Een bijzonder restaurant op Scheveningen (deel 2)

Het Soerabaijasch Handelsblad van 9 september 1905 kwam destijds met een ‘ironisch’ bedoeld bericht.

Een groot Scheveningsch genot- door de duurte slechts voor weinigen weggelegd- is verder het dineren in het restaurant van het Kurhaus dat uitzicht geeft op het terras. Door de grote glazen ramen van ’t restaurant is de gehele eet-ceremonie van de binnenzittenden door de wandelaars op het terras te zien. En de quintessens van het genot ligt ‘m in dat.… dat iedereen buiten ’t zien kan, als je daarbinnen, liefst vlak voor ’t raam zit te pimpelen. Maar ’t is dan ook zo ontzaglijk superieur, en getuigt immers van zo’n fijne cultivatie en gevoelige smaak, om een smoking aan te hebben met een portefeuille in de zijzak, en dan een ‘vol-au-vent’ of een ‘fricassé de pigeons’ te verorberen, zo dat de wandelaars op het terras je ieder hapje in de mond zien steken! Het innigste genot is daarbij natuurlijk het idee, dat kan ik doen, en jij lekker niet, jij mag er alleen maar naar kijken!

Deze omschrijving slaat op de bijzondere inrichting van enkele restaurantzalen aanwezig binnen hotel ‘Kurhaus’ op Scheveningen. In kader van de verdere modernisering van Scheveningen als badplaats en uitgaanscentrum schrijft Bernard Goldbeck (directeur Kurhaus) op 12 oktober 1901 aan het Haags gemeentebestuur dat het restaurant; dringend moest worden vernieuwd en vervangen door een constructie die beantwoord aan de eisen die tegenwoordig aan dergelijke inrichtingen worden gesteld.

De architect W.B. van Liefland zag zich hiermee gesteld voor een bijna onmogelijke opgave, waarbij de hoogte in de grote restaurantzaal niet meer mocht bedragen dan 6 meter. De breedte 10,5 meter en in lengte 21 meter. Verder zal voorzien worden in een zaaltje voor ‘diner à la carte’ (6,70 x 13,70 meter) en salongedeelte speciaal ingericht voor reserveringen (4,85 x 4,85 meter). Het moest vrij uitzicht bieden zonder de aanwezigheid van hinderlijke steunpilaren. Van Liefland voorziet in twee gebogen spanten vervaardigd uit kanaalijzer in hoefijzervorm en rustend op granieten voetstukken en wordt mede versterkt door zware stripplaten zonder aan te brengen de noodzakelijke trekstangen. Het draagvermogen hieruit berekend slaat op het vijfvoudige (60.000 kg) dat nog eens met 30.000 kg (regenwater en sneeuw) wordt vermeerderd wat in totaal 90.000 kg (!) oplevert aan draagvermogen. De plafondbedekking bestaat uit het aanbrengen van zware spiegelruiten met daaronder in gebogen vorm aangebracht, een glas in lood versierd plafond met caisson verdeling. De totale glasbedekking bedraagt ruim 200 m2. Een moeilijke opgave was het geheel te verdelen in de juiste proporties zodat de vereiste hoogte van 6 meter nog eens 70 cm inlevert. Aan dit plafond komen koperen ornamenten omgeven door gouden franjes en kwasten met een rij gloeilampjes. De zijwanden worden eveneens met spiegels uitgerust, en gedecoreerd met een ‘Jugendstil’ beschildering. Verder voorziet dit deel restaurant in opschuifbare ramen ingezet met blank spiegelglas. De stoelen zijn gestoffeerd in het rood, evenals het tapijt. Op de tafeltjes komen geelkoperen elektrische lampjes met kapjes in afwijkende vorm en kleur, en maakt deze restaurant inrichting geheel compleet zoals dat poëtisch kan voorkomen in Jules Verne’s 20.00 mijlen onder zee. Hoelang heeft deze inrichting bestaan? Al in de twintiger jaren komt de grote restaurantzaal als tentoonstellingsruimte in gebruik. In 1938 opnieuw verbouwd en verdwijnt het glas in lood plafond onder een betimmering, om vervolgens in 1976 tijdens ontmanteling weer tevoorschijn te komen. Enkele glas in lood raamdelen zijn thans in bezit bij het Haags Historisch museum. Pas vanaf het seizoen 1946-1947 draagt dit restaurant de naam ‘La Corvette’ en destijds gevestigd aan Strandweg 19 op Scheveningen.

Peter van Dam
vandam.peter@gmail.com

Aanbesteding: 27 oktober 1901 voor f 27.820.
Hoofdaannemer: Jacobus van den Elshout. Uitvoering: R.F. de Swart Jr, Voorburg.
Architect: Wilhelmus Bernardus van Liefland (1857-1919).
Hoofdopzichter: Martinus J. van der Schilden (1864-1940).
Ontwerp glas in lood ramen: Eduard W.F. Kerling (1860-1923).
Meubilair: firma A.J. Mesker.
IJzerwerk: fa. Vincent & Co uit Schiedam.
Decoratief schilderwerk: de firma ‘Jean van Hoeck Brassine’ uit Brussel.

Opening: 15 juni 1902.
Archiefdocumentatie, collectie auteur. Foto’s: Haags Gemeentearchief.
Zie: Peter van Dam, W.B. van Liefland, eigenzinnig Haags architect. ISBN 978-94-6010-064-2. Uitgeverij De Nieuwe Haagsche.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann