Haagsche Studenten Vereeniging

Een tijdje geleden schreef ik een artikel over de firma Zondag, drankenhandel en distilleerderij aan het Westeinde in Den Haag. En kreeg als reactie een leuke mail van Fred Andrioli. Hij vertelde dat het bedrijf in de zestiger jaren een belangrijke leverancier was geweest van de Haagsche Studenten Vereeniging. Sterker het was het enige bedrijf dat nog drank wilde leveren, want de studenten waren erg slecht in het betalen van rekeningen. Omdat zijn mail mij nieuwsgierig maakte naar deze Haagsche Studenten Vereeniging (HSV), maakte ik een afspraak met Fred. Hij vertelde mij over de geschiedenis van de HSV en over zijn tijd als bestuurslid.

‘Den Haag had zelf geen universiteit, maar er woonden wel veel studenten die in Leiden, Delft en Rotterdam studeerden. Omdat die iedere dag met de trein of de tram naar college gingen, werden ze “spoorstudenten” genoemd. Maar als je afhankelijk bent van de dienstregeling, is het lastig om volop deel te nemen aan het studentenleven. De laatste trein gaat te vroeg en de eerste trein is wel erg laat na een gezellige avond. In 1928 ging een groepje studenten iedere dag naar Leiden met de Gele Tram en zij besloten dat het handiger was om in Den Haag een studentenvereniging te hebben. Op 2 februari 1929 richtten zij de HSV op met in het eerste jaar 50 – uitsluitend mannelijke – leden. Er was één soosavond per week (later werden dat er twee) en er waren ook activiteiten zoals tennissen en toneelspelen.’

‘In de Tweede Wereldoorlog verplichtte de Duitse Bezetter alle verenigingen zich aan te sluiten bij de Cultuurkamer. En dat kon natuurlijk alleen als die verenigingen zich hielden aan bepaalde regels. Dat wilde de HSV niet en dus besloot op 14 november 1941 de Algemene Ledenvergadering om de vereniging op te heffen. Dit zat de contacten niet in de weg. De leden bleven elkaar ‘clandestien’ ontmoeten, in onder andere het paviljoen van het Gemeentemuseum – nu Brasserie Berlage – en café Splendid in Scheveningen. De ouders van een van onze leden, Maarten Pulle, hadden een groot huis aan de Zwarteweg en daar zijn ook galafeesten gehouden. Helaas zijn ook leden van de HSV omgekomen, o.a. in de kampen van de nazi’s en de Japanners.’

‘Als spoorstudenten voelden de oprichters van de HSV zich verwant met Euclides van Megara (ca. 450-380 v. Chr.). Deze filosoof woonde in Megara een stadje in Attica – een regio in Griekenland – en ging regelmatig naar Athene, naar zijn leermeester Socrates. Daarom was deze Euclides de eerste forens onder de studenten. Het was dus logisch om het verenigingsblad zijn naam te geven. En de sociëteit, heden ten dage aan de Burgemeester Karnebeeklaan 3, heet Megara. Iedere vijf jaar bij de lustrumviering van de HSV neemt Socrates de moeite om op bezoek te gaan bij Euclides. Hij heeft daarvoor in de afgelopen jaren verschillende vervoermiddelen gebruikt.’

Freds’ tijd bij de HSV
Fred Andrioli vertelt dat hij in 1963 lid werd van de HSV: ‘Na mijn HTS Bouwkunde in Den Haag, was ik Bouwkunde gaan studeren aan de Technische Hogeschool in Delft. Ik was geen letterlijke spoorstudent, omdat ik meestal op de fiets ging, al was dat in de barre winter van 1963 niet zo makkelijk. Ik werd gelijk actief in het Haagsch Studenten Toneel (HST) en in het Haags Studenten Schutters Korps ‘Pro Libertate’ (HSSK). Dit waren onderverenigingen van de HSV. Ik kwam ook in het bestuur – de senaat – eerst als penningmeester, later als voorzitter.

Als penningmeester zag ik het toen als een verplichting om de schuld van 3000 gulden die de HSV had bij de firma Zondag binnen een jaar af te lossen. Dat lukte mij omdat ik veel leden, die achter waren met het betalen van hun contributie toch, desnoods middels aangetekende brieven en soms brieven aan hun ouders, zover kreeg dat zij hun schuld betaalden.
Zo ben ik drie keer met een briefje van 1000 gulden naar het Westeinde gefietst. Iedere keer werd ik vriendelijk ontvangen door de heer Zondag en kreeg dan een glaasje van het een of ander.’

(Lustrum)feesten
‘Er waren veel gelegenheden om mooi gekleed een feest te vieren. Nieuwe leden kregen hun welkom tijdens een inauguratiediner. We hadden ieder jaar een galabal, het zogeheten Diësbal en bij een lustrum – iedere vijf jaar – was er ook weer een feest. Als je een vaste vriendin had, nam je die natuurlijk mee; vrijgezellen nodigden een meisje uit. Deze dames moesten wel aan een galajurk zien te komen en wij werden geacht een mooie corsage voor ze te kopen. Ik weet nog dat ik mijn rokkostuum heb aangeschaft bij Peek & Cloppenburg.’

‘Met het HST voerde we voor die tijd erg moderne toneelstukken op, van bijvoorbeeld toneelschrijvers als Eugène Ionesco en Arthur Adamov. In 1968 speelden we ‘Het memorandum’ van de toen nog redelijke onbekende schrijver Václav Havel. Toen ik voor mijn studie in München was, ben ik doorgereisd naar Tsjechoslowakije met het plan Havel te ontmoeten. Ik was al in het dorpje waar hij in een vakantiehuisje zou zijn, toen ineens de Russische tanks in Praag stonden en ik terug moest. Het heeft nog behoorlijke moeite gekost om in een overvolle trein weer naar Nederland te komen.’

Koninklijk Huis
‘Vanuit het bestuur van de HSV kwam ik in een bijzonder gezelschap terecht. In maart 1966 ging Prinses Beatrix trouwen en er zou een Nationaal Geschenk worden aangeboden. Om hiervoor geld in te zamelen was een comité nodig. In Den Haag wilde men hiervoor niet alleen oude, deftige heren en dus ging men op zoek naar een vrouw, een lid van een vakbond en een jongere. Die jongere moest natuurlijk geen langharig werkschuw tuig zijn. En het idee was dat de HSV wel een keurige jongeman zou kunnen leveren en dat werd ik. Overigens waren er bij de HSV ook republikeinen die het niet eens waren met een afvaardiging, dus nam ik deel op persoonlijke titel. Als afsluiting van de activiteiten van het comité mocht ik naar de speciale toneelvoorstelling op de dag van de ondertrouw.

Blijkbaar ben ik op de verzendlijst voor koninklijke feesten blijven staan, want een jaar later kreeg ik een uitnodiging voor de kerkelijke inzegening van het huwelijk van Prinses Margriet. Het jacquet dat ik hiervoor nodig had, heb ik gekocht. Ik had het ook kunnen huren, maar destijds droeg je ook een jacquet bij je afstuderen. En ik dacht vooruit naar mijn eigen huwelijk en mogelijk dat van anderen. Dus leek het me voordeliger om er – wel tweedehands – zelf een te kopen. Mijn verwachting van deze koninklijke trouwerij was dat er wel een hapje en een drankje bij zouden horen. Dat bleek niet het geval. Na de plechtigheid ging iedereen weer zijn of haar weegs.’

Vandaag de dag
‘Natuurlijk is de vereniging niet meer hetzelfde als in mijn tijd. De Haagsche Studenten Vereeniging is met haar tijd meegegaan. Vanaf 1969 zijn ook vrouwen lid en begin jaren ’90 waren ook HBO-studenten welkom. Eerst was er nog een maximum van 20% van het ledental, maar in 1994 is dat losgelaten. Van de onderverenigingen bestaat alleen de HSSK – de schutters – nog, maar die is wel losgekoppeld van de HSV.

Na de oorlog ontstond de traditie van het jaarlijks reünistendiner. In 1996 heb ik het diner mede georganiseerd en door intensief speurwerk lukte het om zo’n 600 oud-leden te benaderen. Inmiddels is er ook de Vereniging van Reünisten van de HSV. Die organiseert een paar keer per jaar een evenement en zorgt voor contacten van oud-leden met de Haagsche Studenten Vereeniging van vandaag.’

Alle foto’s en afbeeldingen komen uit het archief van Fred Andrioli. De foto’s zijn gemaakt door toenmalige leden van de vereniging.

Wil je meer weten over bijzondere organisaties in Den Haag? Doe met vrienden of familie een stadswandeling van Ik gids u door Den Haag (ikgidsudoordenhaag.nl).

Jacqueline Alders
info@jacquelinealders.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann