Tante Pos rond 1960 (deel 1)

In de periode 1960-1970 heb ik een aantal jaren als postbode gewerkt op het toen grootste stadsbestelkantoor van Nederland, het Postkantoor Fahrenheitstraat (Den Haag West). In die tijd was er sprake van een strenge hiërarchie onder de ambtenaren en dat waren ook de uniformdragenden.

Evenals dat er bij het Kantoorpersoneel (Ktp) een grote groep was van Employees 2e Klasse (Emp2) zonder enige vooruitzichten om ooit één schaaltje hoger te komen, zo waren er de duizenden bestellers die alleen door anciënniteit een rood streepje op hun kraag kregen als teken van besteller 1e Klasse (Bslr.I.). Dus een Hoofdbesteller met twee gouden strepen op de revers en op de pet aan weerszijden van de letters PTT, dat was zo’n beetje een godheid, laat staan een eerste Hoofdbesteller, die had er drie! En een Beheerder van een bestelkantoor als dat van ons met zo’n 120 bestellers en een twintig Kta’s was als de Schepper zelf (Burc BD)… Zij dienden dan ook met de verschuldigde eerbied te worden behandeld. Als bijvoorbeeld een nieuweling uit onwetendheid de Hoofdbesteller aansprak met ‘mijnheer De Boer’, dan kreeg hij een uitbrander. Je moest zeggen: ‘Hoofdbesteller De Boer’!

Hiep
Toch hadden de bestellers met een aan blasfemie grenzende brutaliteit de Beheerder de bijnaam ‘Hiep’ toebedacht. Ook al was de oorsprong van de naamgeving naderhand niet meer te achterhalen, bij de bestellers was mijnheer Hiep een algemeen bekend gegeven.

Natuurlijk was dit op één of andere manier de Beheerder zelf ook ter ore gekomen, maar niemand zou het in z’n hoofd halen om in zijn bijzijn het woordje ‘Hiep’ te laten vallen!

Nervositeittest
Tijdens de drukke weken in december en in de vakantietijd kwamen er nieuwelingen, werkstudenten en hulpkrachten in dienst. Daar was er altijd wel eentje bij die je gerust naar het heiligdom van de Hoofdbesteller kon sturen, omdat hij alsnog de nervositeittest moest maken… Zo’n type kwam op een keer bij ons het wijk in en zei dat hij bij de Beheerder moest komen, maar hij wist niet wie dat was en waar hij moest zijn.

Wij wezen hem behulpzaam de weg. Rechtuit de gang door langs de garderobe tot bij een glazen deur. Daar bel je aan en aan het eerste bureau links zit een kleine kale meneer. Vraag die maar naar mijnheer Hiep. Wij hebben het uiteraard van horen zeggen, maar mijnheer Hiep schijnt hem briesend te hebben verzekerd dat op zijn kantoor géén mijnheer Hiep werkte, nooit gewerkt had en ook nooit zou werken! Daar waren wij het roerend mee eens!

Guus van Charante
guus.vancharante@gmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann