Glijden en aardige mensen

Iedereen heeft genoten van de feeërieke schoonheid van de winterse natuur in de tweede week van december. Een zeldzame beleving. Echter, bij de lusten horen ook de lasten. En voor ouderen zijn die lasten wat zwaarder dan voor de soepele jeugd.

Zo ook voor ondergetekende. Nog prima mobiel, maar toch wat voorzichtig, moest, en wilde ik ook, wat boodschappen doen. Tijdens de twee dagen dat de sneeuwvlokken onophoudelijk naar beneden vielen, gold immers een soort huisarrest. Op de derde dag, toen de vlokken wegbleven, keek ik eens door mijn raam naar de straat. Op de rijweg was goed gestrooid, dat wel. Maar de trottoirs waren een grote puinhoop. Enfin, toch maar proberen, ik verlangde naar de buitenlucht, en ik moest echt wat eten in huis halen.

Willem Royaardsplein
Met mijn trek-boodschappenwagen zette ik de eerste voorzichtige stappen buiten, naar Albert Heijn in mijn buurt op het Willem Royaardsplein. Nou, dat was een Nova Zembla-tocht! De straat oversteken ging goed, die was immers schoon gestrooid. Maar het trottoir… Glibberend en glijdend, nog nèt niet vallen, maar desondanks vol goede moed, bereikte ik de winkel en deed mijn boodschappen. Daarna, dacht ik, op deze manier weer naar huis, het zou waarachtig wel gaan. Het was héérlijk weer, een genot om buiten te zijn, wie deed me wat.

Maar dat viel toch tegen. Mijn boodschappenwagen was vol, en wilde niet al te vlot door de sneeuw rollen. Harder trekken, dus. En het was vreemd, ik nam de stappen door de sneeuw minder moedig dan op de heenweg. Waarom? Geen idee, maar het gebeurde. Ik nam mijn stappen door de sneeuw-rotzooi en de plakken ijs aarzelend en wat angstig. Leeftijd!! Op een gegeven ogenblik bereikte ik de rijweg tegenover mijn huis. Hoera, even oversteken, dan nog door een vervelend ijs-sneeuwstuk heen baggeren, en dan zou ik veilig thuis zijn, innig tevreden over mijn prestatie, en opgefrist door de buitenlucht.

Dóórlopen
Maar dat was raar, op een of andere manier kwam ik de stoep niet af. Bij de rand lag een dikke laag halfgesmolten, bevroren zwarte smurrie van een modder- en ijslaag, zo’n 20 cm hoog. Wat idioot, dacht ik, wat mankeer ik. ik ben er net toch ook overheen gegaan! Dóórlopen! Maar het ging gewoonweg niet. Aarzelend stak ik een been uit, wilde mijn voet op de straat zetten: maar nee, mijn voet protesteerde: dat doe ik niet, zei hij. Je moet, antwoordde ik, ik wil naar huis. Nee, zei de voet, doe het zelf.

Opeens kwam er een auto aanrijden die vlak bij mij parkeerde. Er stapte een man uit. Hij liep naar mij toe en vroeg: wilt u oversteken? Even flitste de gedachte door me heen: logisch toch, dat hij dit eerst aan mij vraagt. Wie kent niet de verhalen van over-behulpzame mensen die oude vrouwtjes die helemaal niet willen oversteken, toch de straat overslepen? Ik keek de man dus stralend aan en zei: wat lief van u, gráág. Ik kreeg een geruststellende stevige arm, en als op vleugels deden we de oversteek. Pas op hoor, zei hij vriendelijk, u mag niet vallen. Nou, antwoordde ik, samen met u gebeurt dat niet. Toen hij me losliet zei ik tegen hem: er zijn toch nog aardige mensen op de wereld, ondanks alle kwade verhalen in kranten en tv. En u bent er één van. Heel hartelijk bedankt, u bent lief. De man vertrok en ik kwam veilig thuis.

Dit gebeurde nu al enkele dagen geleden, maar ik denk nog steeds aan die man, en zie voor me hoe hij me de straat overbracht. Er zijn echt nog aardige mensen op de wereld.

Renee van Alphen
r.j.a.alphen@gmail.com

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann