Veetransportbedrijf J. Buitelaar en zonen

Nadat ik met mijn dertiende jaar (1958) in Rijswijk van school afging, ging ik werken bij de firma J. Buitelaar en zonen in Den Haag.

J. Buitelaar was van geboorte een Rijswijks bedrijf. De garage was toen naast speeltuin Drievliet. Mijn vader was daar bedrijfsleider, dus eigenlijk ging ik bij mijn vader werken. Het leven was een feest voor mij, elke dag moesten we vroeg op om naar de veemarkten te rijden die zeer vroeg begonnen, soms wel om zes uur, maar de meeste markten begonnen om zeven uur ’s morgens. Er was elke dag in de week wel een veemarkt ergens in Nederland.

De veemarkten
Je had toen ongeveer veertien veemarkten in Nederland met Sneek, Hoorn en Deventer.

Deze drie markten werden in de zestiger jaren gesloten. Delft, een kleine veemarkt, ging rond 1974 ook dicht, helaas. Het bracht ook veel publiek naar de markten, het was daar op die markten heel gezellig. Heel vroeger had elke middelgrote stad een wekelijkse veemarkt.

Op deze jaarmarkten, meestal in de herfst (oktober), moesten de boeren hun overtollige uitgemelkte of droge koeien kwijt voor de winter. Daar was het een drukte van belang, er werden toen duizenden (vlees-)koeien aangevoerd op de veemarkten.

Friesland was het middelpunt van de melk- en vleeskoeien, de dubbeldoelers, de wereldberoemde Holstein-Frisians-koeien die daar geëxporteerd werden naar alle landen van de wereld. Petje af voor deze ondernemers.

In 1960 waren er nog elf veemarkten over in Nederland. Op maandag in Rotterdam en later ook Barneveld, op dinsdag in Rotterdam, Purmerend en Doetinchem, op woendag in ‘s-Hertogenbosch, op donderdag in Delft, Utrecht en Groningen en op vrijdag in Leiden, Zwolle en Leeuwarden. Den Bosch, Zwolle en Leeuwarden; dat waren de grootste veemarkten. Vroeger was de veemarkt van Utrecht (Croeselaan) op zaterdag, deze markt is toen verzet naar de donderdag. Later verplaatst naar de buitenkant van de stad.

In nacht en ontij
Mijn vader moest dus elke dag vroeg op in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Met zijn Plymouth-auto ging hij op pad. Hij kwam altijd tegen de avond thuis en viel na het eten op de bank in slaap op de Kerklaan 94 in Rijswijk. Nadat hij om acht uur het journaal had gezien, viel hij weer weg, en ging dan meestal rond drie uur ’s nachts weer op weg naar de markt, in weer en wind.

Overdekte veemarkten bestonden niet, jawel eentje, dat was Den Bosch, nu dus de Brabanthallen. Je moest altijd het weer peilen, zowel voor onderweg, als voor op die soms koude regenachtige open markten.

In 1963 was het maandenlang -23 tot -25 met heel veel sneeuw. Nou, dat hebben we geweten! Die Elfstedentochtrijders waren helden? Nee, hoor! De vrachtwagenchauffeurs waren de helden in 1963. Wat een winter! Een verhaal apart…

Transport naar slachthuizen
De transporten met vee gingen in die jaren meestal naar de slachthuizen in Nederland, naar slachthuizen in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Dat waren in die tijd de grootste abattoirs. Soms transporteerden we vee naar Parijs naar het grootste abattoir van Frankrijk, namelijk abattoir La Vilette, met zijn grootste veemarkt, in het noordoosten van de stad. Dit was rond 1958-1959. Of naar abattoir Vaugirard in het zuiden. Kleiner, maar gemoedelijker. Maar daarover later meer.

Er werden duizenden stuks vee aangevoerd in alle vroegte in die jaren op die Hollandse veemarkten, de boeren en boerinnen bezochten de markten en deden tegelijk hun inkopen op diezelfde markten. De cafe’s op die marktdagen deden hele goede zaken; ze zaten allemaal al vroeg in de morgen dakhoog vol. Veel koffie- en jeneverklanten, je moet niet vergeten dat deze mensen soms al ’s avonds met de aanvoer van vee waren begonnen.

Toen mijn vader nog chauffeur was bij Jo Buitelaar, moest hij soms in alle vroegte boerenkoeien laden in Delfgauw, Pijnacker, Nootdorp en/of Leidschendam voor diezelfde veemarkten, dus hij moest dan nog vroeger op.

Deze boeren reden dan mee met de vrachtwagens en ze zaten allemaal te slapen tegen elkaar aan, de een snurkte en de ander gaapte, weer een ander liet een scheet; het was lekker gezellig in die meestal dubbele cabines. Ze betaalden allemaal een piekkie aan de chauffeur voor de koffie.

Op een keer was het weer zover, de MAN-diesel van mijn vader was stuk. Hij had een truck met een enkele cabine, dus de boeren moesten achterin in de oplegger in het stro naar de veemarkt in ‘s-Hertogenbosch. Hij rijdt de Waalbrug en de brug bij Hedel over, richting de spoorwegovergang vlak voor ‘s-Hertogenbosch. De spoorweg was nog gelijkvloers, maar de spoorwegovergang lag in een put met ‘kinderhoofdjes’ (raar woord overigens). Toen hij deze spoorwegovergang naderde was hij even deze boeren vergeten en ging er te snel overheen met een paar grote klappen op het wegdek. Toen we bij de veelading kwamen en de klep open deden, stonden ze allemaal te wachten bij de klep. Ze waren niet blij en het koffiegeld ging over… Dit alles gebeurde in 1955.

De jaren zestig en zeventig
In Zwolle hadden we elke vrijdag wel 35 vrachten vee, dus dat was hard werken om deze wagens te laden. We moesten de koeien, stieren en kalveren naar de veelading drijven waar de wagens stonden, ook de charterwagens. We laden elke vrijdag rond de 600 vette kalveren voor het slachthuis van Den Haag, voor exporteurs Carel Hedeman en Eddie de Kroes (EKRO).

De stieren van Trijssenaar, soms wel veertig, waren ook voor abattoir het Haagje. Koeien voor Piet v.d. Wel, Frans Welling, Frans Domburg en Art de Zeeuw. Allemaal naar Den Haag. Ook vervoerden we koeien en stieren naar slachthuis Rotterdam voor de VVH, Stolk en Koos Goedegebuur. Graskalveren voor Louis Philips. En slachtkalveren voor Ben Bos, exportslachterij in Rotterdam.

Deze mensen (grossiers) kochten allemaal hun eigen vee in op de veemarkten. Behalve Ed de Kroes (EKRO), dat was Teun Weller uit Heemstede, een hele bijzondere man voor mij althans.

Maar ook van de andere veemarkten kwam veel vee vandaan; Leiden, Leeuwarden en Rotterdam. Ook daar hadden we tientallen vrachten vee. Al met al was het dus hard werken, ook om de chauffeurs wakker te houden op die toen nog smalle wegen met die dikke bomen.

Autosnelwegen bestonden niet. Ja, twee, tussen Den Haag-Rotterdam en Den Haag-Utrecht.

Evacuatie vee in 1959
Wegens de grote droogte in de zomer van 1959 in Drenthe moest al het jongvee geëvacueerd worden naar Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden, in het kader van wederkeer. In februari 1953 kwamen tientallen vrachten vee uit natte gebieden naar Overijssel en Drenthe.

In 1959 kwamen ze dus weer terug (uit de droge gebieden) naar Zeeland en omstreken. Dit was toen op het NTS-journaal en heeft ook in de landelijke dagbladen gestaan. We hadden (weer) veel meer werk bij de firma J. Buitelaar…

Grote veranderingen eind 1959
Nadat Aad Buitelaar in de zaak van zijn vader was teruggekeerd kreeg ik dus een andere baas de zoon van J.B…..Dat was even wennen voor mij!!! Mijn vader of Aad buitelaar was wel een groot verschil….Wat; dat was heel erg wennen!!! Frans Buitelaar de jongste zoon van J.B… 17 jaar jong was onder begeleiding van Joep Schreigrond (ome Joep) eind 1956 naar Engeland gegaan, om daar zich te oriênteren op de veemarkten en de prijzen van koeien en stieren daar…In het begin van 1957 landde op vliegveld Zestienhoven enkele vracht- vliegtuigen per week met Engelse koeien als proef, daarna gaan we ze varen zei mijn vader, midden 1957,Toen begonnen de coasters van Waling van Geest de latere Geest Line, koeien te varen, eerst de Geeststroom daarna de Geestdijk, met groenten uit het Westland via Maassluis en als retourvracht met koeien terug..In 1959 vaarde er 10 coasters… Die dagelijks met koeien binnen kwamen gevaren….Mijn vader was overgegaan naar Maassluis in 1960 voor de import, export cq verkoop en transport van de Engelse koeien, stieren en ossen, gevaren door de (Geest Line) uit s’Gravenzande en Adrie van Daalen coasters uit (Naaldwijk) .Deze vee import ging toen steeds beter lopen… Maassluis werd binnen afzienbare tijd de grootste importhaven van levend vee van West Europa….Maar daarover een andere keer….

 

Toen we op de veemarkt in Zwolle 30 vrachten vee weggewerkt hadden, bleef ik met 120 koeien over, op de veelading om op de terugkeer van de veewagens te wachten in de loop van de vrijdag.. Af en toe liepen er een paar los, ze gingen klieren, het duurde te lang!!! daar op die veelading, en ik maar corrigeren….Ik ging de koeien water geven daar werden ze weer rustig van… Er moesten zes wagens terugkomen, lekker zeg , de eerste kwam pas rond 18.00 uur ..De tweede wagen rond 20.00 uur, afijn de laatste die kwam was Gerard Huisman uit Leidschendam met zijn Mercedes veewagen om de laatste 27 koeien te laden voor Den-Haag, we vertrokken uit Zwolle rond middernacht van vrijdag op zaterdag ..We waren rond 02.15 uur op het slachthuis van Den-Haag, de nachtportier hielp ons een handje, we zetten de waterkranen open en legde hooi voor de koeien, er is geen mooier gezicht dan 27 koeien te zien eten in de stal op het abattoir…Het was me het dagje wel!!

Tel daar bij op vrijdags s’morgens vroeg om 03,00 uur begonnen, en de andere morgen om 0,300 uur thuis…. IK HAD ER 24 UUR OPZITTEN…..met mijn zestien jaartjes…schandalig en ongelooflijk……

Slachthuis Den Haag
Aad Buitelaar begon naast het veetransport ook in het vriestransport, Italiê kwam bij de EEG Een tien stuks vrieswagens transporteerde wekelijks vlees van het abattoir Den-Haag en Ede (Stroomberg) naar dit mooie land…..Dit alles begon begin jaren zeventig….weer meer werk!!

Ik heb nooit geen excessen meegemaakt op het slachthuis van Den-Haag, er werd netjes en secuur geslacht, deze mensen dat waren allemaal vakmensen stuk voor stuk…Dat mag ook wel eens gezegd worden, in Parijs toen!! heb ik het anders gezien… Waar ik wel moeite mee had was het Koosjer slachten, ritueel dus, dat vond ik niet fijn,wie wel!! Maar het zij zo…..

We hadden wel eens een dolle koe en/of een kwade stier, stieren zijn zeer gevaarlijk maar een dolle koe is nog veel gevaarlijker, op een keer hadden we een kwade stier, die vluchtte weg richting uitgang, naar de portier dus, Leo Kramer (portier slachthuis) met de dienstfiets,wilde hem tegen houden!! maar ze lopen dwars door je heen, Leo gooide zijn fiets naar hem,vliegt die stier het slachthuis af met de fiets op zijn horens!!! Hij had het hek nog dicht willen doen, maar dat hek was inmiddels elektrisch gworden, ging dus heel langzaam dicht…Die stier de stad in!!! Afijn met een paar koeien erbij hadden we hem een uur later te pakken…..Gelukkig zonder schade of gewonden……

De mensen op de slachthuizen; de keurmeesters ,de loonslachters, de gemeentelijke opzichters

Klaas Pigge en Brummelaar om er een paar op te noemen…..

Niet te vergeten de vleessjouwers van oa ( PietvdTouw) , ik zal ze nooit vergeten…Enkele personen bij naam, De Portier ( Leo Kramer) , De loonslachters Gerard en Jan Kennedy, Hans, Henk en Paul van Dorp, Jan Zuidgeest de Wagners, Dhr Kloosterman.

De gebroeders van Henk van leeuwen en keurmeester Buitenman, de stalmeesters enz.enz….. het is teveel om ze allemaal op te noemen….Nu zijn alle gemeentelijke slachthuizen dicht, te hoge kosten te weinig slachtingen..Ook de veemarkten zijn dicht, ivm veeziektes …Het is allemaal uit een vervlogen tijd; maar een tijd om nooit en te nimmer meer te vergeten!!! Het ga jullie goed!!

Piet v.d. Voort
vdvoortprins@hotmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann