De Houtrusthallen: plek voor topsport, muziek, cultuur én demonstraties (deel 1)

Ter voorbereiding op een paar artikelen over de ‘oude’ Houtrusthallen, praat ik eerst met Frans Leermakers, voormalig sportjournalist en ex-beleidsmedewerker communicatie (hij doet het nu nog parttime) bij de gemeente Den Haag. Praten met hem heeft twee voordelen: hij is een wandelend (en pratend) archief en hij is uiterst enthousiast. En hij helpt mij op weg. Dat is nodig, want de eigen herinneringen brengen mij niet verder dan twee ervaringen: mijn eerste acties als ‘jager op meisjes’, hetgeen je eigenlijk niet beter dan op de HOKIJ kon doen. Ook al was het zo, dat ik altijd wat uit te leggen had als ik op het ijs verscheen met van die klemschaatsen, die je moest aandraaien met een sleutel onder stevige schoenen. Pas veel later ‘scoorde’ ik echte ijshockeyschaatsen, maar toen was de verkering al gemuteerd in een bestendig huwelijk. Mijn tweede ervaring was het bijwonen als verslaggever van NOS Langs de Lijn van de zaalkorfbalfinale tussen twee Amsterdamse ploegen: Allen Weerbaar en Blauw Wit. Op het ijs. Op het ijs? Jazeker, over de ijsvloer was een houten vloer gelegd, waarop heel goed kon worden gekorfbald. Het was in 1979, ik weet nog, dat Barbara de la Chambre daar het winnende doelpunt maakte voor Blauw Wit en ik weet ook, dat in dat jaar ‘eeuwige’ kampioen Ons Eibernest al op z’n retour was.

Maar Frans schudt de highlights van de historie van de Houtrusthallen moeiteloos uit zijn mouw. “Meest bijzondere vind ik toch wel, dat de HOKIJ de eerste overdekte kunstijsbaan van Nederland was in het gebouw, dat in 1937 werd opgeleverd. En Joan Haanappel begon daar haar carrière. Samen met Sjoukje Dijkstra, als die twee reden was het echt stil op straat. En HIJS HOKIJ met z’n vele Canadezen in de ploeg zoals Pat Adair, Carl Forster en later Dave Andrews. En natuurlijk de Nederlander Arie Klein, die tot z’n 47e aan tophockey bleef doen. Later kwam RAAK daarbij, geïnitieerd door Hans Kortekaas uit Wassenaar. Dat leverde twee, drie jaar een hele heftige rivaliteit op tussen die twee ploegen. Bierblikjes op het ijs en zo, sensationeel en ruw was het, er gebeurde tenminste wat.” Maar Leermakers memoreert ook andere hoogtepunten zoals de Davis Cup-tenniswedstrijd tussen Nederland en Zwitserland in 1992, de geweldige prestaties van Operatie’55, de handbalclub, die in het jaar 1955 werd opgericht, zeven keer Nederlands kampioen werd en in 1970 weer afscheid nam. “Met Jaap Visscher, de grondlegger van de LOOT-scholen, en niet te vergeten de gebroeders Botterman.”

Naast de sportieve highlights noemt Leermakers andere kenmerkende activiteiten in de Haagse Houtrusthallen: “De Rotonde was natuurlijk een broedplaats voor Den Haag als beatstad, de paus droeg er een Heilige Mis op in 1985, de Damesbeurs was er elk jaar, net zoals de Pasar Malam, vergeet ook de jaarlijkse bijeenkomst van de Zuid-Molukse gemeenschap niet. En herinner je je nog de grote anti-kernwapen demonstratie, die begon op het Malieveld en eindigde in Houtrust, waar het publiek massaal premier Lubbers, die wat wilde zeggen, de rug toekeerde?” En er was meer, veel meer: het optreden van de Rolling Stones, dat onder beheer van Jacques Senf een rustiger verloop kende dan hun eerdere optreden in het Kurhaus, het concert van Bill Haley in 1954, het concert van Louis Armstrong in 1959 en Lionel Hampton in 1952. Maar er waren ook eindexamens van veel middelbare scholen, de Europese kampioenschappen JUDO in 1996 en het EK Atletiek in 1989, ADO speelde er in de strenge winter van 1962-1963 voetbalwedstrijden tegen DOS (Utrecht), Feyenoord, Ajax en Sparta. Tijdens een van die wedstrijden schoot Jan Villerius de bal tegen een van de lichtbakken aan het plafond, waarna de zaak met donderend geraas naar beneden kwam. “Misschien was dat wel symbolisch voor het naderende einde, want hoewel de Houtrusthallen de eerste (en enige?) Kamasutra Beurs nog net overleefde, moest de toenmalige wethouder Stolte toch besluiten om, na het min of meer mislukte avontuur met de atletiekbaan, over te gaan tot sluiting van de hallen, die bouwkundig ‘op’ waren. En dus te gevaarlijk voor sportbeoefening, tentoonstellingen en massabijeenkomsten. De hallen werden in 2000 gesloten en in 2002 gesloopt. Het zou zeventien jaar duren voordat er weer een ‘sporthal’ van allure zou komen in Den Haag: de Sportcampus, geopend in september 2017. Tentoonstellingen en aanverwante activiteiten konden onder meer over naar het Congresgebouw en de latere Statenhal, totdat ook die weer gesloten werd (en onder meer het North Sea Jazz Festival; door Rotterdam ‘gekaapt’ werd). Verhalen te over dus over de Houtrusthallen. Maar eerst de sportieve hoogtepunten:

Nog steeds rechtsaf
“Op de HOKIJ ben ik zo ongeveer opgegroeid. Van m’n 5e tot m’n 19e jaar bracht ik daar een belangrijk deel van mijn leven door, daarna ben ik de wijde wereld ingetrokken”, aldus Joan Haanappel vanuit haar huidige domicilie in Brussel. “Daar kreeg ik alle gelegenheid om het kunstrijden te leren naast mijn schoolopleiding. Naar de lagere school fietste ik van de Vondelstraat, waar ik woonde met mijn ouders, naar de Bentinckstraat en later naar de Johanna Westermanschool in Sweelinckstraat. Dat betekende soms wel om 6 uur ’s morgens al op het ijs staan. Nog steeds heb ik de neiging om als ik in Den Haag ben en over de Houtrustbrug rijd, rechtsaf te slaan richting Houtrust.”

“Het was een keihard begin van mijn schaatscarrière en waar anderen bijvoorbeeld soms wel in Engeland konden trainen, moest ik het in Nederland op de HOKIJ, toen de enige kunstrijbaan, doen. Ik kon alleen in de vakanties af en toe naar Engeland. Maar ik behaalde er wel mijn eerste Nederlandse kampioenschap en er zouden er nog drie op de HOKIJ volgen. Want Europese en wereldkampioenschappen vonden elders in de wereld plaats. Tja, en toen kwam Sjoukje Dijkstra, die met mij opgroeide en meetrainde vanaf het 10e of 11e jaar, we werden ook elkaars concurrenten. En goede vriendinnen overigens. In 1959 ging zij mij voor het eerst voorbij bij de Europese kampioenschappen, waar ik niet zo goed reed en ik derde en zij tweede werd. Maar ik trok op m’n 19e jaar de wijde wereld in en werd aangenomen bij de Wiener IJsrevue. Overigens trad ik later met de Wiener IJsrevue ook nog eens in de HOKIJ op waarmee ik de eerste professionele sportvrouw van Nederland werd. Daarna werden het de VS, waar ik met veel plezier werkte”, vult Joan aan.

En over haar concurrente: “Het was best een teleurstelling toen Sjoukje mij bij het Europees kampioenschap in 1959 in Davos voorbijging. Ik denk nog steeds, dat de school (waar ik overigens achteraf dankbaar voor ben, dat ik die afgemaakt heb tot en met de MMS) daar debet aan was, Sjoukje kon bijvoorbeeld in Engeland les krijgen en tussendoor ook wel studeren.”

En over de combinatie HOKIJ en school vertelt Joan nog: “Het gaf ook best jaloezie, hoor, dat kunstrijden van mij. Dan werd er al gauw gezegd: ach ja, zij denkt dat ze zo goed is en dus overal goed in is. In dat opzicht krijg je zowel voor- als tegenstanders om je heen. Zelfs journalisten hadden er weleens moeite mee. Als zes- of zevenjarig meisje mocht ik een keer mijn kunsten vertonen in de pauze van een wedstrijd van HIJS HOKIJ. Daar stond een verslagje van in het Binnenhof. De betrokken journalist vond het wel nodig om te melden, dat de speaker van de ijshockeywedstrijd de toelichting gaf, dat ik waarschijnlijk Johanna en natuurlijk geen Joan zou heten, die naam zou wel uit publicitaire overwegingen gekozen zijn. Maar overigens was de relatie met de journalistiek altijd prima, hoor.”

Op dit moment is Joan druk bezig met haar Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) die probeert het echte toptalent te coachen en te begeleiden. Het gaat om een talentvolle groep van 14- tot 21-jarigen, waarvoor zij ‘gisteren nog in Zoetermeer was’ (en niet rechtsaf sloeg bij de Houtrustbrug…) en waarvoor de stichting onder meer vier keer per jaar zevendaagse trainingskampen in de Uithof in Den Haag organiseert met Amerikaanse toptrainers.

En hoewel het buiten kader van ‘onze’ De Oud-Hagenaar valt, onderstreept Joan graag de bijzondere positie van het kunstrijden. In relatie tot bijvoorbeeld het langebaan schaatsen. “Dat veel meer de aandacht krijgt, terwijl kunstrijden nog altijd het ondergeschoven kindje is bij de KNSB. En dan te bedenken, dat wereldwijd kunstrijden veel belangrijker én tevens de meest bekeken olympische wintersport is, die de ISU veel, héél veel geld oplevert, vooral uit tv-rechten. De KNSB wordt nota bene mede door die ISU-gelden mede gefinancierd, maar voor kunstrijden is helaas geen belangrijke plaats ingeruimd.”

Ik voel, dat we over dit onderwerp nog uren zouden kunnen doorpraten én schrijven, maar helaas leent de ‘core business’ van De Oud-Hagenaar (nostalgie) zich daar niet voor. Joan wil nog wel graag afsluiten met de opmerkingen, dat de SKN een echte Haagse stichting is, dat zij nu eenmaal ‘geboren en getogen’ Haagse is en dat ze dus ook in Den Haag begraven wil worden. Als Hagenaar of Hagenees? Vanwege de afkomst uit de Vondelstraat als Hagenaar, denk ik zo.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann