Het eeuwige afscheid

In mijn jeugd bezocht ik op de zondagmiddagen en de vrije woensdagmiddagen graag de enige bioscoop in de buurt van mijn woonplaats Rijswijk: het Rembrandt Theater op het Lorentzplein in het Laakkwartier in Den Haag. Daar werden spannende kinderfilms vertoond, zoals de avonturen van Johny Weissmuller als de stoere Tarzan in het oerwoud. En Stan Laurel en Olivier Hardy als de Dikke en de Dunne Dat was lachen! Ook bij de films van Charlie Chaplin. Meestal ging ik er alleen heen. Maar op een dag wilde mijn moeder per se met me mee. Ze was van geboorte een Rotterdamse en wilde het optreden van een Rotterdamse artieste zien, die zij vroeger voor de oorlog in Rotjeknor had bewonderd.

Zij trad nu in het Rembrandt Theater op als pauzenummer tijdens een film, waarin ze zelf optrad. Het ging om een life optreden van Henriette David, beter bekend als Heintje Davids. Zij zong in de pauze van de film op het podium de toen bekende liedjes van haar net voor de oorlog overleden broer en beroemde zanger van levensliedjes: Louis Davids. Zij werd op de vleugel begeleid door een pianist. Ik zag haar voor het eerst in levende lijve, maar had haar al zien optreden in diverse films: o.a. als Na Druppel in De Jantjes uit 1934, dat toen de tweede geluidsfilm in Nederland was. Daarvoor had ze van 1925 tot 1932 in de Bouwmeesterrevue gespeeld. En daar stond ze nu in de jaren vijftig op de planken met een pauze nummer: een mollig propje met een volle stem, een brede mond en korte, dikke beentjes. Die toonde ze aan het publiek als het succes op zijn hevigst was. Dan tilde ze haar rokken op tot boven haar knieën en maakte ze zo wat danspasjes. Het publiek lachte zich wezenloos…

Zij zong o.a. Wij gaan naar Zandvoort, k Heb rooie en witte radijs en Draaien, altijd maar draaien. Tussen de liedjes door malle conferences in haar onvervalste Rotterdamse accent. Het publiek zong en klapte alles mee. We zaten vooraan op het balkon en ik had mijn moeder nog nooit zo blij zien kijken… Zelf vond ik Heintje een tikkeltje ordinair, maar mijn moeder genoot.

Heintje was geboren in 1888 in de Zandstraat in hartje Rotterdam en was de jongste van acht kinderen, waarvan er vier vroegtijdig overleden. Van de overgebleven vier werd de oudste, Louis, de beroemdste. Hij was net voor de oorlog overleden, maar zus Rika en broer Hakkie, (van Hartog) die ook in het theater werkzaam waren, stierven in het concentratiekamp. Dankzij haar onderduik was Henriette de enige overlevende. Na de bevrijding bleef zij het repertoire van vóór de oorlog uitdragen. Bij elk optreden herdacht zij haar broer Louis, aan wie zij haar carrière te danken had. Zij had veel succes in de theaterzalen, in de film en voor de radio, zoals in de Bonte Dinsdagavondtrein. Een populair avondprogramma met bekende artiesten als Kees de Lange, Snip en Snap en vele anderen.

Zij was getrouwd met de journalist Philip Pinkhof, die onder het pseudoniem Rido revues schreef, waarin Heintje tien jaar lang de liedjes en dansjes deed. Na de oorlog reisde zij met het repertoire van Louis door het hele land. Zo doende zag ik haar begin jaren vijftig als pauzenummer in het ook allang niet meer bestaande Rembrandt Theater in Den Haag.

‘Heintje Davidseffect’
Officieel nam zij in 1954 afscheid, maar ze kwam steeds weer terug met de smoes, dat het nu echt de laatste keer was. Dat hield zij vol tot ver in de jaren zestig… Dit werd het ‘Heintje Davidseffect’ genoemd. Als een artiest in die jaren afscheid nam en gevraagd werd nog eens op te treden, was meestal het antwoord: Ik ben geen Heintje Davids!

Zij stierf op 14 februari 1975 te Naarden. Het afscheid was nu echt definitief…

Barend Jan Donker
lindenf@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann