Voetballen met het Kurhaus-elftal

In 1965 tipte een neef mij over een vacature voor het zomerseizoen in het Kurhaus. Na de Vakschool voor civiel personeel ter Koopvaardij (Hofmeesteropleiding) te hebben afgerond, had ik als salonsteward enkele reizen ervaring opgedaan op cruiseschepen van de Holland America Line en de ‘Willem Ruys’ van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd en bij restaurant Old Dutch in Rotterdam.

Inmiddels was er een kentering ontstaan in de passagiersvaart. De luchtvaart was voor veel reizigers efficiënter en sneller. De Holland America Line kreeg als thuishaven Miami/Florida voor zijn cruises met hoofdzakelijk Aziatisch personeel. De ‘Willem Ruys’ werd aan de Italiaanse rederij Star Lauro verkocht en voer nog enkele jaren als cruiseschip, de ‘Achille Lauro’, in het Middellandszeegebied.

Na mijn sollicitatiegesprek bij de maître d’hotel en de medische keuring bij dokter Boricius aan de Badhuisweg, werd ik aangenomen voor het Kurhaus à la carte restaurant ‘La Corvette’. Een klassiek eerste klas restaurant waar door de chefs de rang en demi-chefs nog veel gerechten aan tafel werden bereid, sauzen en dressings gemaakt, vlees en gevogelte getrancheerd en visgerechten gefileerd. Een attractie voor de gasten was de bereiding van crêpes suzettes, geflambeerde flensjes, cerises flambées, geflambeerde kersen, en de Macédoine des fruits, vers fruit aan tafel, op de vork, door de chefs en commis gesneden en verwerkt tot een heerlijk nagerecht.

In het hoogseizoen werd tot in de late uurtjes gewerkt en ’s morgens vanaf zes uur was het hotel weer vol in bedrijf. Voor het personeel bestond de mogelijkheid tegen een geringe vergoeding van 75 gulden (35 euro) per maand intern te wonen. Voor mij een ideale oplossing, het op en neer reizen naar Rotterdam zou veel tijd en geld kosten en niet altijd te combineren met de late diensten. Naast de koepel was een grote slaap-étage voor het personeel gemaakt. De kamers waren rijk voorzien van afgedankt hotelmeubilair. Zo gebeurde het dat je kamer uitgerust was met een compleet hemelbed, een groot enigszins versleten bankstel en ‘antieke’ kast.

Onder bezielende leiding van ‘Mutti’ een gepensioneerde huisdame, werd de boel op orde gebracht en in de gaten gehouden. De damesafdeling strak gescheiden door van de heren. Dit leverde nog wel eens… problemen op.

Het Kurhaus was ’s zomers bijna het gehele seizoen volgeboekt. In de Kurzaal, met een capaciteit tot ruim duizend personen, werden grote diners, feesten en concerten gegeven. Bij een concert van The Rolling Stones in 1964 werd door te enthousiaste fans de Kurzaal in negatieve zin verbouwd. In het Kurhaus paviljoen trad cabaretier Wim Kan met zijn vrouw Corry Vonk tijdens de zomer op.

Het nieuwe Circustheater was het podium voor Toon Hermans met zijn ‘One Man Show’. Toon logeerde dan in het Kurhaus. Ik heb hem vaak na zijn optreden bediend.

De keukenbrigade – onder leiding van de in het Haagse bekende, zeer vakbekwame en enigszins als autoritair bekend staande chefkok Heering – bestond uit ruim twintig koks, verdeeld in rôtisseurs (bak –en braadwerk), garde-mangers (koude keuken), entremetiers (soepen, sauzen en garnituren), pâtissiers (desserts) en enkele commis en aides de cuisines (leerlingen). Hij duldde in zijn keuken geen enkele tegenspraak. Zijn wil was wet in de keuken. Zelfs de hoteldirecteur liet zich tijdens de spitsuren niet in de keuken zien. De huidige Engelse tv-kok Gordon Ramsey was een kleine jongen bij hem vergeleken.

Kurhaus-elftal
De restaurantbrigade – onder leiding van de maître d’hotel, de heer Delissen, geassisteerd door de oberkelners Dijkstra en De Groot, een sommelier, zes chefs de rang en demi-chefs en ongeveer vijftien commis de rang – was een internationaal gezelschap, dat in het hoogseizoen werd uitgebreid met stagiaires uit Duitsland, Italië, Spanje, Engeland en Ierland.

Ondanks de drukke werkzaamheden werd er ook nog gevoetbald. De doelstelling was de saamhorigheid tussen koks en kelners te verbeteren. Op het veld lukte dat aardig maar in het hotel was het al snel weer ‘oorlog’. Op de woensdagmiddagen deed het Kurhaus-elftal mee aan het Haagse horeca-toernooi, georganiseerd door de Haagse taxichauffeurs en de Haagse oefenmeesters, onder wie de legendarische Ernst Happel en Cor van der Hart. Op de velden van ADO in het Zuiderpark werd fanatiek om de Piet Moeskopsbeker gestreden.

Mijn kamergenoot, een flink uit de kluiten gewassen Ier, loste als bijverdienste één keer per week de portier van nachtclub Savoy aan het Gevers Deynootplein af. Was hij verhinderd, nam ik de honneurs waar. Om onze (boks-)conditie enigszins op peil te houden, trainden wij wekelijks bij de Haagse boksschool van Leen Hoogenband aan de Brouwersgracht. Niet te fanatiek, want je kon ’s avonds niet met een blauw oog of een beschadigd uiterlijk in het restaurant verschijnen.

Het Kurhaus en het Gevers Deynootplein, al met al een geweldige ervaring voor een Rotterdammer in het Haagse.

Ton Kuster
tonkuster@hotmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann