Het Haagse dansen in de vijftiger jaren (deel 3)

Het was in de dansschool van meneer en mevrouw Bronmeijer goed toeven. Er heerste een beschaafde sfeer, een ruime zaal met een ‘lekker glijdend’ parket. Op een kleine verhoging was een zitje gesitueerd en stond de draaitafel met een flinke collectie platen. Het zitje werd tijdens de soirees naast het echtpaar Bronmeijer meestal in bezit genomen door de mensen van de wedstrijdklasse. Verschil moet er wezen, nietwaar?

Beneden tegenover het kantoortje was een grote gebogen trap waar mevrouw Bronmeijer de dames leerde hoe men een trap gracieus op en neer liep. Dat heette geen lopen meer, maar schrijden! Vooral bij het afdalen moest dat heel beheerst gebeuren.

Jonge honden
Ook het elegant de vloer oprennen als de speaker de deelnemende paren introduceerde. ‘Niet als een stel jonge honden!’ De heer moest met lange, slepend glijdende passen de dame leiden met haar hand op schouderhoogte. ‘Niet zo hoog! Het wordt geen klompendans!’ En de dame moest als een ballerina met kleine stapjes meerennen en pas haar pirouette maken als zij ter plaatse waren. Want de jury beoordeelt je al vanaf je opkomst, die moet goed zijn!

Dit soort onderdelen gaven de zaak wat meer cachet, een tikkeltje distantie ten opzichte van andere scholen. De wedstrijdklasse was sowieso wat elitair, alleen A- en Hoofdklasse. Lager werd niet toegelaten, dan moest je eerst wat bijlessen of privélessen volgen, opdat je op het gewenste niveau kwam.

Els
Ik had het geluk dat Els beschikbaar was en wij, na monstering door meneer Bronmeijer, direct in de A-klasse mochten meedraaien. Els was een prachtmeid, geen schoonheid, maar vol humor en met een temperament waar een Spaanse vlam nog een puntje aan kon zuigen!

Er was trouwens in mijn tijd slechts één paar in de Hoofdklasse; Ruud Bruin en Loes Boon. Er was altijd enige hilariteit in de zaal als hun namen werden afgeroepen: ‘De heer Bruin en juffrouw Boon!’ In die tijd werd de naam van de heer het eerst genoemd, tegenwoordig is de emancipatie zover doorgeschoten dat eerst de dame vermeld wordt.

We trainden zoveel we konden en waar het maar mogelijk was. Zondagsmorgens om acht uur stonden we al op de vloer, Jan de Reus had van meneer Bronmeijer de sleutel gekregen.

Dan liepen we met zo’n drie, vier paren de hele morgen te oefenen, hadden we lekker alle ruimte! Je moest er wat voor over hebben.

Die ruimte hadden we op de soirees zeker niet. Het was er altijd zo druk dat je volgens onze maatstaven geen poot kon verzetten. Alleen bij de tango en de slowfox konden we ons even uitleven en wat variaties en patronen ten beste geven.

Vaillantlaan
Na zestig jaar ben ik veel namen kwijtgeraakt, maar iemand vertelde ons dat er op de Vaillantlaan een dansschool was met een mooie zaal en niet zo druk. Dus wij daar met vier paren op af.

De dames hadden direct in de garderobe al bekijks, want zij hadden een tas meegenomen met daarin hun dansschoentjes. Open schoentjes met zilveren of gouden bandjes en enorme naaldhakken. Het verbaasde mij altijd dat zij zich daarop zo snel en zeker konden bewegen.

Meneer Kroonwijk
Inderdaad, de bezetting was matig en de zaal vrij groot, dus bij de eerste tonen van de muziek zwierden wij naar onze gewoonte gelijk de vloer op. Maar oh wonder, we bleven voorlopig de enigen.

Slechts mondjesmaat kwamen er wat paren bij, de rest bleef zitten kijken… Na de eerste serie foxtrots kwam er een streng kijkende meneer op ons af die ons verzocht even mee te komen.

Het bleek meneer Kroonwijk te zijn, de leraar van Dansschool Kroonwijk.

Hij gelastte ons om direct het pand te verlaten met dien verstande dat we ons entreegeld terugkregen en de vermaning dat als we reclame wilden maken voor onze dansschool we dat maar op de boulevard moesten doen en niet in zijn dansschool!

Guus van Charante
guus.vancharante@gmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann