Bij de PTT: altijd een stropdas en een pet

Met veel genoegen de artikelen over de PTT gelezen. Daar over kan ik ook het een en ander vertellen. Mijn man die vanaf de jaren 1957 tot 1992 werkzaam was in het postkantoor bij het hoofdgebouw van de PTT in de Waldorpstraat in Den Haag en later in de Badhuisstraat in Scheveningen. Ik kan er een boek over schrijven. Van hem weet ik dat de hoofdbestellers echte bullebakken waren, met uitzondering van hoofdbesteller Gerritsen. Hij was een vriendelijk mens, dat soms zelfs hielp om de pakjes en de portbrieven voor je weg te brengen.

Een leuk voorval was dat mijn man de z.g. ‘nabrengzakjes’ met de dienstauto moest wegbrengen naar verschillende winkels, waar de postbestellers dan deze zakjes kwamen ophalen en zo de daarin aanwezige post konden bezorgen in hun wijk zonder eerst weer naar hun kantoor te hoeven gaan.

Hondendrollen
Nu was er een besteller die zijn zak altijd zo zwaar maakte, dat het haast niet te tillen was. Menig keer was deze man daar al op aangesproken dat het niet toegestaan was de zakken te zwaar te maken. Mijn man moest die zak immers vanuit de auto naar de desbetreffende winkel dragen. Op een dag was mijn man het zat, weer moest hij een bijna niet te tillen zak naar de winkel dragen. Het was koud en nog donker en in de Frankenslag zag hij overal verse hondendrollen liggen. Dit bracht hem op het idee de zak niet te tillen, maar dwars door de hondendrollen te trekken om hem vervolgens in de winkel neer te zetten.

Toen de postbesteller daar later arriveerde, pakte hij de zak van onderen beet om hem leeg te schudden met de bedoeling de post te sorteren. U begrijpt dat hij niet blij was toen bleek dat hij met zijn handen onder de stront zat. Hij maakte daar natuurlijk melding van en mijn man moest op kantoor verschijnen om te verklaren hoe dat mogelijk was. Met zijn meest onschuldige gezicht vertelde hij dat hij van niets wist, maar dat hij de zak had moeten slepen omdat deze weer te zwaar beladen was om te dragen, en het was nu eenmaal donker, dus die hondendrollen had hij niet gezien.

Zonder straf kwam hij er van af en zegt zelfs een licht geamuseerde blik in de ogen van zijn baas te hebben gezien.

De zakken zijn daarna nooit meer te zwaar geweest.

Bestraft
Dat hij geen straf kreeg was een wonder, want daar waren ze erg goed in. Daar moet je vandaag de dag niet meer mee aankomen, er werden hoofdbestellers als spionnen de straat op gestuurd om te controleren of je je tas met post toch vooral wel alle portiektrappen op meesleurde. Je mocht vooral niet de tas onderaan de portiek laten staan om vervolgens met een klein stapeltje post naar boven te lopen. Brievenbussen onderaan het portiek waren er nog niet. Je kreeg dan zomaar een paar uur strafdienst, onbetaald werk doen en liefst op je vrije zaterdag of avond. Dit werd toen ook allemaal maar gepikt. Ook als je je pet met erg warm weer niet op had, werd je bestraft. Een voorbeeld van zo’n strafdienst was bijvoorbeeld een keer dat mijn man op de zevende etage de postzakken vanaf de perronwagentjes op de lopende band moest gooien naar het verdeelpunt. Toen kreeg hij commentaar van de hoofdbesteller dat hij te weinig zakken op de lopende band gooide. Nou, dat hebben ze geweten, hij is vervolgens als een gek tekeer gegaan met het smijten van de zakken, zodat de lopende band overvol werd en het niet meer kon verwerken, waardoor de rubberen band begon te roken. De hoofdbesteller kwam woest aandraven en riep: “Wat doe je? Je gooit er veel te veel op!” Waarop mijn man zei dat hij daar zelf opdracht voor gaf. Het gevolg was dat er drie perronwagens volgeladen met zakken post niet verwerkt werden. Er hing en vreselijke hiërarchie.

Vrouwelijke sorteersters die naar de toilet gingen werden op tijd gecontroleerd. Er werd bijgehouden hoe vaak ze gingen en hoe lang ze wegbleven.

‘Afrekenambtenaar’
Nu lopen bestellers er soms bij als zwervers, terwijl je toen moest zorgen dat je altijd je stropdas en pet droeg; al vielen de mussen van het dak. Ook de commentaren die je kreeg als je als laatste binnenkwam, waren niet mals. Zo’n ‘afrekenambtenaar’ zat op je te wachten, want negen van de tien renden daarna naar hun volgende bijbaantje in de visverwerking. Mijn man had geen bijbaan en deed alles op z’n gemak en was daardoor meestal de laatste, al was hij altijd ruim voor zijn tijd terug. Mooie verhalen heeft hij nog uit de bezorging. Vreselijk vond hij het als ‘de Wehkampgids’ uit was. Het was de hele dag sjouwen, portiek op en af. Nog steeds als we voorbij Zwolle rijden, zegt hij: “Oh, nee! Wehkamp!” Het gebeurde ook wel dat een klant een pakje van Wehkamp ontving en dan vroeg: “Postbode, wil je even wachten tot ik het gepast heb, anders kan je het meteen weer meenemen als het niet past.” Nou, dat deed hij dus niet (zegt hij).

Dit jaar viert hij zijn 25-jarige pensioen. Door reorganisatie mocht hij met 57 jaar het bedrijf verlaten. Maar de verhalen borrelen nog steeds op.

Suze Mulder-Brune
suzemulder@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann