Sint-Nicolaas in de vijftiger jaren

Begin vijftiger jaren ben ik zes jaar. Mijn iets jongere broertje en ik hadden in de gaten dat vader en moeder soms wat aan het smoezen waren. Ook liep vader na thuiskomst af en toe eerst even naar onze kelderbox. Wij woonden destijds in Moerwijk in een flat met een ruime kelderbox. Er was nog geen tv, maar via de radio werden er regelmatig Sint-Nicolaasliedjes gezongen.

De oude radio was van opa ‘Friesland’ geweest. Het apparaat had in een dicht gesoldeerde blikken doos en onder de graszoden de oorlog overleefd. Wij voelden aan deze parameters dat de intocht van Sint nabij moest zijn. Diverse speelgoedkrantjes in de brievenbus bevestigden dat ook dat vermoeden.

Broer knipte als een dolle veel plaatjes uit om deze naar ‘Sint-Nicolaas te sturen’. Gevolg was dat ik uit totaal verwoeste krantjes mijn keuze maar moest zien te maken.

Moeder hield met moeite de huiselijke vrede in stand. Moeder was daarnaast ook een echte keukenprinses. Op het moment dat er op grote schaal borstplaat – zelfs in drie smaken – werd gefabriceerd, was voor ons een duidelijke aanwijzing.

Jan Luijkenlaan
Mijn ouders waren handig en creatief; dat moest ook wel want Nederland was in wederopbouw. Thuis was het goed, maar toen beslist geen vetpot. Ik mocht bijvoorbeeld als knulletje vader helpen (meer toekijken dus) met het verzolen van onze schoenen. In de kelder had hij een aambeeld met drie leesten en een pot beenderlijm wat au bain-marie moest worden opgewarmd. Op de Haagse Markt kocht hij een stuk stug zoolleer. De verlijmde zool werd met een vlijmscherp mes op maat gesneden en de randen weer met zwarte verf op kleur gebracht. Mijn grootvader was vroeger timmerman en vader had op dat gebied ook kennis en handigheid meegekregen. Hij kon prachtig speelgoed en ook meubeltjes maken. Grootvader maakte al eerder voor mij een grote blokkendoos met blokjes beukenhout in diverse maten en vormen. Daar was je toen dolgelukkig mee en er eindeloos mee spelen.

Een hoogtepunt was de verschijning van Sint op het dak van de woningen in de Jan Luijkenlaan. De winkeliers organiseerden dat elk jaar. Het was altijd druk, de buurt liep uit. Zwarte Pieten (toen nog zonder discussie) deelden royaal strooigoed uit en haalden natuurlijk allemaal potsen en streken uit. Ook al was het soms stervenskoud of regenachtig; wij gingen trouw toekijken.

Etalages V&D en de Bijenkorf
In de HTM-bus met vader ook naar de stad om alle feestverlichting in de winkelstraten te bekijken. Spannend in het donker. Dringen voor de prachtige etalages met bewegend speelgoed van V&D en de Bijenkorf. Ware meesterwerken, je kwam ogen tekort. Drommen mensen. We kregen er geen genoeg van. De snackkar, destijds gestald voor V&D, verkocht lekkere kroketjes. Een lik mosterd erop en dan smullen. Het hoorde er allemaal bij. Tevreden en moe weer naar huis.

Wij hadden een grote zinken teil in de balkonkast, daterend uit de periode dat je je hierin nog moest wassen. Op de Moerweg hadden we voor het eerst een echte douche. In een andere ronde zinken teil werd er thuis nog geweckt. De was werd gekookt in weer een andere teil. Een wasmachine was er niet, wel een grote wringer op een houten standaard. Ik hielp vaak met draaien. In onze kelderbox had vader planken gemaakt waarop tientallen weckpotten met inhoud werden bewaard. Veel heerlijke vruchten en ook groenten. Moeder maakte zelf heerlijke jam. Op de markt aan de Herman Costerstraat kon je voordelig divers fruit inslaan.

Oma ‘Friesland’ woonde te ver weg om naar het Haagse te komen. Wel stuurde ze ons elk jaar een pakket per post. Standaard een doosje mandarijnen, Friese kruidkoek en honingkoek. Soms ook suikerbrood en een speeltje.

5 december
Wij aten op 5 december vroeg, tot er hard op de deur werd gebonkt. Broer en ik vlogen als een pijl op de deur af en daar stonden onze zinken teil met cadeaus. We werden verwend, maar zeker ook met praktische zaken zoals sjaals en handschoenen. Ook de onvermijdelijke borstplaat, chocoladeletters en marsepein waren ons deel. Tussen de pakjes zat een brief. Sint had iets neergezet in de kelderbox. We stoven naar beneden. Onder een laken stond een échte poppenkast met een raam en geblokte gordijntjes welke je aan een touwtje kon opentrekken. Van papier-maché hadden de ouders diverse beschilderde poppen zoals Katrijn, de boze veldwachter en andere gemaakt. We hebben er jaren mee gespeeld. Later cadeau gedaan aan een lagere school in de buurt die er dolblij meer waren.

De Sint-Nicolaasvieringen in latere jaren waren fantastisch. Wij konden nu ook iets terugdoen voor onze ouders. We maakten (verplicht) eenvoudige surprises en als het lukte ook nog met een gedichtje. Van ons kleine zakgeld kochten we zelf ook eenvoudige cadeaus. Door de stijgende welvaart kregen wij iets meer luxe speelgoed. Ik kreeg een doos met ‘Schuko’. Blikken autootjes met opwindveer, die reden op een spiraaldraad. Elk jaar kregen we een aanvulling op de Märklin-treintjes, stukken rails, een wissel of een seinpaal. Met ‘Fäller’-huisjes en andere miniatuurtjes konden we eindeloos spelen. Mijn Meccano-collectie groeide ook gestaag.

Daags na het grote evenement lag onze hal dagenlang vol met rails, autootjes en toebehoren. Tot moeder ontplofte en zei dat we voortaan ook zelf moesten stofzuigen. Wij leerden snel opruimen! Nu we zelf ons kleinkind verwennen, komen ‘de oude beelden’ weer boven.

Ben de Jonge
dejonge_adviezen@hotmail.com

Foto: St. Nicolaas ontsteekt op het bordes van het oude stadhuis aan de Groenmarkt de feestverlichting; rechts wethouder mr. J. van Aartsen (1954). Foto: vervaardiger Stokvis (collectie Haags Gemeentearchief)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann