Het verloren distributiebonnetje

In mijn herinnering sta ik in de rij bij de bakker. Ik ben 14 jaar oud. Het loopt naar het eind van de oorlog. Ik ril van de kou want de vrieskou dringt gemakkelijk door mijn “gekeerde” jas. (Als jassen aan de buitenkant versleten waren werden ze gekeerd zodat de slijtplekken aan de binnenkant vielen). Koude voeten heb ik niet in mijn klompen. Ik probeer mijzelf warm te houden door op mijn plaats te stampvoeten en mijn armen te bewegen. Uit de rij gaan is geen optie. Je bent je plaats kwijt en je kan daarna weer achteraan aansluiten met de kans dat het brood is uitverkocht. In één van mijn koude handen heb ik het broodbonnetje vast. In mijn zak heb ik het geld.

Dat kleine bonnetje was één van de twee onvervangbare bonnetjes die we op dat moment voor mijn moeder en mij hadden.

Ons gezin bestond toen uit mijn moeder en ikzelf. Mijn vader was ondergedoken. Zijn stamkaart konden we niet gebruiken. Mijn broer was vanwege de honger naar elders vervoerd. Hij had zijn distributie bescheiden meegekregen. Mijn moeder en ik hadden dus ieder een weekrantsoen aan brood. Dat was 400 gram (een half broodje) per persoon. Daarbij hadden we ieder per dag een kwart liter watersoep van de gaarkeuken. Dat kleine stukje papier vertegenwoordigde dus de helft van ons gezamenlijke weekrantsoen aan brood. De bakker was maar beperkt bevoorraad en om zo veel mogelijk klanten te kunnen helpen, kon er maar één bon per keer worden opgenomen.

Er waren op zo’n bon twee soorten brood te krijgen. Het smakeloze regeringsbrood en het wat minder smakeloze moutbrood. Het regeringsbrood was iets hoger en iets voedzamer. Daar sneed je iets grotere sneetjes van. Het moutbrood was lager maar langer. Daar sneed je wat méér kleinere sneetjes van. Moutbrood had bij ons de voorkeur, omdat je daarmee een groter aantal sneetjes over een iets langere tijd kon verdelen.

Beperkt bevoorraad
Rijen wachtende mensen behoorden in die tijd tot het normale straatbeeld. Winkels en/of andere plaatsen van uitgifte van goederen of etenswaren werden maar beperkt bevoorraad. Zij waren daarom vaak maar kort geopend. Om niet achter het net te vissen wilde iedereen er snel bij zijn en zo ontstonden er queuën.

Wij kinderen moesten vaak al vroeg voor onze ouders een gunstige plaats in de rij innemen. Als dan de verkoop van een artikel begon werden we door onze ouders afgelost.

In de periode vóór de hongerwinter was er bijvoorbeeld om de twee à drie weken aanvoer van vis.

Vis was niet op de bon maar slechts zo nu en dan vrij verkrijgbaar. Vanuit Scheveningen werd meestal wijting of makreel per bakfiets of handkar aangevoerd en dat arriveerde als regel omstreeks het middaguur op de verkoopplaats.

Ik herinner me dat ik dan al ’s morgens om omstreeks half negen bij de plaats van afgifte moest gaan staan om bij de vorming van de queue een zo gunstige mogelijke plaats te hebben. Ik was dan niet alleen. Er waren al meer kinderen met hetzelfde doel.

Tegen de tijd dat de verkoop van de vis begon, verschenen onze ouders en namen onze plaats in de rij over. Dat was een gebruikelijke gang van zaken.

Brood
Die rij voor de bakkerswinkel is niet erg lang. Ik sta ergens middenin. De verkoop van brood is begonnen en langzaam schuifelen we voorwaarts de winkel in. Achter mij bukt er iemand om iets op te rapen. Ik besteed daar geen aandacht aan.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Ik wil mijn distributiebonnetje op de toonbank leggen. Ik kom tot de onthutsende ontdekking dat ik dat bonnetje niet meer in die ijskoude hand heb. Het is uit mijn hand gevallen zonder dat ik daar door de kou iets van gemerkt heb. Ik herinner me die vrouw achter mij, die bukte en iets opraapte. Ik draai mij om en kijk haar vragend aan. Zij kijkt star voor zich uit. Vertwijfeld kijk ik naar de vrouw achter de toonbank. “Helaas géén bon geen brood” zegt ze

Wanhopig druip ik af en ik loop schoorvoetend naar huis. Mijn moeder is radeloos maar het terechte verwijt, dat ik verwacht, blijft uit.

We hebben nu per persoon voor die periode nog maar 200 gram brood.

Die week hebben we extra honger, allebei.

Gé C. Witmaar
gcwitmaar@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann