Jaguar XJ6

En toen was er in 1968 de Jaguar XJ6. Een superslank Jaguar-model. De vader van mijn toenmalige vriendin Karen de Vries uit de Landréstraat, waarvan haar moeder die Toyota Corolla Coupé reed, waarover ik in deze rubriek al eerder berichtte, had er zo een. Een donkergroene.

Hij was directeur van Eurostaal B.V. in Rotterdam en nodigde mij een keer uit voor een proefrit. Ja, op de passagiersstoel, dat dan weer wel. Een waanzinnig mooie ervaring kan ik mij herinneren. Zittend op de riante stoel, de geur opsnuivend van het weldadige Engelse leer met uitzicht op een glanzend notenhouten dashboard. Arm rustend op de brede middenconsole, wegdromend hoe mooi het leven kan zijn.

Ik herinner mij nog goed die zaterdag dat we met haar ouders naar het Indonesische restaurant Bali in Scheveningen reden voor een voortreffelijke rijsttafel. Linksachter zittend op de leren bank met luxe armsteun en naast mij Karen. Wat een rijkdom, maar dat terzijde. Wat een lel van een auto was dat eigenlijk. Enorm forse motorkap, maar met een fraai lijnenspel, zodat hij toch elegant oogde. Het front vind ik nog steeds fenomenaal en er valt ook niets aan uit te leggen. Beeldschoon! Ook vanaf de zijkant gezien een mooie lage lijn met toch een historische Jaguar-signatuur. En eveneens die lage, lange achterkant zonder frutsels, maar strak en royaal met chroom en twee uiteraard chromen uitlaatpijpen. En ik zou het bijna vergeten, direct achter de achterruit; zowel links als rechts een fraai gevormde, afsluitbare benzinedop. Inderdaad twee benzinetanken, want deze XJ6 lustte wel een slokje. En dan dat interieur. Ik schreef het al: veel luxe leer en warm glanzend notenhout. Heerlijk, die blik vanachter dat slanke simpele en toch bijzondere stuur met die halve chromen claxonring op dat imposante dashboard. Naast de snelheidsmeter en de toerenteller op het middengedeelte nog vijf mooie Smiths-klokjes en daaronder tien tuimelschakelaars. Daaronder een aflegvak met weer daaronder de schuiven en draaiknopjes van de ventilatie en verwarming, met in het midden de optionele radio met cassettespeler. Op het middenconsole de slanke automaatselector met links en rechts daarvan een slank asbakje en daar in de buurt de aansteker. Tja, roken in de auto, dat was toen nog heel gewoon. Grappig was dat je het stuur in diepte of hoogte kon verstellen, maar dat het hendel voor de richtingaanwijzers niet mee verhuisde. De Jaguar XJ6 reed uiterst comfortabel en de automaat schakelde boterzacht.

De stuurbekrachtiging was zodanig dat sturen uiterst licht was, met als nadeel dat het geheel toch wat vaag werd en er weinig communicatie was tussen wielen en weg voor de bestuurder. Wat motoren betrof nam Jaguar in die tijd geen risico en legde gewoon een qua vermogen iets afgezwakte versie van de 4.2-liter XK-motor uit de E-Type in de XJ6 en dat voldeed prima. In de loop van de jaren heeft Jaguar deze XJ6 de nodige facelifts gegeven, maar naar mijn idee zijn ze er nooit karaktervoller op geworden en zeker de huidige Jaguars doen mij in niets meer denken aan dit toch iconische merk en model. Zóóó jammer!

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann