Volkswagen Kever Cabriolet

De Kever Cabriolet is een van de laatste uit de serie die in 1978 door Karmann in Duitsland is gebouwd. Natuurlijk ook bij deze fantastische klassieker een groot stuk jeugdsentiment, want wie is eigenlijk niet met de Kever opgegroeid. Vanaf de eerste tot de laatste altijd zeer herkenbaar aan dat onvergetelijke mooie snerpende geluid van die dubbele uitlaat.

Eigenlijk is er in al die jaren van het bestaan van de Kever niet zo heel veel aan het uiterlijk veranderd. Motor achterin en kofferruimte – nou ja, ‘kofferruimte’ – voorin onder de bolle motorkap. De bumpers zijn altijd enorm geweest en een crime voor velen bij het inparkeren, want zowel de voor- als achterkant waren niet te zien van achter het stuur. Opvallend aan de Amerikaanse uitvoering zijn de grote oranje knipperlichten op de voorspatborden die in dat land ook dienen als stadslichten en permanent kunnen branden. Ook is deze uitvoering voorzien van een katalysator en een 1600-injectiemotor en heeft geen witte achteruitrijlampen in de achterlichtunits.

Maar verder is hij helemaal zoals wij hem nog kennen uit 19-toen. Een prachtige en zeer eigenzinnig vormgegeven cabrio met die fraaie opstaande kaprand en die karakteristieke treeplanken aan de onderkant van de carrosserie. Heel bijzonder zijn natuurlijk de rechtopstaande rem- en koppelingspedalen die je niet omlaag trapt zoals nu, maar naar achteren. Altijd weer even wennen.

Kattenbak
Wat ik mij van de Kever nog goed kan herinneren, is dat de portieren nooit makkelijk dichtvielen door een vorm van vacuümsluiting en je er dus flink aan moest trekken. Heel herkenbaar in die tijd en nu levensgevaarlijk was de kattenbak achter de achterbank, waar veel kinderen uit de jaren zestig zorgeloos zaten, al zwaaiend naar de achterliggers. Het stuur van de Kevers uit de jaren zestig vind ik eigenlijk mooier dan het wat minder ranke zwarte veiligheidsstuur van de laatste modellen. U kent het vast nog wel, zo’n wit stuur met een halve cirkel van chroom als claxonring. De sleutels waren in die beginjaren ook erg fraai. Het uitgesneden VW-logo in een metalen rondje met de sleutelbaard opzij of onderaan afhankelijk van de functie van de sleutel. Beetje lastig uitleggen, maar de kenners weten ongetwijfeld wat ik bedoel. Eigenlijk zit je een beetje scheef achter het stuur bij de Kever en dat wordt veroorzaakt door de grote wielkast en de plaatsing van de pedalen. Het dashboard is ook het toppunt van eenvoud en ook door de jaren heen niet wezenlijk veranderd en alles zit op een logische plaats. Wat hoofdruimte betreft zat je bij de Kever altijd goed door zijn bolle vormgeving. Rijden met deze Kever Cabrio is natuurlijk een feestje. Een echte nekkendraaier en onderweg dan ook veel enthousiaste reacties van jong en oud. Een wat oudere man kwam mij, geparkeerd staande aan de Frederik Henderiklaan, trots vertellen dat hij ook jaren een Kever had gehad, alleen niet zo’n sportmodelletje zoals hij dat noemde. Heerlijk, toch? Maar ja, aan al dat goede kwam een eind met de introductie van zijn opvolger, de Golf. Nu ook al bijna een legende, maar ja, de Kever zal altijd de Kever blijven.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann