Herinneringen aan de Kaapstraat

Zelf ben ik geboren in een zijstraat van de Kaapstraat, nl. de Viljoenstraat, maar als baby met mijn ouders al snel verhuisd naar een eerste etagewoning in de Kaapstraat op nr. 127. Op hetzelfde portiek maar dan op nr. 123 woonden mijn opa en oma. In de oorlogsjaren kon ik daar nog weleens terecht voor een boterham of iets anders eetbaars. Toen mijn opa en oma (van vaders kant) op latere leeftijd problemen kregen met de trap in huis, hebben mijn ouders en zij van woning geruild, wij naar de tweede etage en opa en oma naar de eerste etage – met goedvinden van huisbaas Henzing overigens. Ik herinner mij nog goed dat ik tijdens de voedseldroppings van o.a. het befaamde Zweedse wittebrood met mijn tante op het dak van de woning mocht gaan staan om naar de laag overvliegende vliegtuigen te zwaaien.

De Kaapstraat loopt vanaf de Kempstraat via het Kaapseplein tot aan de Hoefkade. In het midden van de straat waren er diverse plantsoenen voorzien van struiken en bomen. De straat had/heeft diverse zijstraten, vanaf de Kempstraat gerekend de Boerenstraat: rechtsom naar de Schalk Burgerstraat en linksom naar de Herman Costerstraat (de Haagse Markt), dan de Springfonteinstraat naar de Schalk Burgerstraat, evenals de Viljoenstraat en de Majubastraat. Aan de andere kant van de straat, de Langnekstraat naar de Herman Costerstraat (zoals eerder vermeld de Haagse Markt). Dan nog de Spionkopstraat, met het in de Transvaalwijk welbekende badhuis, ook richting Schalk Burgerstraat, waar in die tijd tramlijn 13 doorheen reed naar het Veluweplein, waar het eindpunt was. De Kaapstraat was in die tijd voorzien van veel winkels.

Weer vanaf de Kempstraat gezien, was daar de fourniturenwinkel Van de Zon, door de bewoners steevast ‘het zonnetje’ genoemd. In het gedeelte tot aan de Boerenstraat bevond zich in die tijd een café en een banketbakkerij, ik dacht van Van der Geest. Op de hoek van de Boerenstraat naar de Herman Costerstraat was slagerij Matze en aan de andere kant ijssalon Van Bouwman, aan de andere kant van de Boerenstraat richting Schalk Burgerstraat een sigarenzaak, die werd gerund door een uit het Zeeuwse Sluiskil afkomstige dame waarvan ik de naam niet meer weet, maar de sigarenzaak werd ‘Sluisje’ genoemd. Verderop, richting Springfonteinstraat was de rijwielhandel van de familie Selier en op de hoeken van de Springfonteinstraat de drogisterij van de familie De Koning (Paul de Koning) en de bloemenzaak van Korpel.

De drogist Paul de Koning was zo’n beetje de hulpdokter van de buurt. Voor kleine verwondingen kon je altijd bij hem terecht. Ook het verwijderen van hechtingen was aan hem toevertrouwd.

Springfonteinstraat
Recht tegenover de Springfonteinstraat was er een aardappelen- en groentehandel waarvan ik de naam kwijt ben (Smit?) en een eindje verderop aan dezelfde kant een kruidenierswinkel van de Spar (‘kopen bij de Spar is sparen bij de koop’, was de slogan) de winkel werd gedreven door – volgens mij – de familie Badoux. In het gedeelte van de Springfonteinstraat tot aan de Viljoenstraat bevond zich een sigarenzaak van de familie Willemsen, later overgenomen door de familie Kamstra, en een herenkapsalon van de familie Kraak met een hondje, Bobby genaamd. Na de familie Kraak is de kapsalon overgegaan naar de familie Van Schaik, weer later is de herenkapsalon overgegaan naar een dameskapsalon waarvan ik de naam kwijt ben. Op de hoeken van de Viljoenstraat waren aardappelen- en groentehandel Van Daleman en bakkerij De Jager actief. Later, toen de familie De Jager naar het Zeeuwse Waarde verhuisde, is de bakkerij inclusief winkel overgegaan naar de familie Boekestein. Recht tegenover de Viljoenstraat was daar de melkhandel, ik herinner mij de familie Remmerswaal (Guus). Bij de Majubastraat op de ene hoek een rijwielzaak en op de andere hoek een klein kruidenierszaakje (van beide ben ik de namen kwijt), daarnaast de snackbar het ‘Haantje’ van de familie Van Bommel. Aan de andere kant, op de hoek van de Langnekstraat een leder- en schoenenzaak van La Haye.

In het gedeelte tussen Majubastraat en Spionkopstraat herinner ik mij nog een boekenzaak waar wij als kind mooi vliegerpapier konden kopen. En op de hoek van de Hoefkade en Kaapstraat een café, volgens mij van Breebaard, dan was er nog op het Kaapseplein wasserij Cras en op de hoek van het Kaapseplein en de Hoefkade een sigarenwinkeltje met aan de gevel een brievenbus. Zoals u ziet: aan winkels geen gebrek in de Kaapstraat en voor elk wat wils, al realiseer ik mij dat ik verre van compleet ben geweest. Eveneens geen gebrek aan speelkameraadjes, want de Kaapstraat was in die tijd een kinderrijke buurt en waar je je in die tijd mee bezig hield, was buitenspelen en nog eens buitenspelen – als je niet naar school moest natuurlijk.

Na schooltijd waren dan ook bijna alle kinderen buiten aan het spelen. Mijn lagere school bevond zich in de Kritzingerstraat, met juffrouw Leen voor de eerste klas, mijnheer de Waard voor de tweede klas, meester Schmid deed de derde klas, de vierde klas was in handen van meester Lucas, die ook actief was als jeugdleider bij de voetbalclub R.A.V.A., de vijfde klas was van meester Bijlsma en het hoofd van de school meester Bertels (oneerbiedig door de leerlingen ‘punt’ genoemd) had de zesde klas onder zijn hoede. De kleuterschool aan de Beijersstraat (ook wel bewaarschool genoemd) geleid door nonnen, heb ik maar kort bezocht in verband met de oorlog. Met vriendjes buitenspelen was zeker na de oorlog een grandioos gebeuren. Meestal ’s avonds na het eten voetballen – als we tenminste een bal hadden – of een soort honkbal, waarbij de stoepputten de honken waren en de grote put op de hoek van de Viljoenstraat was de brandplaats. Uit mijn herinneringen komen best nog wat namen naar boven van vriendjes en vriendinnetjes waar wij mee speelden. Onder andere de broertjes Bart en Robby v.d. Barselaar, Adrie de Jager van de bakkerij, Nolly en Wiesje Dijkman, Martien van Pinksteren, Basje v.d. Elst, Zusje Smit, Hans, Eddy en Anneke v.d. Geest, Jopy v.d. Lubbe en van de familie Daleman acht kinderen, te weten Kees, Truus, Thea, Jan, de tweeling Peter en Joop, Sjaak en Nelly. Oh ja, ook nog Annie Hoogendoorn. Die was in het bezit van een tennisracket. Kon je prima gebruiken bij het runnen. Dan waren daar nog Jelle, Geeke, Sjoukje Kamstra, Hennie Kruisen en haar broertje (waar ik de naam niet meer van weet). De wat oudere jongens uit de straat speelden niet meer zo vaak buiten, zoals Piet Boes, de tweeling Jan en Jos Goedbloed (vader was agent van politie) en Rudie de Jonge.

Op een gegeven moment kwam de familie Altena net om de hoek in de Viljoenstraat wonen met vier kinderen: Aage, Wiebe, Fokke en Netty. Fokke wilde maar één ding en dat was voetballen. Dat gebeurde dan ook regelmatig, ook tegen andere straten, zoals de Majubastraat. Daar was ook prima de gelegenheid voor, tussen de twee blinde schoolmuren waarbij de deuren als doel fungeerden. Bij de Majubastraat waren de broers Advocaat en de broertjes Jan en Harry Vos, naast nog vele anderen, actief. Mijn eerste voetbalclub waarvan ik lid werd was A.T.V.V. (Allen Tot Vrienden Verenigd) met een veld aan de Schimmelweg in Spoorwijk, maar daar hebben we alleen maar vriendschappelijk gespeeld, vaak tegen Semper Altius, als ik mij goed herinner was onze leider daar ome Freek Janse.

Zuiderpark
Zwemmen deden we ook regelmatig – in de zomermaanden natuurlijk – bij Ot en Sien in het Zuiderpark. Later mochten we van onze ouders af en toe naar het Zuiderparkzwembad, maar ja, dat koste geld, terwijl zwemmen bij Ot en Sien gratis was. In het Zuiderparkzwembad was het omkleden in kamer 1 tot en met 66, of op de bovengalerij of anders in de algemene badkamer, ook wel jatkamer genoemd. Jongens en meisjes uiteraard apart. De meisjes hadden een glijbaan in het diepe bad en de jongens een vlot.

Voetballen in het Zuiderpark op de speelweide of op het hoge veldje tegenover de velden van R.A.V.A. en V.V.P. Beide clubs zijn in een fusie met andere clubs opgegaan, evenals mijn eerste club A.T.V.V. Als wij als kind ’s zondags naar A.D.O. gingen kijken, voor 25 cent een kaartje voor de z.g. ‘kippenren’ achter het doel aan de Moerwijk-zijde, gingen we direct na afloop naar de overkant van de rondweg van het Zuiderpark, kropen daar onder het prikkeldraad door om op het complex van R.A.V.A. en V.V.P. te komen. A.D.O. begon namelijk al om 14.00 uur en de katholieke clubs om 14.30 uur, zodat we ook nog een klein half uurtje de ene keer V.V.P. en de andere keer R.A.V.A. konden zien spelen. Op de vrije woensdagmiddag was een bezoek aan (toen) het bos van Overvoorde (nu heet het Buitenplaats, geloof ik). Ook een hele belevenis. Je kon daar zo heerlijk spelen in en op de Duitse bunkers of wat daar nog van over was. Het was echter wel een heel eind lopen vanaf de Kaapstraat langs de Beek aan de Moerweg via de z.g. driehoek, een moerassig gebied waar nu de Erasmusweg is, naar de ingang van het bos van Overvoorde aan de Van Vredenburchweg en dan tegen de avond dat hele eind weer terug. Op de doordeweekse avonden naar promotie-degradatiewedstrijden kijken op de velden aan de Fruitweg tussen clubs als de Jagers, TEDO, SOA, o.a. of met een perronkaartje van 10 cent een wedstrijd op het V.U.C.-terrein bekijken, het oude V.U.C.-terrein aan de Schenkkade. Opvallend in die tijd was ook dat er verschillende spelperiodes waren; ineens was iedereen aan het knikkeren om na een tijdje plotseling te gaan hinkelen en dan ineens, zonder afspraak, was iedereen aan het tollen. Meisjes met een zweeptol en jongens met een priktol. Ook hoepelen met een oud fietswiel zonder spaken was zo’n rage, apart van het ‘normale’ tikkertje of verstoppertje. Ach ja, dat zijn lang vervlogen tijden, waar ik met vele mooie herinneringen aan terugdenk.

Rest mij nog te vermelden dat dit hele verhaal, terugblik zo u wilt, uitsluitend uit mijn herinnering komt en niet is ontleent aan welk archief dan ook.

Rob Eijsackers
robsoneijs@casema.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann