Op een vlot naar Engeland

Het is rond 1954. Mijn vriend Bart van de Soestdijksekade was al 13 en ik, uit de Huisduinenstraat, was al 12. Het was grote vakantie, wat inhield dat er allerlei drieste plannen werden gesmeed voor kattenkwaad en spannende avonturen.

Geïnspireerd door de fantastische verhalen van Tor Heyerdahl, die met zijn vlot Kon-Tiki naar Polynesië was gevaren, kwamen wij op het idee om ook zo iets te ondernemen. Maar om direct al naar Polynesië te varen leek ons wel wat overmoedig, wij wisten ook niet precies waar dat was, dus lag ons doel iets dichterbij.

Wij fietsten vaak vanaf Kijkduin door de duinen, langs het Zeehospitium, richting Ter Heijde, want daar en onderweg en langs het strand was er altijd wat te beleven. Omdat het jaar daarvoor de grote watersnoodramp toegeslagen had, waren hele stukken duin weggeslagen en lagen er schotsenscheef restanten van Duitse bunkers en verbindingsgangen op het strand. Ook lag er veel hout, planken, balken, touwresten enzovoort. Die bunkers hadden grote aantrekkingskracht op ons en ijverig en opgewonden van de spanning zochten wij naar de wapens, kogels of dode Duitsers die daar te vinden zouden zijn. De oogst bleef nihil….

Nog even over dat fietspad langs het zeehospitium: Het pad bestond uit stoeptegels en sommige lagen niet meer goed in het zand en maakten een kloppend geluid als je er overheen fietste. Op den duur wisten wij exact welke tegels het meest geluid maakten en zo slingerden wij richting Ter Heijde, maar dat terzijde, anders komen wij nooit in Engeland aan.

Kijkduin
Voordat wij richting Kijkduin gingen slopen wij eerst een bouwerij binnen want hier en daar was al sprake van woningbouw. Daar vonden wij achtergelaten bruine kartonnen dozen met lange spijkers en, ik moet het helaas bekennen, wij namen die zomaar mee want ze waren waarschijnlijk niet voor ons achtergelaten… Ik denk dat het inmiddels verjaard is.

Een klauwhamer en een zaag mee naast het brood en de fles water in de fietstas en daar gingen de avonturiers.

Daar wij al vroeg van huis gingen, ik denk kort na zes uur, waren wij al tijdig op het strand en gingen hout en touw verzamelen en begonnen met de bouw van een vlot dat ons tot aan de krijtrotsen van Albion moest brengen.

Het vlot werd direct aan de waterlijn gebouwd, want dan hoefden wij niet zo ver te slepen voor de tewaterlating. Maar toen het vlot klaar was had de zee zich al terug getrokken en moesten wij alsnog zwoegen om het met water verzadigde vlot aan het begin van zijn glorieuze reis te brengen.

Eerst werd er nog een stevige stok geplaatst en werd er een stuk canvas doek als zeil gemonteerd.

Wij spraken af dat ik de proefvaart zou maken en Bart zou vanaf het strand goed toekijken hoe het allemaal verliep. De aflandige wind en de ebstroom deden wat verwacht werd en vrij snel was Bart voor mij visueel gekrompen tot een klein poppetje en was communicatie met de wal niet meer mogelijk. Hij liep wel zenuwachtig heen-en-weer maar dat leek mij van enthousiasme.

Ik vond het vlot wel erg zijn naam eer aan doen en de kust kwam steeds verder uit zicht, zodat ik niet helemaal gerust was of Bart ooit nog mee kon naar Engeland. Op den duur werd ik bang en besloot te water te gaan en terug te gaan naar het strand. Voor de veiligheid sleepte ik het vlot achter mij aan maar wind en stroming hadden de overhand en Bart werd steeds meer een piepklein stipje.

Ergens op het duin, in de omgeving van het dorpje Ter Heijde, was kennelijk mijn situatie als zorgwekkend gezien en werd de reddingsbrigade gewaarschuwd. Want net toen bij mij lichte paniek toesloeg zag ik een tractor met een witte boot er achter het strand op rijden en even later zag ik een man of zes of acht stevig roeiend mijn kant op komen.

Eenmaal geënterd werd ik met voor die plaats tamelijk ongebruikelijke zondagsbewoordingen begroet en voor halve gare uitgemaakt. Het vlot werd aangehaakt en Haagse Tor werd met vlot en al teruggesleept. Daar stond al zo’n ouwe Amerikaanse legertruck, een REO denk ik, klaar om daar al het hout in te laden.

Later begreep ik dat het de plaatselijke strandjutter was die dankzij ons een mooie vracht hout bemachtigd had. Omdat op de heenweg al het brood al op was keerden wij hongerig maar toch voldaan huiswaarts.

Beleven kinderen van nu en van die leeftijd nog zo iets? Ik hoop het van harte.

Frank Schmits
Schmits-3137@ziggo.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann