Tumult rond de bouw van de Scheveningse gevangenis

Het idee tot het bouwen van ‘een gevangenis aan zee’ werd niet door iedereen met gejuich ontvangen. De badplaats in wording zou misdadigers een luxe gevangenis schenken en te weinig doen voor de toeristen. Alom kritiek vanuit de samenleving. Ook de aanleg van de spoorbaan met een halte nabij de gevangenis leverde veel spot.

Verontwaardigd vroegen bewoners van Scheveningen en ook elders zich af of de gevangenen als zieken moesten worden beschouwd, die een badplaats nodig hadden om te helen van hun criminele zonden?

In 1880 had het ministerie van Justitie het plan opgevat om een celgevangenis te bouwen in de duinen nabij Scheveningen. Daartoe moesten de duinen deels worden afgegraven en de grond worden geëgaliseerd. Tijdens deze tijdrovende bezigheid, hield een zestal marechaussees de wacht op het bouwterrein, dat eigenlijk behoorde tot het uitgestrekte grondgebied van de gemeente Wassenaar.

In 1883 was de bouw volop aan de gang. Van heinde en ver kwamen er arbeiders werken aan het immense gebouw. Tijdens de bouw was er een dreiging tot staking door de Haagse afdeling van de Sociaal-Demokratische Vereeniging. Gevolg was een loonsverhoging voor de vele poldergasten die hier werkzaam waren. Het ging er allemaal rommelig aan toe. Zo bleek dat de bouw enige vertraging ondervond doordat er te weinig stenen waren geleverd. Van het benodigde aantal van 5 miljoen, was pas 1 miljoen geleverd. Na het stenentekort volgde het watertekort in de zomer van 1883. Pas toen de bouwput was aangesloten op het waternet, konden er extra krachten worden aangenomen om de bouw te bespoedigen.

In april 1885 werd het Huis van Bewaring in gebruik genomen. Het was een degelijk gebouw, dat een zekere stoerheid uitstraalde zoals dat verwacht mocht worden van een gevangenis. Sommige mensen zagen in de toegangspoort met arduinstenen kantelen een gelijkenis met de robuuste vestingpoort van Antwerpen. Achter de hoge scheidingsmuur bevond zich een wereld op zich met een gevangenisregime dat erop was gericht de ‘gasten’ koest te houden en vooral ook te zorgen dat ze niet zouden ontsnappen. In totaal waren er aanvankelijk 220 cellen, zowel een dames- als herenafdeling. Duidelijk was dat de nieuwe strafinrichting meeging met de hygiënische eisen van die tijd, zodat ziekte en besmetting zoveel mogelijk werden voorkomen.

De schepping van bouwmeester Johan Frederik Metzelaar (1818-1897) was indrukwekkend. De architect heeft meerdere gevangenissen ontworpen, die een zekere gelijkenis met elkaar vertonen. Het uit dezelfde tijd daterende Huis van Bewaring van Breda heeft bijvoorbeeld eenzelfde soort toegangspoort als de Scheveningse gevangenis.

Gesproken wordt van eenvoudige, doch goed verlichte cellen met een groot raam. In de cel was een nachtleger of bed te vinden, dat overdag opgeklapt diende te worden. Voorts stond er een klein tafeltje en een bankje. Enkele vrouwencellen waren wat groter, vermoedelijk om verplichte was- en strijkwerkzaamheden te verrichten. Smalle ijzeren trappen verbonden de verschillende verdiepingen en afdelingen met elkaar. Vernieuwend was het gebruik van stoom in de gevangenis voor diverse doeleinden. Zo werden de liften daarmee bediend, de cellen ermee verwarmd en het eten erop klaargemaakt.

Bewoners op de tweede verdieping hadden het privilege om over de grote muur heen te kijken. Ze hadden een schitterend uitzicht op de duinen. Of dat rustgevend is geweest of juist de hang naar de vrijheid deed bevorderen is niet onderzocht.

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann