Tante Pos rond 1960 (deel 2 en 3)

Vissen

Eind jaren vijftig kwam op het Postkantoor Fahrenheitstraat (Den Haag West) een telefoontje binnen van een verontwaardigde dame die klaagde dat zij op de post stond te wachten en dat de postbode op z’n gemak naar het vissen stond te kijken! Nota bene met een bundel post in zijn hand, háár post!

Aangezien de plaats van het dienstverzuim slechts een paar honderd meter van het postkantoor lag, besteeg één der Hoofdbestellers een dienstrijwiel en peddelde richting Copernicuslaan/Valkenboskade.

Omdat Hoofdbesteller Wassenberg niet het gebruikelijke, autoritaire bullebakkentype was, maar meer een vaderfiguur met goud op z’n pet, schrok de besteller niet echt toen hij zich betrapt wist. Hij begon direct aan zijn pleidooi om zijn gedrag aannemelijk te doen lijken. “Ja, Hoofdbesteller, moet u luisteren, ik ben een echte liefhebber van vissen, hè? En net toen ik over de brug liep zag ik dat-ie beet had, zo van die stootjes hè, maar niet echt bijten… Kijk! Daar gaat-ie weer! Kijk, kijk!”

De Hoofdbesteller, met een schuin oog naar de dansende dobber: “Alles goed en wel Dirkse, ik ben zelf ook een liefhebber van vissen, maar dat bewaar je maar tot na je dienst. Wij worden gebeld door mensen die op hun post zitten te wachten en jij staat hier maar te leuteren! Je begrijpt toch zelf ook wel dat dit niet kan? Je maakt nu als de donder je bestelling af en je komt straks op kantoor bij me voor een tenlastelegging!”

Een tenlastelegging (een bon aan je reet, zoals wij dat noemden) was een formuliertje waarop het gepleegde ‘misdrijf’ was omschreven en dat werd doorgestuurd naar de chef-bestelling die daar een gepaste straf voor bedacht. Een paar uur dienst doen zonder vergoeding bijvoorbeeld. Oftewel; strafdienst! Maar het was al te laat. Er was inmiddels wéér naar het postkantoor gebeld met de klacht dat er nu al twéé postbodes naar het vissen stonden te kijken…

Ome Willem

Het was eind jaren zestig, in de tijd dat voor een postbode het begrip kwaliteit nog op de eerste plaats stond, dat hij nog rustig drie portieken terug liep om een fout te herstellen, dat hij alle mogelijke moeite deed om een onleesbaar adres te ontcijferen, een verkeerd nummer te corrigeren, kortom; héél lang geleden.

In die tijd wilde het publiek deze positief ingestelde bezorgers van hun dagelijkse portie papierwerk graag rond de jaarwisseling een extraatje toestoppen in de vorm van een ‘Nieuwjaarsfooi’. Het was echter door de Centrale Directie streng verboden om persoonlijk contact met de clientèle vergezeld te doen gaan van een nieuwjaarswens. Dat werd als regelrechte bedelarij beschouwd en onwaardig voor een beëdigd ambtenaar. Dit werd ieder jaar door middel van een officiële dienstorder bekend gemaakt. Maar aangezien wij geen salaris van een directielid hadden, maar slechts 64 gulden netto per week, wensten we de mensen al vóór de jaarwisseling ‘Nog prettige dagen!’ en dat deed veel klanten al snel in de beurs tasten.

Dientengevolge sjouwden de bestellers zoveel mogelijk pakjes en bundels post voor grote klanten, die normaal door een chauffeur werden bezorgd, mee de bestelling in zodat zij zo veel mogelijk beladressen hadden om op die manier de mensen in de gelegenheid te stellen hun goede gaven aan hen kwijt te kunnen.

Zo ook mijn collega Dirk de Jong, die tegen beter weten in een bundel post mee nam voor een bekend politicus. Dirk was een groot bewonderaar van deze man en betitelde hem altijd familiair met: Ome Willem.

In de wetenschap dat deze een tegenstander was van welk fooienstelsel dan ook, (Een arbeider is zijn loon waard en moet niet afhankelijk zijn van goedgeefsheid.) belde hij aan bij de staatsman en overhandigde hem de forse bundel met elastieken omwonden post.

Wat schetste echter zijn verbazing toen deze op de hem eigen vriendelijke doch gedecideerde toon zei: “Wacht een ogenblikje besteller, ik moet even iets halen.”

Dirk stond perplex en dacht bij zichzelf: “Wat krijgen we nou?? Is Ome Willem dement geworden, valt-ie van z’n geloof?!”

Teruggekomen aan de deur overhandigde Ome Willem hem, met de woorden: “Mag ik dit aan u toevertrouwen?”, een grote bruinpapieren zak geheel gevuld met door hem zorgvuldig opgespaarde PTT-elastieken!

Guus van Charante
guus.vancharante@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann