De geschiedenis van winkelcentrum Zuidlarenstraat

In 1956 kwam ik als jongetje van 2 met mijn ouders te wonen in een van de Maisonnettes aan de Meppelweg. De woningen waren net opgeleverd en hadden de luxe van een centrale verwarming aan de voorzijde. De achterzijde van de flat was onverwarmd. Al gauw kwamen er leveranciers aan de deur die hun diensten aanboden: bakker Hus, melkboer Bosman, de scharensliep, de vodden- en lorrenboer en een kaasboer.

Zoals ik al eerder in De Oud-Hagenaar vermeldde, stopte eenmaal per week groenteboer Han Smit in een oude verhuiswagen langs de Meppelweg om de dames van groenten en fruit te voorzien.

Eind 1955 was in de Zuidlarenstraat een fraaie winkelgalerij gerealiseerd. Twee slagers, bakkers, banket, kapsalons, boekwinkel, supermarkt, fietsenmaker; alles was aanwezig.

Op de hoek met de Exlostraat, waar de meeste scholen zich bevonden zat op nummer 12 slager Ensing. Ik herinner me nog de smetteloze tegels in de winkel en de koel- en vriescellen waar het vlees in werd bewaard. In een groot vat zat verse zuurkool die uiteraard vergezeld ging van een verse rookworst. “Mag de kleine een plakje worst?”, vroeg de slager aan mijn moeder, doelend op mij, waarop steevast het antwoord kwam: “Hij lust geen worst, slager.” En dat klopte, ik lust nog steeds geen worst. De vraag of je worst lust, was dan op mij ook niet van toepassing.

Op nummer 14 zat modehuis Elvira. Die verhuisde op een gegeven moment naar de Vrederustlaan, meen ik, waarna boekhandel Hanson zijn intrek nam. Naast kantoorartikelen verkocht Hanson ook speelgoed en als kind was ik gek op de modelbouwpakketjes van Airfix, waaruit ik een Renault Dauphine, Ford Cortina, mini-cooper en Austin kon vervaardigen. De setjes kostten 3,95 gulden. Na vertrek van Hanson heeft er nog lange tijd een visboer in het pand gezeten.

HUS
Op nummer 26 was HUS gevestigd, een bakkerijketen die door de hele stad zat met vele tientallen filialen. Achter de toonbank twee dames op leeftijd (in de ogen van een jonge scholier) waar ondergetekende regelmatig zijn zakgeld inwisselde voor een puddingstukje (bleek later overgebleven koek, gebak en breuk te zijn dat werd samengeperst en voorzien van een glace-topping). Voor 10 cent werd je eigenaar van het eigenaardige stukje banket, welk zorgde voor vulling van de maag gedurende nagenoeg een etmaal. Maar ook de Parijse soes, een dwars doorgesneden beschuitbol met gele room en een mierzoete roze suiker laag met een gekonfijt kersje was niet te versmaden.

Voor moeder werd eerst nog het grauwe regeringsbrood aangeschaft, maar de economie bloeide op en als snel werd overgegaan tot aanschaf van TipTop-brood, King Corn (dankzij Japie) en het smakelijke Tarvo-moutbrood. Toen er later aan de overkant een bakker De Groot verscheen verbleekte het fabrieksbrood van HUS en stonden de klanten op zaterdag bij De Groot tot aan de deur.

We lopen verder langs de winkelgalerij: naast Hus troffen we sigarenhandel Duisterhof aan, later overgenomen door Moen. Van nummer 38 naar nummer 40 waar dameskapsalon Hamond was gevestigd. Later hebben daar nog kapsalons in gezeten van ene Sonja en Petra.

Op nummer 52 vervolgens slager Huet, geducht concurrent van Ensing. Opvallend was de keuze van de huisvrouw: je ging óf naar Ensing (mijn ouders) óf naar Huet. De slagerij werd overgenomen door Post.

Banketbakker Moore
We steken even de Gasseltestraat over en komen aan op 54 waar banketbakker Moore zijn zoetwaren aan de man probeerde te brengen. Mevrouw Moore kwam van achteren de winkel in, de benen altijd gewikkeld in een soort rekverband. In de kelder hoorde je de bakkerijgeluiden en op gezette tijden kwam de bakker naar boven het trapje op met een bakplaat vers gemaakte moorkoppen, tompoezen of hazelnootgebak, zijn specialiteit.

Naast Moore zat op 66 een chique winkel: het juweliersechtpaar Vuyk. Mijn ouders boden nog wel eens een klok of horloge aan ter reparatie. Bij het betreden van de winkel klonk een soort Big Ben, waarna de klant werd overvallen door het ritmisch getik van tientallen – misschien wel honderden – klokken die her en der in het pand aan de muur hingen. Vanuit het achterhuis kwam mevrouw Vuyk, met altijd onberispelijk gepermanent en op kleur gebracht kapsel van achteren de winkel in om ons te vragen wat zij voor ons kon betekenen. Terwijl mijn ouders zich bezig hielden met de aangeboden reparatieopdracht, tuurde ik vanuit de winkel de achterliggende werkplaats in waar de heer Vuyk, immer met loep in het oog geklemd doende was met militaire precisie een klokje weer tot leven te wekken.

Naast Vuyk zat Vonhof de kapper op 68. Jarenlang werden mijn broer en ik hier maandelijks geknipt in het toen o zo populaire bloempotkapsel. De pony recht als een liniaal, strakke scheiding in het haar en in de nek het bekende kontje.

Naast Vonhof zat Toko Moerkamp, een winkel die er vanaf het begin zat en het het langste heeft uitgehouden. Dan sigarenmagazijn Tim, later van der Pol met postagentschap en op de hoek de melkhandel van De Groot op 94.

Als laatste winkel in de Zuidlarenstraat zat op de hoek met de Gietenstraat de melkhandel van de Groot (14-11-1985). Foto: Ruurd Berendes
Als laatste winkel in de Zuidlarenstraat zat op de hoek met de Gietenstraat de melkhandel van de Groot (14-11-1985). Foto: Ruurd Berendes

Wim de Groot was melkboer en had zijn pakhuis in de Schoonhetenstraat. Als kleuter stond ik in de pauze op het schoolplein en zag De Groot zijn koopwaar in zijn ijzeren hond laden waarna de man zijn melkwijk in trok. Hierbij hing steevast een dikke sigaar in het hoofd. Mevrouw De Groot bemande de winkel hierin bijgestaan door een lange rijzige hulp. Na het uitventen kwam Wim ’s middags in de winkel helpen. Toen de jaren gingen tellen heeft De Groot zijn melkwijk afgestoten en de winkel nog voortgezet tot 14-11-1985 (als mijn geheugen mij niet in de steek laat).

We steken de weg over naar de overkant, en na op de hoek een blik te hebben geworpen op bar of bodega West van Fons (meen ik), troffen we als hoekwinkel op nummer 259 lingerie Morgenstond aan. Ik kan me niet herinneren dat ik daar ooit binnen ben geweest met mijn ouders. Moeder koos immers voor het degelijke ondergoed van Vroom & Dreesmann op de Leyweg. Het volgende pand op nummer 247 startte in 1956 als kolenhandel de Bruin (dat moet bruinkool geweest zijn, zou je denken), maar ik herinner me in dat pand vooral de groentezaak van Boone. Ik herinner mij vooral de hoge stem van de overigens zeer sympathieke Boone en de prachtige zilverkleurige snijmachines waar de rode- en boerenkool fijngesnipperd uit kwam en in plastic zak aan de huisvrouw werd overgedragen.

Gaan we door, dan is op nummer 245 Henriette manufacturen gevestigd. Ook een zaak waarvan ik mij als jongen – en nu als man – niets meer van herinner. Maar misschien weten de lezers er meer over te vertellen.

Ik loop door naar huisnummer 233 en tref daar drogisterij Fijlstra aan. Echtpaar Fijlstra, hij lang en mager, mevrouw enige koppen kleiner. Daarnaast de kinderen Fijlstra die al vroeg deelnamen aan de verkoop. Dit was voor de jeugd natuurlijk de uitgelezen plek voor de aankoop van drop, welke door uitbater Fijlstra met militaire precisie werd uitgewogen in een grauwe, papieren puntzak, waarbij de neringdoende er niet voor schroomde een dropje terug te pakken uit de puntzak wanneer het onsje drop met een duizendste gram werd overschreden.

De zuinigheid van de winkelier legde hem geen windeieren, want de zaak van buurman Dors, een schoenmakerij op nummer 231 kwam leeg waarna dit pand werd doorgebroken en bij de winkel betrokken. In totaal hield de drogisterij het 34 jaar uit tot Fijlstra in januari 1989 de deuren voorgoed sloot. Zoonlief is vervolgens vertrokken naar Honselersdijk om daar een eigen zaak te openen.

We lopen door richting de Exlostraat en treffen op nummer 219 groenteman van Straalen, en daarna Sakkee aan. Ook daar gold: je ging naar Sakkee óf naar Boone. Tegenwoordig kijkt de prijsbewuste huisvrouw naar de koopjes, maar in de jaren zestig was overlopen naar de concurrent een doodzonde, dus dat deed je niet.

Op nummer 205 herinner ik mij nog vaag een petroleumboer, die ook Blokkerachtige waren verkocht zoals sponsen, zemen en borstels. Later heeft zich daar kapper Bas Kettman gevestigd en daarna Jan de bloemenman.

Op 203 zat een ouderwetse kruidenier met toonbankbediening: Hendriks. Terwijl mevrouw Hendriks de klanten bediende reed de heer Hendriks met een schitterend gepoetste, kanariegele Opel Rekord stationcar door Morgenstond om de bestellingen te bezorgen. Het was deze winkel waar zich later warme bakker De Groot zou vestigen.

Het volgende pand was een ‘dubbele’ winkel: de fietsenwinkel van Van den Arend. In de op straatniveau gelegen winkel werden de fietsen te koop aangeboden, zoals de crème-groene Burgers, in het souterrain bevond zich de goed geoutilleerde werkplaats. Na vertrek van Van den Arend trok Van Son hier in, en Gerard van Son heeft jarenlang de ondankbare taak gehad mijn Puch rijdend op de weg te houden. Ik had namelijk de onhebbelijke gewoonte met de brommer af te remmen op de motor door terug te schakelen naar de eerste versnelling. Toen de brommer het begaf bracht ik deze naar Van Son. Twee dagen later was het voertuig klaar en bij het afrekenen legde Gerard een vervormd stuk ijzer op de toonbank met de vraag of ik kon raden wat dit onderdeel was. Uiteraard had ik geen idee, waarop Gerard met een zucht vermeldde dat dit de krukas van mijn motorblok betrof. Hij verbood mij hierna af te remmen op de motor, omdat een brommer hier, in tegenstelling tot een auto niet op gebouwd is.

Maar Gerard, die tegenwoordig zijn werkzaamheden uitvoert op de Oude Haagweg was een vakman, want hij kreeg de Puch altijd weer werkend.

We komen aan het einde van de rondleiding door de Zuidlarenstraat, want nadat we het paadje naar de Schoonhetenstraat zijn overgestoken, treffen wij op de hoek met de Exlostraat, dus tegenover Ensing de supermarkt van de Spar aan, uitgebaat door Van der Staak en later de familie Lipman. Zij geven een wekelijks krantje uit met aanbiedingen die door de familie Van der Greft, waarvan zoonlief Koert en ik nog altijd bevriend zijn, wekelijks huis-aan-huis worden bezorgd.

Van der Pol
Na vertrek van Lipman zal de winkel als thuismarkt-buurtsuper nog tot de sloop in 2009 worden voortgezet, eerst door Theo en Helen van Leeuwen, en laatstelijk door de familie Van der Pol. Mijn inmiddels ruim 86 jaar oude moeder kan daar dan nog haar dagelijkse boodschappen halen tot haar benen niet meer willen en Van der Pol de boodschappen thuisbezorgt. Na sluiting van het pand gaan wij wekelijks met moeder naar de inmiddels geopende en ruim gesorteerde Jumbo aan de Leyweg, totdat mijn moeder in 2014 op 93-jarige leeftijd overlijdt en voor ons ook een einde komt aan de bezoeken aan onze, ooit zo geliefde wijk Morgenstond.

In 2009 worden de winkelpanden en huizen onttakelt en nemen wij met de camera in de hand in september 2009 afscheid van onze jeugd en verdwijnen onze herinneringen aan een zorgeloze jeugd en een gezellig winkelcentrum.

Onze gedachten gaan dan nog even terug naar de gezellige feestmaand december waarbij de Zuidlarenstraat werd omgetoverd in een feeëriek verlicht winkelcentrum en zie ik mijn vader in gedachte weer de Zuidlarenstraatzegels op de spaarkaart plakken, goed voor een bescheiden bijdrage aan de dagelijkse kosten van onderhoud. Dag Zuidlarenstraat, dag jeugd en dag fijne winkeliers!

Ruurd Berendes
r.berendes@ziggo.nl

Het artikel is geschreven uit de herinneringen van auteur. Het kan daarom zijn dat lezers nog aanvullingen hebben, of dat de werkelijkheid in sommige gevallen net even anders is geweest. Ook zijn mij niet alle winkeliers die in de panden hebben gezeten nog bekend, mede omdat ik bij de opening van de Zuidlarenstraat in 1956 pas 2 jaar oud was. Ik houd mij dan ook aanbevolen voor op-en aanmerkingen en aanvullingen van lezers van De Oud-Hagenaar.

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann