Renault R8

Ik weet niet of u dat ook heeft, maar er zijn automodellen uit mijn jongere jaren waar ik niets mee had en die ik ook nooit overwogen heb om te kopen. De Renault R8 is er zo een, maar toch bezocht ik desondanks regelmatig de showroom van Renault-dealer AutoHaag kan ik mij herinneren.

De Renault R8, die in eerste instantie 8 Major heette, werd in 1963 geïntroduceerd als opvolger van de succesvolle Renault Dauphine. Hij had een zeer eigentijdse vormgeving. Beetje vierkant met een zeer herkenbaar frontje, met een motorkap met een lichte V-vorm. Apart gevormde bumper als overkapping van het kentekenvlak waarin traditioneel het reservewiel geplaatst was. Achterdeuren met schuifraampjes en niet vreemd voor die tijd, de motor achterin.

Nadeel daarvan was het weggedrag bij deze Renault, want het vele gewicht achterin betekende overstuur in de bochten en bij een hogere snelheid tilde de wind de neus iets op waardoor het stuurgedrag wat wolliger werd. Bij forse zijwind was je natuurlijk helemaal jarig. Veel berijders hadden dan ook een zak zand of cement voorin liggen om dit wat te compenseren. Voordeel van de R8 was natuurlijk de vier deuren, dus een gezinsauto-mogelijkheid en ook het voordeel van de motor achterin en achterwielaandrijving was dat er geen ruimte innemende middentunnel voor- en achterin was, dus meer ruimte voor de passagiers. De stoelen voorin waren ontworpen voor kleine Franse mannetjes, want zowel de leuning als de zitting waren vrij kort, dus gaven weinig support op de zacht geveerde zittinkjes. Het dashboard was voorzien van een soort grijs gedessineerd plastic en de meters en knopjes hadden eveneens een hoog plastic gehalte, evenals de deurhendels.

Wat ergonomie betreft had men daar bij deze R8 wat vreemde gedachten over en R8-rijders van destijds zullen dit zeker herkennen. Het begon links naast het ventilatierooster met een drukknop voor de ruitensproeier en aan de andere kant van het ventilatierooster, achter het stuur een rechthoekige tuimelschakelaar voor de ruitenwissers. Boven op de stuurkolom, dus met de hand door het stuur, de tuimelschakelaar voor de hoofdverlichting. Onder de stuurkolom, dus ook weer met de hand door het stuur de tuimelschakelaar voor de parkeerlichten. De knoppen en schuiven voor de verwarming en ventilatie zaten netjes bij elkaar gegroepeerd. Achter het stuur twee stengels. De linker voor de verlichting groot- en dimlicht, waarbij je op de zijkant moest drukken voor de claxon en de rechter voor de richtingaanwijzers, hetgeen typisch onlogisch Frans was, maar dat je ook bij Peugeot en Citroën aantrof. Het stuur stond wat rechts naar het midden, zodat je er wat scheef achter zat. De deurtjes waren vederlicht en een makkelijke prooi bij stormachtig weer om uit je hand te waaien. Achterin had je nog een soort kattenbak tussen de achterbankleuning en de motorruimte om nog wat spullen kwijt te kunnen.

Het motor- en uitlaatgeluid van deze Renault herinner ik mij nog goed en klonk plezierig, maar u merkt het al, deze Renault vond ik toch een hoop plastic en blik. Typisch Frans zult u wellicht zeggen en dat was nu precies mijn probleem.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann