Het Haagse dansen in de vijftiger jaren (deel 2)

Voor veel van mijn vrienden was het een vast gegeven; zondagsavonds ging je naar het soiree van je favoriete dansschool. In ons geval was dat dus Joop Kuijpers waar je veelal dezelfde mensen tegenkwam, een vertrouwd wereldje. Als je door wat voor omstandigheid dan ook een keer niet was geweest had je het gevoel alsof je een zondag had overgeslagen, het was niet echt zondag geweest!

Alles kwam in die drie à vier uur langs. Van quickstep tot de valeta en van Engelse wals tot drie nummertjes tango voor de wat meer gevorderden. Kon de rest even pauze houden en van een kleine versnapering genieten.

Wil, mijn danspartner zag het met lede ogen aan dat ik tijdens de soirees voornamelijk met Greet danste en zij alleen maar aan bod kwam als er een tango gedanst moest worden. Dit was haar zo’n doorn in ’t oog dat ze het op de spits dreef en Joop zich genoodzaakt voelde om mij de toegang tot de dansschool verder te ontzeggen. Zij wilde mij niet meer als partner.

Veto
Ook de verkering met Greet liep stuk op het feit dat ik niet rooms-katholiek was. De zwartrokken hadden in Huize Schouten een grote invloed, vaak als ik er ’s middags langs kwam zaten er een paar paters zich te goed te doen aan de gastvrijheid van moeder Schouten. Zij spraken hun veto uit over onze relatie en Greet liet uiteindelijk haar oren er naar hangen. Zo ging dat in die tijd…

Ergens riep ik dat risico zelf over me af, want Kuijpers was een katholieke dansschool van huis uit. Het overgrote deel van de klandizie was ook wel rooms, al deden sommigen er helemaal niets aan. Maar als er op zondag een wedstrijd was moesten er een stel eerst naar de vroegmis voor we in het busje stapten.

Bij dansschool Van Velzen in het Noordeinde ben ik twee keer weggestuurd. De eerste keer omdat ik zo stom was om te zeggen dat ik hervormd gedoopt was en de tweede keer wist ik de naam van de pastoor niet van de parochie waar ik bij hoorde!

Terwijl ik ging dansen bij Bronmeijer in de Lange Poten brak er een tijd aan dat ik samen met Charles en Ruud (zie het eerste deel) de dansgelegenheden in Den Haag e.o. onveilig maakten.

Amicitia
Tot de favorieten hoorden Amicitia in het Westeinde, Padro in de Jurriaan Kokstraat, Het Verenigingsgebouw in de Willemstraat, allemaal tenten waar verenigingen uitvoeringen gaven en er na afloop bal was tot vier uur in de nacht.

We gaven de portier een knaak en die liet je dan binnen ook al was je geen lid van de club. Zo hebben we allerhande voorstellingen gezien, soms afgezien zoals een keer in de Willemstraat waar een doedelzakvereniging onze trommelvliezen pijnigde en we bijna waren weggelopen. Maar vanaf het balkonnetje waar de portier ons heen loodste hadden we al enig vrouwelijk schoon ontdekt in de zaal beneden ons en we besloten vol te houden. Stel je eens voor; een toneel vol met van die scheurende en gierende blaasbalgen…

Of zo’n drie uur lang goedbedoeld amateurtoneel waarvan je de slappe lach kreeg ondanks dat het niet als klucht bedoeld was. En een mandolineconcert dat we beluisterden in de zaal te midden van de liefhebbers van die muziek. Met het verzoek om stil te zijn en niet te applaudisseren na een nummer, want er werd een bandopname gemaakt voor een demo die gezonden zou worden naar één of andere radiozendgemachtigde. Probeer dát maar eens vol te houden! Mensen kregen acuut de kriebelhoest waarna de band werd teruggedraaid en ze overnieuw begonnen… Ach, nee, hè?!

Maar na de pauze kwam altijd de beloning voor ons volharden: het bal!

En we dansten tot vroeg in de morgen waarna we op de fiets stapten, een roeiboot huurden in Voorschoten, onze hengels uitlegden en vóór acht uur alle drie in Morpheus armen lagen!

Guus van Charante
guus.vancharante@gmail.com

Westeinde, gebouw ‘Amicitia’, een van de nieuwe feestzalen (1951). Foto: Stokvis (collectie Haags Gemeentearchief)

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann