Mijn tante Bets uit de vorige eeuw

Tante Bets was de dochter van een broer van mijn opa. Dat klinkt al zo ingewikkeld dat de lust om verder te lezen u wellicht nu al vergaat. Nog even volhouden, zou ik zeggen. Want tante Bets was een bijzonder mens.

We schrijven 1980. Mijn moeder had over haar verteld. Maar ik had haar nog nooit gezien. Ze was lerares Engels geweest in Leiden. En ze was getrouwd met een zekere Gerard, een advocaat die z’n geld al vroeg had belegd in Japanse aandelen. Ze hadden geen kinderen. Gerard stierf in 1977 toen ze zelf 72 was en dus helemaal alleen overbleef.

Ontmoeten
Op een dag maakte ze via mijn moeder (haar nicht dus) kenbaar, dat ze de familie wenste te ontmoeten. Die ontmoeting vond om de een of andere reden bij mij thuis plaats. Daar zag ik haar voor het eerst.

Ze bleek een buitengewoon beschaafde dame te zijn, zoals je die tegenwoordig alleen nog maar in ouderwetse films ziet.

Toen ze aanbelde deed ik open en hielp haar uit haar mantel. Ik stelde haar voor aan mijn gezinsleden en bood haar een kopje thee aan. Mijn moeder en enige aanverwante familieleden waren inmiddels ook gearriveerd. Zodat er zich een gezellige, maar oppervlakkige kout kon ontwikkelen aangaande de thans vigerende maatschappelijke posities van haar aanverwanten. Die mondde uiteindelijk uit in de vraag van tante of er misschien ook iemand in de familie was die haar kon bijstaan bij het doen van haar administratie. Want, zo meldde ze, ze ging wat achteruit en begreep alles niet meer naar behoren.

Twee sorteerbakjes
Dat kwam mooi uit. Want ze woonde in een chique villa aan de Van Ledenberchstraat nabij Oegstgeest en ik had als docent zojuist een nieuwe arbeidsplaats betrokken aan de Pedagogische Akademie aan het Galgewater te Leiden. Dus kon ik na schooltijd best af en toe even bij haar aanwippen om haar bij te staan. We spraken af, dat zij alles wat ze zélf op administratief gebied afhandelde in het ene sorteerbakje zou doen en wat ze door mij afgehandeld wilde hebben, in een andere bakje zou deponeren.

De eerste keer dat ik langs kwam vond ik in dat ene bakje een bonnetje van de SRV-man, een factuur van de stomerij en een nota van een elders genuttigde consumptie.

In het andere bakje torende een berg papier tot bijna omvallend toe. Bankafschriften, notariële aktes, doktersrekeningen, effectenrapportages, beleggingsoverzichten, belastingaanslagen, noem maar op. Voorlopig kon ik mijn lol wel op.

Eigenlijk begon me pas iets te dagen toen tante mij vroeg haar te vergezellen naar de bank. Want, zei ze, ze had niet genoeg contanten in huis om de SRV-man te betalen en wellicht kon dat bij de bank worden geregeld. Arm in arm wandelden we dus naar het dichtstbijzijnde bankfiliaal in de Kempenaerstraat in Oegstgeest. Niet zodra waren wij daar daar binnen of een toegeschoten bankemployee vroeg ons of ze misschien onze jassen aan kon nemen. En dat de directeur van de bank weldra zou verschijnen om ons te ontvangen. Dat duurde inderdaad nog geen drie minuten. Wat een service.

‘En mevrouw Wissenburgh-Ravensteijn, wie verkeert er in uw gezelschap?’, vroeg de directeur beleefd. ‘Dat is mijn neef’, zei tante en zo kreeg ook ik een hand van hem. ‘En wat kunnen we voor u betekenen?’, vroeg hij nadat hij ons een plaats had gewezen aan een tafel in de directiekamer. Tante Bets legde de kwestie omtrent de te verwachten tekorten wegens SVR-aankopen aan hem voor. Waarop de directeur direct aanbood ons de gevraagde contanten in een enveloppe te overhandigen.

En zo liepen we even later arm aan arm weer terug.

‘Dat zijn daar bij die bank toch zulke aardige mensen’, zei tante toen we weer thuis waren. ‘Als je daar om geld vraagt, krijg je het gewoon’.

Zuinigheid met vlijt
Zuinig was ze wel. Het koekje bij de thee was een soort biscuit uit een blik uit de tweede wereldoorlog. De sherry die ze schonk was troebel en eens in de zoveel jaar gebruikte ze haar agenda uit een van de vorige jaren opnieuw. Omdat de dagen van de week in die oude agenda weer klopten met de data van het lopende jaar. Maar wel noteerde ze dan haar afspraken met een andere kleur inkt om verwarring met de afspraken van al die jaren geleden te voorkomen.

Niet lang daarna viel ze van de trap. Waardoor ze enige weken in een verpleeghuis moest verblijven. Dat was een mooie gelegenheid haar huis eens ongestoord aan een nader onderzoek te onderwerpen. Met toestemming van de familie natuurlijk.

Eerst maar eens de linnenkast. Dames van stand bewaarden, zo ging het gerucht, hun testament immers altijd in de linnenkast op de bovenste plank rechts, onder een stapel opgevouwen lakens. En warempel. Daar lag het. En wat bleek? Liefdadige instellingen had ze bedacht met legaten van in totaal 20.000 gulden. En aan haar nichten (mijn moeder, de zuster van mijn moeder en een andere nicht) tezamen liet ze 1,1 miljoen gulden na. Alstublieft! Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen. En iedere dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar.

Successierechten
Ik riep de nichten in de stationsrestauratie in Utrecht bijeen om ze op de hoogte te stellen. En liet ze raden.

‘Nou’, zei mijn moeder. ‘Tante Bets had wel wat geld van die aandelen van haar man. Vast wel iets van 5.000 gulden’. Ook haar zuster en de derde nicht zaten er ver naast met hun 12.000 en 50.000 gulden. Toen ik ze vertelde hoeveel het was drong het eerst absoluut niet tot hen door. Zoveel? Gelukkig kon ik ze vertellen, dat de overheid meer dan de helft van dat bedrag aan successierechten zou opeisen. Zodat er voor ieder ‘slechts’ 190.000 gulden restte.

Zover was het echter nog niet. Tante Bets kwam terug uit het verpleegtehuis en zwaaide haar scepter als nooit tevoren. Nog ruim twee jaar handelde ik de dozen met SRV-bonnetjes en de gangbare administratie af. En wandelde af en toe met haar over het Katwijkse strand. Totdat ze werd opgenomen in een verzorgingshuis in Houten wegens toenemende dementie. Daar maakte ze kennis met een man, die net zoals haar vroegere echtgenoot, ook Gerard heette. Ze dronk thee met hem, zoende hem en gaf hem reprimandes in de veronderstelling dat het haar eigen man was. Ook nam ze daar haar oorspronkelijke beroep weer op en gaf met straffe hand Engelse les aan haar mede-patienten die ze daartoe steeds keurig in rijtjes van vier had gezet. En onverbiddelijk de zaal uitstuurde als ze zich misdroegen.

Vakantiehuisje
In 1988 overleed tante Bets. Aan haar graf stonden slechts drie nichten en ikzelf.

Niet lang daarna mocht ik als executeur testamentair een girootje uitschrijven van 612.000 gulden aan successiebelasting. U zult er wellicht begrip voor kunnen opbrengen, dat ik me eerst stevig had bedronken alvorens dat girootje in de brievenbus te werpen. Want zoiets lukt mij absoluut niet in nuchtere toestand.

Mijn moeder kocht van de erfenis een prachtig vakantiehuisje in Brabant. Waar ze niet alleen zelf, maar ook haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen nog jarenlang plezier van hebben gehad.

Met dank aan tante Bets.

Zelf ooit ook een chique tante gehad? Mail het naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann