Haagse Kerstavond

Toen de laatste klanken van de midwinterhoornblazers in ons dorp weg stierven moest ik op eens aan mijn zus Nel denken. Zij zong dat lied, Ere zij God, altijd samen met haar zus Dina op Kerstavond tijdens onze familiebijeenkomst. Meestal viel zij dan per tweede stem in. In spanning zat ik op dat moment te wachten. Er volgden na dit kerstlied nog een paar Leger des Heils-liederen, meegezongen door de familie, waar mijn broers tijdens de officiële kerstdienst in de Leger des Heils-zaal op de Prinsegracht in Den Haag hun eigen tekst op hadden gemaakt.

Op Eerste Kerstdag, al vroeg op de dag, hoorden wij de heilssoldaten van het Leger des Heils die in een kring voor onze huisdeur in de sneeuw stonden, kerstliederen zingen met de vuur en kerstpot in hun midden. Alle buren hingen luisterend uit de ramen en gooiden geldstukken naar beneden waar van sommige in het vuur belandden. Een geweldige en onvergetelijke sfeer ontstond al zo vroeg op de dag, die tot laat in de avond voortduurde. De familie druppelde langzaam binnen, die Eerste Kerstavond in 1953, en nam plaats achter de inmiddels gedekte tennistafel, geleend van het clubhuis Het Anker uit de buurt, die mijn moeder zorgvuldig had versierd met wat dennentakjes die ze die middag moeizaam op een kerstbomenmarkt had verzameld. Om de boel wat op te warmen, begon mijn oudste broer Wim, verstokt operaliefhebber, met Jerusalem uit de Holy City te zingen. Zwager Simon, die inmiddels met zus Nel was aangeschoven, kon niet achter blijven en begon zich voor te bereiden op: I’m dreaming of a white Christmas. Hij kon Bing Crosby niet voorbij laten gaan. Helemaal te gek werd het als mijn broer Joop, net teruggekeerd uit Australië waar hij in een countryband speelde, onze band ritmisch kwam versterken door met twee lepels op elkaar te slaan. En broer George met vrouw, zus Dina en man vielen spontaan bij met stem en handgeklap. Mijn jongste zus Alie begon hier na ook warm te lopen en Marius van Asten, onze huisvriend van clubhuis Het Anker, viel van verbazing over zoveel muzikaal geweld bijna van zijn stoel. Inmiddels hadden mijn vrienden Cor en Chris hun mandoline en mondharmonica tevoorschijn gehaald, Marius zijn banjo en ik mijn gitaar. Zo zongen en speelden wij de ganse avond en herhaalden vele malen de liederen.

Nu zo’n ruim zestig jaar later, verlang ik soms zo naar die onvergetelijke sfeervolle sobere Kerstavonden, met mijn familie en vrienden, waarvan – op één broer na – allen zijn overleden. Een Kerstviering vol harmonie, warmte en saamhorigheid met zo weinig luxe die je toen ook niet zo direct miste. En zoals mijn nicht Lucy eens haar geboortestraat beschreef: “Rue d’Hemsterhuis,” straat met een hart, waard om bezongen te worden in het mooiste chanson.

Jaap Arends
jarends2@tele2.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann