Geschiedenis van Den Haag in vogelvlucht (deel 2)

In het eerste artikel (verschenen in De Oud-Hagenaar van 31 oktober) wilde ik u meenemen op een ‘luchtige’ tocht door de geschiedenis van Den Haag. Dit stukje besloeg de periode 850-1300. Vandaag gaan we een blik werpen op de ‘vreemdelingen’ die in het bezit kwamen van die begeerde titel ‘Graaf van Holland’.

Het vorige artikel eindigde met het plotsklapse overlijden van Graaf Jan I, twee weken nadat hij de regering had overgedragen aan zijn oom, de Graaf van Henegouwen, die al een tijdje in zijn omgeving ‘bivakkeerde’. Deze werd nu de eerste ‘allochtone’ Graaf van Holland. We staan even stil bij diens zoon ‘Willem de Goede’ (1304-1337), die ook wel ‘de schoonvader van Europa’ werd genoemd. Koning Lodewijk IV van Beieren werd zijn schoonzoon. Ook hielp hij Eduard III, die ook een schoonzoon werd, aan de Engelse kroon. Zelf was hij een zwager van de Franse koning. Sjieke familiefeestjes, dus!

Margaretha van Beieren, ook wel Margaretha van Holland en Henegouwen was Keizerin-gemalin van het Heilige Roomse Rijk (zie het vorig artikel) en vanaf 1345 negen jaar lang Gravin van Holland en Henegouwen.

Haar zoon Willem V, die formeel vier jaar Graaf zou zijn, volgde haar op en woonde een groot deel van zijn leven in Den Haag. Hij liet enkele gebouwen rondom de Grote Zaal plaatsen en een (eenvoudige) ommuring: het ‘Binnenhof’. In 1354 werd hij krankzinnig.

Vlietweg
Albrecht van Beieren, zijn jongere broer, liet hem opsluiten en nam de regering waar. In 1358 ging hij permanent in Den Haag wonen en werd de nieuwe Graaf. We staan even bij hem stil vanwege de grote rol die hij heeft gespeeld in de ontwikkeling van Den Haag. Het werd een echte grafelijke residentie. Het complex werd uitgebreid met een dichte bebouwing vooral aan de kant van de Vijverberg. Ook kregen de dorpsbewoners belastingvoordeel waardoor het aantal inwoners toenam. Hij benoemde bestuurders en rechtshandhavers (de schout en zijn rakkers) en schonk aan de inwoners vrijstelling van tolheffingen in al zijn landen. Door zijn maatregelen bracht hij nieuwe welvaart naar Den Haag. Ook de kunst werd door hem gestimuleerd, o.a. door uitwisseling met Beierse kunstenaars. In 1401 werd heel Friesland onderworpen aan het grafelijk gezag. In conflicten met tegenstanders nam hij vaak opzienbarende maatregelen. Mensen met wie hij een appeltje had te schillen, vluchtten bijvoorbeeld op een bepaald moment naar Delft. Dat werd gelijk maar belegerd en na hun overgave in 1413 werden de stadsmuren en het poorthuis gesloopt. Vervolgens moesten 1.500 Delftse burgers blootsvoets via de Vlietweg naar Den Haag lopen om hem daar vergiffenis te komen vragen.

Moord op Aleid van Poelgeest
Aleid van Poelgeest was na de dood van zijn vrouw de minnares van de vorst. In 1392 werd zij samen met een dienaar van de Graaf op het Buitenhof vermoord. Albrecht verbande de (in)direct erbij betrokkenen, inclusief zijn zoon Willem van Oostervant die er ook mee had te maken. Pas 21 jaar later sloten de daders en de verwanten van de slachtoffers weer vrede.

Willem VI (van Oostervant) werd in 1404 de nieuwe Graaf. Hij was door zijn royale leefstijl zwaar in de schulden geraakt en had veel van zijn bezittingen moeten verkopen. Een Amsterdamse koopman ging hem helpen als penningmeester en deed dat zo goed dat Willem een van de rijkste en machtigste vorsten van het Europa werd.

Jacoba van Beieren werd geboren in 1417. Zij had geen saai leven. Veel tactische maar ook romantische huwelijken, oorlogen, twisten, verraad en ontsnappingen. Zij is uiteindelijk aan TBC overleden op slot Teylingen en in 1436 begraven in de Hofkapel op het Binnenhof. Van haar stamt het beroemde ‘Jacobakannetje’, dat ook door onze archeologische dienst veelvuldig is opgegraven.

Philips de Goede, Hertog van Bourgondië, Hertog van Luxemburg, Hertog van Brabant, Limburg, Neder-Lotharingen en Lothier, Graaf van Vlaanderen, Artesië en France-comté, Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen (1433-1467). En tenslotte ook nog Markgraaf van Namen. Wat een mondvol! Aan deze opsomming van titels is al af te lezen dat de macht zich op grotere schaal gaat manifesteren. Philips heeft een grote stimulans gegeven aan de vorming van een centraal bestuur voor alle Nederlandse gewesten alsmede een centrale rechtspraak en een centrale inning van belasting. Ook stelde hij in 1464 de eerste Staten-Generaal in. Dit alles legde de basis voor de Nederlanden als land door de gewesten te confronteren met het feit dat ze gezamenlijke belangen hadden tegenover één enkele vorst.

Karel de Stoute, achterkleinzoon van onze Albrecht van Beieren, was vanaf zijn 10e (onder andere) Graaf van Holland. Hij sprak vele talen, schreef muziek en speelde harp. Zijn bijnaam ‘de Stoute’ (de Dappere) had hij te danken aan zijn oorlogszuchtige aard die in de loop der tijd almaar doldriester werd. Hij ambieerde een rijk dat zich uitstrekte van de Noordzee tot de Middellandse Zee, gebaseerd op het oude koninkrijk van Lotharius en deed ook zijn uiterste best om dat te realiseren. Dat lukte voor een flink deel. Hij stierf in de slag om Nancy.

Maria van Bourgondië, zijn 20-jarig enig kind werd opvolgster en vorstin van de Nederlandse gewesten. Zij was uiteraard een begeerde partij in Europa want als je met haar trouwde kreeg je het hele, van haar vader geërfde rijk erbij! Zij trouwde met de 18-jarige kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk die in 1479 de troepen van haar Franse tegenstander Lodewijk XI versloeg. Zij stierf op haar 25e na een val van haar paard, waaronder zij terecht kwam.

Johanna van Castilië
Filips I, de Schone, werd in 1494 onder andere Graaf van Holland en bleef dat tot aan zijn dood in 1506. Hij voerde een verstandig en niet-oorlogszuchtig beleid. Hij huwde in 1496 in Lier (Vlaanderen) met Johanna van Castilië die per schip uit Spanje kwam, vergezeld van 20.000 personen op 130 schepen, met kamerheren, hofdames, pages, kamervrouwen, lijfknechten, thesauriers, grootmeesteressen en bedienend personeel. Er kwam 85.000 pond gerookt vlees mee, 50.000 haringen, 1.000 kippen, 6.000 eieren en 400 vaten wijn en zij nam haar intrek in Lier. De volgende dag arriveerde de iets verlate Filips. De vonk sloeg direct over. Tegen elke hofetiquette in liep het koppel zwijgend – ze spraken immers elkaars taal niet – de deur uit, lieten de verstijfde hovelingen achter voor wat ze waren en gingen direct op zoek naar een priester. Johanna beval hem om hen ter plekke in de echt te verbinden, midden op een Lierse straat. Zonder op hun gevolg te letten begaven de jongelui zich op een drafje naar hun verblijf en draaiden de deur op slot. De volgende dag kwamen zij buiten en werden zij tijdens een luisterrijke plechtigheid voor een tweede keer in de echt verbonden. Het huwelijk werd gevolgd door een hofbal, volksfeesten en een gigantisch banket waarbij 1.200 liter wijn werd geconsumeerd. Het aantal toeschouwers was zo groot dat op zeker ogenblik een brug instortte door overbelasting met als gevolg tal van doden en gewonden.

Gevangenpoort
In 1506 werd hij als Filips I koning-gemaal van Castilië, naast Johanna als koningin. Drie maanden later overleed hij onder mysterieuze omstandigheden waarna een ontroostbare koningin Johanna zich afsloot van de wereld. Zij begon rond te zwerven met het lichaam van haar geliefde in een loden kist en werd bekend als ‘Johanna de waanzinnige’. Hun zoon Karel werd eerst Graaf van Holland en Zeeland en verkreeg daarna Oostenrijk en Spanje. Hij werd bekend als: Keizer Karel V, heerser over een van de grootste en machtigste rijken die Europa heeft gekend. Deze Karel V wordt beschouwd als de grondlegger van Duitsland en Frankrijk. Tijdens zijn regering kwam het Protestantisme in opkomst waarvan Karel een fervent bestrijder was. De Hollandse ‘ketters’ liet hij opsluiten in een gebouw met gajolen dat hij naast de Gevangenpoort liet optrekken en de Goudse bakker Jan Pistorius (pistoletjes!) had de twijfelachtige eer de eerste protestant te zijn die zijn geloof behield op de brandstapel op de Plaats.

Willem de Zwijger
Na de dood van keizer Karel werd zijn zoon: Filips II, de nieuwe koning en Graaf van Holland. Deze Filips was, net als zijn vader, zeer katholiek en een actief protestantenbestrijder. Nou die waren er in de lage landen inmiddels genoeg! Behalve dat hij die ‘ketters’ zwaarder begon te vervolgen (d.m.v. de Hertog van Alva, Inquistitie en ‘bloedraad’) ging hij ook de belastingdruk opvoeren en onze lage landen begonnen in opstand te komen. De naam ‘Geuzen’ (‘gueux’; ‘armoedzaaiers’) werd voor het eerst genoemd en als erenaam door de opstandelingen aangenomen. De Graven van Egmond en Hoorne werden in Brussel publiekelijk onthoofd. Willem van Oranje, die in eerste instantie een van de naaste vertrouwelingen was geweest van keizer Karel en zijn zoon was zich steeds meer gaan verzetten tegen de wrede tirannie van Filips, kon ternauwernood ontsnappen naar Duitsland. Toen hij terugkeerde werd ‘Willem de Zwijger’, de “Vader des Vaderlands’, de leider van de opstand tegen Filips II. De tachtigjarige oorlog was in 1568 een feit.

Het derde en laatste artikeltje zal gaan over de Stadhouders die in Den Haag resideerden.

Rob Stappers
rob.stappers@oriste.dds.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann