Nieuwbouw Koninklijke Stallen in de Paleistuin

Op 15 februari 1881 was het zover: het Rijk droeg de Koninklijke Stallen over aan het ‘Stalbestuur des Konings’. De koetsen en paarden van het hof kregen een eigen onderkomen. Het gebouw trok de nodige aandacht van de Hagenaars. In sommige gevallen werd gesproken van een chique ‘paleis voor paarden’. Op 10 maart 1881 werd het verblijf in gebruik genomen.

Het monumentale gebouw van de Koninklijke Stallen is een begrip in Den Haag. De voorname entree van het complex ligt aan de Hogewal.

Vanuit de verte is het geheel goed herkenbaar met het karakteristieke torentje erop. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat er een dorpskerkje stond.

Het geheel maakt onderdeel uit van het grondgebied van het Paleis Noordeinde, dat zit ingeklemd tussen de Prinsessewal, Hogewal, Noordeinde en de Molenstraat. Een oeroud stukje Den Haag dat zich nog net binnen de oude singel bevindt.

Oorsprong
Vanouds waren de paarden en bureau’s van de Koninklijke Stallen aan het Buitenhof gelegen. Dichtbij het Binnenhof zodat de graaf zijn voertuigen binnen bereik had. Gesproken wordt dat de stallen al in de 15e eeuw gevestigd waren in het oude Valkenhuis, het huidge Buitenhof 34. Door de groei van het hof en de hofhouding in de 19e eeuw, nam ook het aantal paarden en rijtuigen toe. Uitbreiding werd gezocht en gevonden aan het Bleyenburg, maar ook in de Prinsestraat. De ‘stallen’ verdeeld over drie lokaties werkte uitermate inefficient. Ten paleize werd dan ook uitgekeken naar een ander onderkomen, waar alles terecht kon.

Koetsen
Het Noordeinde was destijds een drukke straat en de enige toegangsweg naar Scheveningen. Eenmaal voorbij de Hogewal ging je de stad uit en stond je temidden van de weilanden. Het Haagse centrum bestond voor een groot deel uit het Binnenhof, paleis Noordeinde en hun entourage waaronder de diverse ministeries en andere overheidsgebouwen. In de 19e eeuw verdrievoudigde de Haagse bevolking van 60.000 inwoners naar 180.000! Het groeiende verkeer gaf een navenante overlast. Steeds meer ratelende koetsen en poepende paarden. Architect Johannes P.C. Swijser kreeg het plan om de ‘stallen’ in een deel van de Paleistuin te vestigen.

Plagiaat
Uiteindelijk is het architect H.P. Vogel die het ontwerp van het gebouw op zijn naam heeft staan. Er scheen heel wat gedoe te zijn geweest rond de naam van de werkelijke architect. Vanuit bepaalde kringen werd gemeend dat Vogel plagiaat had gepleegd en de ontwerptekeningen van Swijser had overgenomen. Maar laatste had weer samengewerkt met ontwerper L.H. Eberson, die door de koning in 1874 als zijn hofarchitect was benoemd.

Swyser kon vertrekken en werd als dank onderscheiden met de Luxemburgse ridderorde der Eikenkroon. Vogel kwam met de plannen en aannemer Schippers voerde de werkzaamheden uit voor een bedrag van 354.000 gulden.

Rijksarchief
De ‘stallen’ herbergden naast de rijtuigen en paarden ook het nodige personeel. Diverse staljongens en koetsiers hadden er hun onderkomen. De komst van de ‘stallen’ in de Paleistuin, beviel zo goed dat in 1891 werd overwogen om er ook de nieuwbouw van het Rijksarchief onder te brengen. Dat is niet gebeurd. Wel kreeg het Koninklijk Huisarchief er in 1899 een plaatsje. De Hogewal werd alsmaar drukker waardoor de straat regelmatig moest worden verbreed. Een brede stoep werd aangelegd voor de ‘stallen’ wat ten koste ging van een smalle grasstrook. Ook de Zeeheldenbuurt begon steeds meer gestalte te krijgen. Den Haag groeide snel en er werd flink geïnvesteerd in openbare werken.

Frans van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann