Hagenees Wim Brinkman doelman op Wembley in 1941

De wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Engeland in 1970 met Spartaan Jan van Beveren in het doel, wordt vaak aangemerkt als de eerste ontmoeting op het ‘heilige gras’ van Wembley. Maar is hij echt wel de eerste Nederlandse doelman op Wembley of moeten we daarvoor verder terug in de tijd?

Als sportverzamelaar loop je weleens tegen aparte spullen aan. Rond 2003 kreeg ik van een archivaris van een Vlaardingse voetbalclub een schrijfmap met inscriptie, die luidde: ‘Souvenir Voetbalwedstrijd Nederland – België, London 1 februari 1941’.

Ik begreep er niets van en ging te rade bij mijn collega-verzamelaars. Eén daarvan wees mij op het boek Trouw moest blijken uit 1945.

Daarin trof ik foto’s aan van wedstrijden die het Nederlands elftal daar speelde. De eerste ontmoeting was op 1 februari 1941 tegen de Belgen en werd naar Nederland en België over de radio uitgezonden. Prins Bernhard hield zelfs een toespraak en werd voorgesteld aan de spelers.

Eind 2007 besloot ik het oorlogse voetbalgebeuren op papier te zetten, omdat er zo weinig over bekend was. Ik dook de archieven in en nam contact op met nazaten van overleden spelers. Het woord ‘Wembley’ werd veelvuldig genoemd. Het resulteerde in een door mij geschreven boekje Wie heeft de bal, dat ik aan vrienden en kinderen van oud-spelers gaf.

Vermist
Toch bleef er iets aan mij knagen, want één van de belangrijkste personen was doelman Wim Brinkman. Ondanks verwoede pogingen vond ik die niet. Kortgeleden leverde een oproep in De Oud-Hagenaar succes op en kon ik van zijn zoon zijn voetbalgeschiedenis horen. De doelman van Zwart Blauw werd veertien dagen na zijn huwelijk in 1939 tijdens de mobilisatie oproepen en diende op de Waalsdorpervlakte.

Na het uitbreken van de oorlog kwam hij via Duinkerken in Engeland terecht. In Nederland werd hij als vermist opgegeven. Zijn vrouw Mien hoorde pas via het reeds eerder genoemde radioverslag, dat haar man nog leefde. Zij zouden elkaar pas na de oorlog weer zien.

In Engeland kwam hij bij de Prinses Irene Brigade terecht en werd motorordonnans. Al vrij snel werd hij opgenomen als vaste kracht voor het Nederlands elftal en bleef dat tijdens de oorlog. Ondanks zijn maar 1,67 meter lengte, stond hij zijn mannetje. En toen naar de ‘heilige grond’.

Wembley
Alfred Milhado (denk aan ‘Gesproken brief uit Londen’ voor de Avro-radio), voorzitter van het organisatiecomité onderhield uitstekende contacten met Stanley Rous, gewezen scheidsrechter en eveneens secretaris van de Engelse Voetbalbond.

Deze wist met zijn invloed het ‘Empire Stadium Wembley’ los te peuteren voor een duel Holland – België. Het blad Vrij Nederland, de Belgische Voetbalbond en de Engelse Voetbalbond zouden voor de organisatie zorgdragen.

Inmiddels hadden enkele slimme jongens de statistieken van het Nederlands elftal door zitten kijken, maar nog niet eerder was er een vertegenwoordigend elftal van Nederland op de ‘heilige bodem’ actief geweest. Een stadion voor 90.000 toeschouwers, wat een happening in deze benauwde tijd. Waar het Engels elftal zijn thuishaven heeft en waar sinds 1923 elk jaar de FA Cup Final wordt gespeeld.

Onder leiding van trainer Coomans en sportleider Rijkens werd er drie keer per week getraind om zorg te dragen, dat men in een puike conditie zou verkeren.

Op zaterdagmiddag 11 oktober 1941 waren de volgende elf spelers in de kleedkamers zich aan het omkleden: Brinkman (Zwart Blauw), V.d. Sande (Willem II), Ten Have (Elburgsche Boys), Dierijck (Feyenoord), Coomans (Willem II), Trip (Hull City), Greve (Poeldijk), Van Elsäcker (Fortuna), V.d. Gender (R.K.T.V.V.), Mokkestorm (Xerxes) en Luttmer (Stadskanaal), terwijl in het stadion de klanken van marsmuziek te horen was.

Om 14.45 uur betraden de beide elftallen de grasmat. Toen de drie volksliederen daarna gespeeld werden, pinkten vele toeschouwers een traantje weg. Minister-president Gerbrandy (Nederland) en minister Gutt (België) werden door aanvoerder Coomans aan de spelers voorgesteld.

Het zou verkeerd zijn deze wedstrijd als een ‘echte’ Holland – België te beschouwen en als zodanig te bekritiseren. De naar schatting 7.000 toeschouwers waren verheugd hun landgenoten in het veld te zien. De zon scheen en men had voor een wijle alle zorgen opzij gezet. De Nederlandse militairen speelden aanvankelijk met zulk een zelfvertrouwen en hadden het initiatief zo stevig in handen, dat er na 22 minuten al 2-0 op het scorebord stond. Linksbuiten Luttmer zorgde voor het eerste doelpunt ooit door een Nederlander op Wembley gemaakt (dus niet Jan Peters met het Nederlands elftal in 1977) en Elsäcker nam nummer twee voor zijn rekening.

Waarom deze zo sterk lijkende aanval plotseling als een kaartenhuis ineenstortte, is niet te verklaren. Wel zal ongetwijfeld het uitvallen van Dierijck een rol hebben gespeeld, waardoor Nederland tot aan de rust met een man minder speelde en de Belgen op 2-3 konden komen. In de tweede helft verving Van Oostrum hem.

Na de rust konden ook niet-bezoekers en luisteraars van overzee de wedstrijd volgen op de radio. Raymond Glendenning en Albert Milhado commentarieerden de wedstrijd in respectievelijk Engels en Nederlands.

De vier doelpunten uit de tweede speelhelft werden alle in het eerste kwartier gescoord. Middenvoor V.d. Gender maakte zijn missers van de eerste speelhelft weer goed door tweemaal te scoren, maar veel mocht het niet baten. België leidde nog steeds met 4-5.

Een stand, die geen verandering meer zou ondergaan, ook al speelde België de laatste 20 minuten met tien man, daar De Busser met een blessure van het veld was gedragen.

De overwinning werd de Belgen van harte gegund. Ook het Internationale Roode Kruis kon met genoegen op deze middag terugzien, want er zou een bedrag van 870 pond op hun rekening worden bijgeschreven.

Radio Oranje
Na afloop was er een groot diner in de Connaught Room. Alle spelers ontvingen een herinneringsmedaille. Tegen negenen gingen de spelers naar de BBC, waar een grammofoonplaat werd gemaakt voor de uitzending van het Radio Oranje programma van de volgende dag. Wim Brinkman bleek net zoals Toon Effern, speler van Haarlem, over voldoende capaciteiten te beschikken en speelde ook nog voor de Allied United Services en behoorde regelmatig tot de beste van het veld. Hij was bevoorrecht door, in plaats van op het kamp, bij een gastgezin in Birmingham te mogen wonen.

Eind 1944 werd hij in België aangereden door een Amerikaanse truck en lag een aantal dagen in coma. Hij overleefde het, maar hield er wel een stijve arm aan over, waardoor het keepen verleden tijd werd. Dat belette hem niet om na de oorlog weer bij zijn oude club te gaan voetballen. En deed dat nog vele jaren. Op 57-jarige leeftijd leerde hij nog skiën.

Hij deed 25 jaar stukadoorswerk voor het Koninklijk Huis en een leuke anekdote is dat Prins Bernard, die aan hem werd voorgesteld tijdens de wedstrijd Holland – België van 1 februari 1941, hem nog herkende en vanaf die tijd kon hij geen kwaad meer doen.

Reünie in Den Haag
Na de oorlog hielden hij en zijn drie andere Haagse dienstmakkers van de Prinses Irene Brigade: Piet v.d. Ster, Huub Hogeveen (G.D.S.) en Han Middelplaat tot in de jaren negentig van de vorige eeuw hun maandelijkse reünie in Den Haag.

Door de ziekte van Alzheimer kwam hij in een verzorgingshuis terecht. Hij overleed op 88-jarige leeftijd. Maar zijn status als eerste Nederlandse doelman op Wembley kunnen ze nooit meer van hem afpakken.

Willem Cupedo
douwe.tombe@outlook.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann