Een Hagenaar ‘abroad’

Bob Jongschaap schreef in zijn interessante en uitgebreide artikels over de boekhandel Martinus Nijhoff hoe hij daar op 1 januari 1960 als 21-jarige de treden van Lange Voorhout 9 opliep en hij beschreef de marmeren hal, de twee kanonnetjes en de staande klok aldaar en dan natuurlijk het borstbeeld van Wouter Nijhoff. Hij noemde deze ‘Wouter De Grote’.

Ik volgde Bob ruim een jaar later, februari 1961, via dezelfde traptreden, langs de kanonnetjes naar het bureau van de heer De Kievit, de personeelschef. Mijn diensttijd bij de Huzaren van Boreel, waar ik als laatste Nederlander een opleiding op de Sherman-tank had gevolgd, liep ten einde en ik wilde Nederlands gaan studeren aan de Haagse School voor Taal- en Letterkunde. Ik moest deze studie echter zelf bekostigen en dus moest ik een baan vinden. Ik solliciteerde bij diverse Haagse boekhandels zoals Mensing & Visser, Van Stockum, Boucher, Dijkhoffz en Martinus Nijhoff. Ik ontving beleefde antwoorden van de meeste, men kon op dat ogenblik geen betrekking aanbieden. De heer Boucher, typisch voor hem, was de enige die allerlei suggesties gaf. Hij schreef wel dat hij mijn adres had genoteerd, hoewel hij erop stond dat mijn Frans op een hoog peil zou staan. Nou ja, met de prijs van de Franse ambassade bij mijn HBS-diploma zou dat wel in orde zijn. In 2007-2008 was er een tentoonstelling in museum Meermanno in Den Haag: ‘L.J.C. Boucher – uitgever. Het plezier een boekje te maken en te ontvangen blijft vers als op de eerste dag’. Een betere titel had men niet kunnen bedenken.

Prijzenafdeling
Maar toen ontving ik een brief van de heer De Kievit van Nijhoff. Hij nodigde mij uit voor een gesprek. Ik in huzaren-uniform en nog bewapend met mijn huzaren-krulsnor naar Lange Voorhout (klemtoon op vóór). Later vertelde De Kievit dat dat uniform inderdaad had geholpen. Het toeval wilde dat de heer Veld, de chef van de ‘prijzenafdeling’, na jaren zijn ontslag had aangeboden, hij ging naar Australië, schapen scheren. Mij werd zijn baan onmiddellijk aangeboden.

Assistent-chef
Zo begon ik zonder enige ervaring gelijk als ‘chef’. Er ging een wereld voor mij open. Achter de eerbiedwaardige voorpui op het Lange Voorhout werkten zo’n 150 vrouw/man in de op dat ogenblik waarschijnlijk grootse im- en exportboekhandel van Nederland. In de prijzenafdeling arriveerde elke dag enorm grote aantallen boekpakketten uit alle landen ter wereld en werden ook weer overal heen geëxporteerd. Ik hoef hierover verder niets te vertellen, Bob Jongschaap heeft dit al uitvoerig gedaan en gaat dit nog uitvoeriger doen in het boek waaraan hij op dit ogenblik hard werkt. Na zes maanden werd ik assistent-chef van de bestelafdeling onder Fred van den Berg.

Duitsland
In augustus 1962 zag ik een advertentie in het Börsenblatt des deutschen Buchhandels, Stellenangebote. Een universitaire boekhandel in Hamburg, C. Boysen, zocht iemand voor de buitenlandse afdeling. Ik solliciteerde, maar te laat. De heer Carl Boysen schreef dat het hem erg speet: “Die Stelle war leider bereits eingenommen.” Drie weken later ontving ik een brief waarin hij mij schreef dat de boekverkoper die deze baan had gekregen niet was komen opdagen en of ik nog geïnteresseerd was. Ik met de trein naar Hamburg. Het gesprek liep goed af en op 1 oktober 1962 begon ik als Abteilungsleiter der Auslandsabteilung. Dit betekende een schrijfmachine op een bureautje van circa 90 bij 55 cm voorin de boekhandel, voor en achter mij vier identieke bureautjes van mijn Duitse collega’s, elk met een driejarig Buchhändlerdiplom in hun zak. Toen ik hun vertelde dat ik maar 18 maanden ervaring in het vak had, kwamen er een paar schampere opmerkingen en lag er op de tweede dag reeds een grote stapel boeken op mijn bureau met de instructie ‘Bitte lesen’. Die Hollander moest eerst maar opgevoed worden. Zo belandde ik in de wereld van Peter Weiss, Martin Walser, Günter Grass en Wolfgang Borchert. Deze laatste schrijver van o.a. Draußen vor der Tür (1921-1947) begon in 1940 als ‘Lehrling’ bij Boysen. Als fel anti-Nazi schreef hij gedichten tegen het regime en verdeelde die onder zijn collega’s. Hij werd dan ook naar het oostfront gestuurd, liep daar o.a. een leverinfectie op en stierf in een sanatorium in Basel in 1947. Zijn moeder Hertha kwam af en toe in de boekhandel op bezoek en nodigde mij op de thee uit, samen met andere collega’s.

Mijn afdeling werd binnen zes maanden een groot succes. Het bleek dat mijn voorgangers nooit veel hadden begrepen van het buitenlandse bestelwezen. Letterlijk honderden onuitgevoerde bestellingen vond ik in het bestelsysteem. Mijn talenkennis hielp. En nu kwam Nijhoff mij te hulp in de persoon van Piet van Gerrevink. Piet, jaartal 1930, werkte al jaren in de bibliografische afdeling van Nijhoff en had mij zijn hulp aangeboden indien ik problemen had met bestellingen op buitenlandse boeken. En zo gebeurde het dat het immense bibliografische apparaat van Nijhoff mij te hulp kwam. Binnen een korte tijd werd dit bekend bij de vele instituten en bibliotheken van de universiteit Hamburg.

Wim Meeuws
thorntons@booknews.demon.co.uk

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann