaten daarvan zeer onbetrouwbaar waren. Zijn zenders in Engeland gebruikt, dan moet je er aan denken dat je eigenlijk een driehoek maakt met een scherpe hoek bij het doel. De andere hoekpunten zijn dan de zenders. Mocht daar in de locatie een kleine fout zijn gemaakt, dan wordt die fout versterkt bij het doel.

Het ziet ernaar uit dat de radiosignalen zich in een plat vlak voortbewogen en dat men dit platte vlak heeft gelegd op de platte afbeelding van de werkelijkheid, namelijk een vertekende kaart. Hoe groot de gemaakte fout is, zou aan de hand van meer gegevens moeten worden uitgezocht. De schrijver staat open voor hulp daarbij. Van het bombardement is een heel uitgebreide beschrijving te vinden.

De informatie die ‘Andere Tijden’ geeft, lijkt niet in overeenstemming met bovenstaande. In het bovengenoemde radioprogramma spreekt een navigator over het navigatiesysteem. Geeft ook aan dat dit betrouwbaar kan zijn, maar geeft niet aan waar dit bepaald is.

Wat wellicht ook een rol heeft gespeeld, is dat een vliegtuig zich nu eenmaal voortbeweegt. Wanneer een navigator doorgeeft dat er een bom moet worden afgevuurd, verloopt er enige tijd. Gaan we uit van een vliegsnelheid van 360 km per uur, dan heeft het vliegtuig in 1 seconde al 100 meter afgelegd. De breedte van het Haagse Bos is 600 meter. Binnen enkele seconden wordt een bom eerder op het Bezuidenhout neergegooid dan op het Haagse Bos. Duidelijk is in ieder geval dat het een foute beslissing was het bombardement uit te voeren met grote hoogvliegende bommenwerpers.

Aat Visser
aatvisser@gmail.com

Louise de Colignyplein, Wilhelminakerk na het bombardement op het Bezuidenhout. Foto: Haags Gemeentearchief

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann