Radiodistributie

Toen mijn vrouw schreef over Radio Oranje waar haar vader naar luisterde, ging bij mij een geheugenlaatje open. Hun huis van drie etages was groot genoeg om een radio te verstoppen, maar het huurhuis van mijn ouders, de eerder in De Oud-Hagenaar beschreven Van der Gaagstraat, telde maar één verdieping. Daar was een verstopte radio zo gevonden!

Bovendien was mijn pa als werkeloze voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland gestuurd, en moest mijn ma in haar eentje beslissen over de ‘dreigbrief’ omtrent het inleveren van de radio. Waarbij de aanwezigheid van mij en mijn twee broertjes van allen nog geen zes jaar beslist een rol gespeeld heeft.

Vaag kan ik me dus herinneren dat wij een radio gingen inleveren in de gymzaal van de Roomse meisjesschool aan de Burgemeester Hovylaan. De radio speelde toen in mijn leven geen enkele rol, zodat ik geen idee heb wanneer de distributieluidspreker een plaats vond in onze woonkamer. Ik realiseer me dat nog geen tien procent van de lezers in dit land een idee heeft wat er met radiodistributie bedoeld wordt of werd…

Het zou bijvoorbeeld heel goed kunnen zijn dat die luidspreker min of meer gelijktijdig geïnstalleerd is. Want enerzijds wilden de bezetters dus oorlogsinformatie vanuit Engeland onmogelijk maken, maar anderzijds vonden ze hun eigen nazi-propaganda belangrijk genoeg; en zal Max Blokzijl, de NSB-propagandist, niet voor de kat z’n viool in een microfoon hebben willen praten. Niemand werd immers geacht een radiotoestel te bezitten…

Pas later ging die luidspreker, met maar vier mogelijkheden – ik dacht een knop voor Nederland I, II en III en Radio Luxemburg (Nederlands) – ook voor mij bij het ouder worden een rol spelen. Alleen de bejaarden herinneren zich die fameuze Bonte Dinsdag-avond trein nog met Kris, Kras en Kruimeltje. En een cabaret gezelschap o.l.v. een tandarts uit Den Haag (Chiel de Boer?).

En wie kent nog de beschaafde stem van Ida de Leeuw-van Rees, en haar in die tijd onmisbare rubriek ‘Met naald en draad’; tegenwoordig worden sokken weg gegooid, en het keren van de kraag van overhemden is een aardige vraag voor een tv-quiz. Op zondag moesten wij kinderen stil zijn als de grootste politieke autoriteit van de Koude Oorlog, mr. G.B.J. Hiltermann de toestand in de wereld ging bespreken.

Later werd die luidspreker ook voor mij een favoriet… Op zaterdagmiddag kwam de muziek aan de beurt, ik dacht op Radio Luxemburg. Dan luisterde ik naar de heel donkerbruine stem en het Amerikaanse accent van Pete Felleman die mij liet genieten van het populaire Amerikaanse genre. Of de Dixieland-jazz van Chris Barber of de skiffle-muziek van Lonnie Donegan.

En natuurlijk niet te vergeten de Hawaï-muziek van de Kilima Hawaiians of de Mena Moeria Minstrels. Intussen was voetbal mijn hobby geworden, en wachtte ik met ongeduld tot de zondagmiddag maaltijd achter de rug was en ik eindelijk op de fiets naar Madestein mocht ‘scheuren’ voor een thuiswedstrijd van mijn club De Postduiven. Waarna ik met dezelfde haast naar huis terug vloog om, met die luidspreker op mijn knieën vanwege de gezinsconversatie, te kunnen horen of ADO en HBS in de hoogste nationale voetbalklasse succes hadden geboekt. Want na het geleuter van Bob Spaak kwam daar de stem van Frits van Tuurenhout de verzamelde uitslagen uit het hele land citeren. Vooral zijn ‘nul-nul’ uitslag is stemtechnisch historisch geworden, en heeft hem zelfs overleefd.

De stijgende welvaart en het daardoor toenemend aantal radio’s, meerdere per adres zelfs, heeft de radiodistributie de genadeslag gegeven; en veroorzaakt dat tegenwoordig nog maar weinigen weten wat daarmee bedoeld wordt.

J.W. v.d. Heijden
heijden5@caiway.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann