De geelgroene trams van de HTM (1949)

In een vorig artikel nam ik u mee terug naar 1955 toen de geelgroene HTM-bussen hun intrede deden in Den Haag. In 1973 verdween de laatste bus van straat. De geelgroene trams hielden het echter veel langer uit, zij het dat zij de laatste jaren sleten in een modernere felgele uitvoering. Dankzij een stel tramhobbyisten kunnen we zomers nog een aantal P.C.C.’s, want dat is de officiële benaming van dit type tram, in de vorm van de Touristtram door Den Haag zien rijden, bestuurd door vrijwilligers waaronder de ons bekende radio- en tv-presentator Edvard Niessing.

Maar we beginnen bij het begin.

Reeds in 1929 begon een comité van directeuren van Amerikaanse trambedrijven met het ontwikkelen van een moderne tram. Het idee was een standaardtram te ontwikkelen, geheel elektrisch bediend vanuit de bestuurderscabine, waarbij ook deuren, bel, zandstrooiers e.d. elektrisch bediend werden. De heren waren hun tijd ver vooruit want nog tot de jaren zestig (om precies te zijn 10 januari 1967) reed de HTM ook nog met houten trams uit de serie 800 met voor- en achterbalkon. Overigens waren toen de P.C.C.-trams vanaf 1949 ook in dienst gekomen.

Op 19 juli 1949 werd de eerste P.C.C-car met wagennummer 1001 afgeleverd bij de HTM, op 14 december gevolgd door de 1002, nog in de grondverf. Deze twee prototypes waren volledig van Amerikaans ontwerp maar gebouwd door de Belgische fabriek La Brugeoise, in samenwerking met het Nederlandse Werkspoor. Opvallend Amerikaans detail aan deze trams waren de zogenaamde ‘standee windows’, kleine ramen voor de staande passagiers die boven de ramen voor de zittende passagiers waren geplaatst. De trams kregen hierdoor hun fraaie uiterlijk. Met deze nieuwe trams werd de eenrichtingswagen ingevoerd. Hiervoor bestond het Haagse tramnet nog uit kopsporen. Aan het eindpunt werd de beugel omgeklapt (de stroomafnemer) en liep de conducteur door de wagen om alle stoelen en banken om te klappen richting de rijrichting. Met de komst van de PCC kwam ook de zogenaamde keerlus in gebruik. Apart waren ook de uitstapdeuren die aan de achterzijde van de tram waren gesitueerd. Dit voor inzet van een conducteur. Passagiers moesten dan ook achter instappen. Bij latere types werden deze deuren verplaatst naar het midden. De trams kwamen in de fraaie geelgroene, Haagse kleuren in dienst op lijn 11.

Middenuitstap
In 1950 gaf de HTM de Belgen de opdracht voor levering van nog eens 22 trams, serie 1003-1024. Deze werden afgeleverd met een middenuitstap en kwamen als eenmanswagen in dienst. Hierdoor moest de passagier nu voor instappen en werden de plaatsbewijzen afgerekend met de bestuurder. We zien in het artikel nog een afbeelding van zo’n plaatsbewijs. De trams kregen op de neus een groene balk met daarin de tekst voor instappen.

De aflevering van de 22 trams vond snel plaats: reeds in november 1952 was de hele serie afgeleverd. Het succes van de P.C.C. was groot en dat betekende vanaf 1957 de instroom van nog eens 100 trams (serie 1101-1200) en in 1963 de serie 1201-1240, in 1969 gevolgd door de series 1301-1340, afgeleverd in een nieuwe streekgele kleur, en vanaf 1972 de aanhangwagens 2101-2130, die vanwege het ontbreken van een bestuurderscabine voordeliger uitvielen, maar wel meer capaciteit boden. Uiteindelijk bleken de aanhangrijtuigen geen succes en met de komst van de moderne GTL vond al vanaf 1984 buitendienststelling van deze trams plaats. De serie 1001-1024 was toen al uit het straatbeeld verdwenen. Eind 1978 werd besloten deze serie af te voeren en te vervangen door een tiental trams uit de serie 3000 van het type GTL. Deze serie is ook nooit meer overgeschilderd in de felgele kleur, wat wel met de overige serie is gebeurd.

Na een voorzichtige poging de eerste tramwagen met nummer 1012 te slopen op het voorterrein van de remise Scheveningen werd de sloop verder uitgevoerd door de firma Netten op het voormalige remiseterrein aan de Delftweg. Door vriendschap te sluiten met ‘big boss’ Netten, altijd aanwezig met hoed, is uw auteur er destijds in geslaagd wat attributen van de trams te bewaren voor het nageslacht. Plaatsgebrek in de zich tot museum ontwikkelende woning noopte ondergetekende echter weer afstand te doen van veel curiosa, die dankbaar kon worden overgedaan aan andere verzamelaars.

Als we de hele geschiedenis van de geelgroene trams willen beschrijven wordt dat een boek, en dat is uiteraard niet de bedoeling. Wij willen u een beeld geven van het Haagse vervoer in de jaren vijftig tot en met tachtig, in de hoop dat de herinneringen aan dit gemoedelijke vervoer bij u terugkomen.

Het was gezellig in de Haagse trams met hun stemmige verlichting, groene kunstleren bekleding en een bestuurder op de bok met wie je nog een praatje kon houden, en die je kon waarschuwen dat je er bij de volgende halte uitwilde door aan een leren koord te trekken (later vervangen door drukknoppen). Tegenwoordig zit de bestuurder in een afgesloten cabine, betaal je je rit met de ov-chipkaart en neemt dan, indien mogelijk plaats op een van de gestoffeerde banken waarbij men zich omringd ziet door medereizigers die zwijgend op hun mobieltjes staren en pas weer in beweging komen wanneer zij de plaats van bestemming bereikt hebben.

Wilt u dat gevoel van toen nog eens herbeleven, stap dan van de zomer eens in de Touristtram en reis nog eens terug naar de tijd dat geluk nog heel gewoon was.

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann