Vloeken leerde ik op de Beeklaan

Eigenlijk ben ik van plan een verhaal te schrijven over de rijke historie van het Valkenbosplein en in dat kader breng ik een bezoek aan Kapper Tasja. Weliswaar net niet op het plein, maar er wel verduiveld dichtbij, want de kapperszaak is gelegen op de hoek van de Thomsonlaan en de Abeelstraat. Wees gerust, dat verhaal over een van de oudste pleinen van Den Haag komt nog in De Oud-Hagenaar, maar daar is het ‘huiswerk’ nog niet helemaal klaar voor.

Aan de buitenkant zie je niet meteen, dat het hier een kapsalon betreft. Maar eenmaal binnen, kan zonder enige terughoudendheid worden vastgesteld, dat het hier een zeer bijzondere kapsalon betreft. Het domein van Tasja Thomassen, een vrouw, die van volksbuurt naar volksbuurt is verhuisd en tenslotte, in de zeventiger jaren, terecht kwam op deze locatie.

En Tasja heeft bijzondere herinneringen aan haar twee voorafgaande buurten: geboren in de Falckstraat en later bij haar vader terecht gekomen in de kapperszaak van de familie, weer later verhuisd naar de Beeklaan, waar haar vader eveneens, vlak bij de Loosduinseweg, een kapperszaak opende, waar Tasja overigens al op 14-jarige leeftijd de scepter zwaaide. “Dat was eigenlijk wel niet legaal, maar ik kon dat doen op basis van het vestigingsdiploma van mijn vader, die toen al niet meer actief als kapper was”.

Aan de zaak op de Vaillantlaan bewaart ze bijzondere herinneringen. Er waren namelijk meer kapperszaken op de Vaillantlaan, dat was overigens in de eind jaren 50/begin 60 heel gebruikelijk, zoals er ook op zo’n laan (ik denk nog even aan “mijn” Zuiderparklaan, waar ik vanaf mijn geboorte tot m’n 19e jaar woonde) ook meer kruideniers, meer groenteboeren, meer bakkers en vooral meer sigarenwinkels waren. Ze heeft een bijzondere herinnering aan de eerste volkswijk, waar ze woonde: “Het was in die tijd nog helemaal niet zo vanzelfsprekend, dat mannen geknipt werden door vrouwelijke kapsters, meestal waren er herenkapperszaken en dameskapperszaken apart. In dat opzicht was het heel bijzonder, dat er vlak bij onze zaak, op de Vaillantlaan, een kapperszaak werd geopend, waar mannen door vrouwen werden geknipt. En niet zo maar vrouwen hoor, nee die werden gekleed in een Oostenrijkse dracht. De kapsters waren dus meteen soort “dirndl” met laag uitgesneden jurkjes en zo. Dat gaf natuurlijk een hoop gepraat in de wijk. En een hoop drukte in die zaak. Waar overigens alleen maar werd geknipt hoor, zegt ze er bij, er waren geen extra diensten”

Tasja heeft in haar vaders zaak het vak geleerd en heeft warme herinneringen aan die tijd op de Vaillantlaan. Maar pa besloot te verkassen naar de Beeklaan. “Moet je je wel even voorstellen, dat de buurt er daar toen ook volledig anders uit zag in vergelijking met de huidige Beeklaan. Er was een zaak van Meevers Scholte (sportzaak), er was een paardenslager, een hengelsportzaak (de naam is haar even ontschoten, maar het “was een hele bekende in den Haag”), een van de eerste televisiewinkels, een fietsenstalling en niet te vergeten: daar zat ook een snelkapper. Die knipte zijn klanten in een razend tempo, deed zijn werk op rolschaatsen van de ene naar de andere kapperstoel”, aldus Tasja. En tja, al pratend, want dat doet Tasja reuze gemakkelijk, komen er meer feiten uit die tijd naar voren: “Er was een echte Beeklaankrant, ken je die nog?”. Nee, ik niet, maar menig lezer misschien wel.

“En wat te denken van de zogenoemde Newtonboys, die in dezelfde tijd actief waren als andere jeugdbendes zoals de jongens van de plu. Maar al ik terugdenk aan die tijd, heb ik overwegend mooie herinneringen. En tja, het echte vloeken leerde ik op de Beeklaan”. Op die Beeklaan leerde ze ook ervaren om in de belangstelling van jongens te staan. “Jongens van de Technische School kwamen vaak in de kapperszaak. Die daagden elkaar uit of ze mij zouden kunnen versieren”.

Herinneringen, dat is eigenlijk het beeldmerk van haar kapperszaak nu. Als je voor de eerste keer binnenkomt, word je overvallen door absolute verbazing en denk je voorzichtig “nou hier mag wel eens opgeruimd worden”. Want de houten stellingen, die nog afkomstig zijn uit de tijd, dat hier, tientallen jaren geleden, nog een kruidenierszaak was gevestigd, staan helemaal vol met “oude” spullen. De vloer is oud: de stenen vloer, die er ooit neergelegd is, wordt zichtbaar, omdat het colivynil, dat er later overheen is gelegd, hier en daar door de vele voetstappen, zowel van Tasja als van haar klanten, weggesleten is. Tasja reageert meteen op mijn verbazing en nieuwsgierigheid: “Dit is geen rommel, maar het zijn memories”, licht ze meteen toe, “aan elk ding wat hier staat, hangt of ligt, zit een verhaal vast en het is best leuk om daarover te vertellen aan klanten. Soms vragen mensen ernaar (als ze in die enorme grote kappersfauteuil gezeten zijn), soms begin ik zelf over een bepaald relikwie. Hangt ook een beetje van het gesprek af. Zoals de grote aantallen spitzen, die zijn van mijn (enige) dochter, die altijd balletdanseres wilde worden, conservatorium gedaan heeft, maar helaas er niet in geslaagd is, daar een full-time carriere in op te bouwen”. Maar er staan ook oude radio’s, er hangen veel oude schilderijen en platen (sommigen zijn door een ex-man van haar gemaakt) en er staan een paar oude naaimachines. Zelfs het behang is van heel vroegere jaren. “Die trapnaaimachine is nog van mijn tante Marie geweest”, beantwoord ze mijn nieuwsgierigheid, “je moet bedenken, dat hier mijn hele leven zichtbaar is”. Over het Valkenbosplein komt geen berg informatie los in ons gesprek. “Ach”, zegt Tasja, “de belangrijkste veranderingen hier betreffen de winkels, de huizen zijn altijd wel zo’n beetje hetzelfde gebleven. Je had in de begin jaren 70 natuurlijk Regina, dat was een gezellige danstent, die later – bij leegstand – een tijdje gekraakt is geweest. En bars waren er altijd al aan het plein. Wat ik wel kan zeggen is, dat het onderlinge contact, ook tussen de winkeliers, vroeger gewoon leuker was, nu ken je elkaar haast, behoudens een paar uitzonderingen (de viskraam van Rog staat hier volgens mij al 50 jaar), niet meer”. De meest indringende herinnering bewaart Tasja aan een heuse overval, die ze meemaakte in de jaren 70, toen een klant (die al eerder met een vriend binnen was geweest om de boel een beetje te verkennen) plotseling een pistool trok en geld wilde hebben. Tasja werd, samen met een andere vrouwelijke klant, naar achter de zaak gedwongen. Achter die zaak woonde toen haar moeder (die trouwens van Oekraiense origine is), die op dat moment net het eten aan het voorbereiden was. De indringer greep haar in haar kassa en ze riep nog (met een pistool op haar hoofd): “Ik heb vrijwel niks in huis, waarom kom je hier iemand overvallen, waarom ga je niet naar de overkant?” Daar zat op dat moment een filiaal van de Nederlandse Middenstands Bank. “Dat zullen ze me niet in dank hebben afgenomen”, maar op dat moment was ik zo kwaad en ik vond het zo onrechtvaardig wat er gebeurde”. Het verhaal “kapsalon overvallen heeft breed in de krant gestaan overigens.” Ze heeft er wel enige angst aan over gehouden en het is de reden waarom je anno 2017 niet zomaar de winkel kunt binnen stappen, maar eerst moet aanbellen.

In kapsalon Tasja staat en werkt een vrouw, die zich heeft omringd met herinneringen, die haar leven zowel kleur als deuken hebben bezorgd. En die deze herinneringen zichtbaar heeft gemaakt in haar kapsalon. En die vooral afkomstig zijn uit twee uitgesproken volkswijken, de Schilderswijk en de Beeklaanbuurt. Ach, kleur en deuken, hebben we die niet allemaal in ons leven opgelopen?

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnmail.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann