Zwembadpret

Iedere Nederlander moet kunnen zwemmen. Noodzakelijk in ons waterrijke landje. Jong geleerd is oud gedaan. Zo werd er in mijn jonge jaren over gedacht. De overheid stimuleerde het zo genoemde schoolzwemmen. Maar in het Rijswijk van mijn jeugd was er nog geen overdekt zwembad. Wel een openluchtbad in De Put, dat een deel was van het meer achter het landgoed Te Werve aan de Van Vredenburgweg en dat ontstaan was door de uitgravingen voor de aanleg van de spoorlijn Den Haag- Delft. Dat was alleen in de zomer open.

Dat zoetwateropenluchtbad heb ik in mijn lagere schooljaren en daarna meermalen bezocht. Ik had toen zelfs een abonnement aan een touwtje om mijn nek. Het was een heel eind lopen van mijn huis naar dit openluchtbad. Ik kwam vaak weer net zo bezweet terug als ik gegaan was. Het was er nogal primitief. Geen badhokjes, maar houten loodsen met lange banken, waarboven de kleerhaken. Dus zonder enige privacy. En bijna geen toezicht. Maar toen had ik al het zwemdiplama A gehaald in het Sportfondsenbad in Delft. Mijn zesde klas reisde eens per week met de tram van de Broekslootkade naar de Gist- en Spiritusfabriek te Delft. Meteen na het uitstappen roken we de penetrante gistlucht. Dan nog een eind lopen naar een buitenwijk, waar het zwemgebouw stond. Het rook er sterk naar chloor. Over het ondiepe bad gedeelte waren kabels gespannen, waaraan naast elkaar hengels hingen met een leren band eraan half in het water. Hangende in die lussen kregen we de zweminstructies: arm- en beenoefeningen. Heel saai en langdurig. Als we dat na weken onder de knietjes hadden, gingen de kabels weg en begon het leren van het echte zwemmen. Nu werd het pas leuk! Maar het springen van de hoge duikplank vond ik doodeng. Ik heb eens gezien, dat een bangerik een duwtje van de badmeester kreeg. Dat zorgde ervoor, dat mij dat niet gebeurde en sprong ik dan maar gauw met mijn neus en ogen dicht geknepen in het o zo diepe water…

Mijn badpakje bestond uit een rood broekje met pijpjes met eraan vast een geel gebreid hemdje. Ik schaam me nog als ik eraan denk. Enfin, het schoolzwemmen nam een halve schooldag in beslag, hetgeen we niet betreurden.

Het B-diploma was een onderdeel van de gymlessen op de Kweekschool. Ik was verplicht dat te halen, alleen niet onder schooltijd. Dus nam ik na schooltijd zwemlessen in Badinrichting ‘Mauritskade’ en behaalde daar het Diploma Geoefend Zwemmer toen ik 17 jaar was.

In mijn militaire diensttijd werd er voor de niet zwemmers gelegenheid voor het behalen van het eerste diploma gegeven. Ik wist dat er onder mijn kornuiten water vrezende kerels waren. Die waren allang blij als ze niet mee hoefden naar het zwembad. Dan ging ik onder hun naam maar al te graag mee. Want het aantal zwemmers moest altijd kloppen. Dat ging een poosje goed, tot ik door de mand viel: voor een beginner zwom ik veel te goed! Een oplettende badmeester merkte dat en uit was het met mijn zwempret! Er werd voortaan beter gecontroleerd. Jammer.

Mijn laatste zwembadervaringen deed ik op in het Wassenaarse Sportfondsenbad. Met mijn klas van de Kievietschool aan de Buurtweg fietste ik eens per week naar het nu geheten Sterrebad aan de Zanderijlaan. Maar na enkele valpartijen onderweg mochten we met de bus. Soms zwom ik ook mee, om de zwemkunst niet te verleren. Zo lang de kinderen les kregen, zwom ik in het rustige deel van het bad mijn rondjes. Maar na het signaal Vrij Zwemmen, was het met mijn rust gedaan en werd ik door mijn boefjes overrompeld. Ze trokken aan mijn ledematen, probeerden me kopje onder te duwen en meer van deze spelletjes onder veel gelach en gekrijs. Allemaal speels en goed bedoeld, maar voor mij toch een beetje te veel van het goede. Ik kon mijn hoofd ternauwernood boven water houden. Ik was blij als ik mij uit het gewoel kon redden en me kon aankleden voor het eindsignaal. Want er was wel hulp nodig, als de kinderen uit het chloorwater kwamen. Gelukkig waren er altijd helpende moederhanden aanwezig. Als ik niet mee zwom, had ik met die moeders aardige conversaties achter de glazen wand, waardoor we naar de verrichtingen van de kinderen keken, onder het genot van een bakkie troost. Als het diploma zwemmen was, kwamen er veel ouders mee om hun pupil aan te moedigen. Dat gaf een enorm lawaai in het badgebouw. Als ik daar aan denk, krijg ik alsnog weer pijn aan mijn oren!

Ik vraag me af, of het schoolzwemmen nog op het rooster staat. Evenals de verkeerslessen. Maar daarover een andere keer.

Barend Jan Donker
lindenf@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann