Toneelspelen in de open lucht

De enige plek waar dit nog zou kunnen gebeuren is in het Openlucht Theater Zuiderpark. Dat is vroeger wel anders geweest. In en om Den Haag was het tussen de beide wereldoorlogen een poos mode, om ’s zomers in de tuin van een villa, op het terras van een gerenommeerd restaurant, of eenvoudig tegen een bosrand, van een toneelspel te genieten. Voor de in wandelkostuum geklede dames, uitgerust met een parasol (een bruine huid wees op de werkende klasse en was dus ordinair) en de heren met hoge hoed en een rottinkje, was het een aardige vrijetijdspassering.

Voor de acteurs en actrices echter was het bittere noodzaak. Hun magere salarissen werden in de zomer niet doorbetaald en dus vormden zij in deze warme maanden aparte ad hoc speelgroepen, om toch enige inkomsten te genereren. Ik heb het over de jaren twintig van de vorige eeuw. Maar al in 1915 werd het middeleeuwse spel Lanseloet ende Sanderijn gespeeld in de tuin van Villa Gesina aan de Oude Scheveningse weg. De toneelvernieuwer Eduard Verkade (inderdaad lid van de koekjesfamilie aan de Zaan) regisseerde De Haghespelers in dit volgens de recensent van het maandblad Het Toneel droeve spel, dat menigeen deed schreien.’ De echtgenote van Verkade, de geliefde actrice Enny Vrede, speelde Sanderijn en Herman Schwab was ridder Lanseloet. Met dit spel trok Verkade in de zomers door het hele land. In 1920 en 1921 werd dit drama door hetzelfde gezelschap, maar nu onder regie van Anton Verheyen, vertoond op drie niet nader genoemde landerijen in de nabijheid van Den Haag. Na deze tournee in de zomermaanden begonnen de spelers weer ‘fris’ bij hun eigen gezelschap aan het nieuwe theaterseizoen in de schouwburg.

In 1921 hadden de Spelers van Stad en Land een stukje land gehuurd op Marlot, dat toen nog niet bebouwd was. Het gezelschap speelde daar Adam in ballingschap van Joost van den Vondel. Geen makkelijke kost! Anton Verheyen, die zelf de rol van Lucifer speelde, had de regie. Op dit open terrein moesten de spelers luid en langzaam spreken om verstaanbaar te zijn. Met overdreven wilde gebaren. Wij zouden het nu pathetisch noemen. Geluidsversterking was er immers nog niet. De souffleur stond achter een boom. Omdat er ook geen omlijsting van het speelvlak was, werd er (naar onze smaak) overdreven spastisch geacteerd, iets waar we nu hartelijk om zouden lachen. Maar grote spelers schaamden zich er toen niet voor. Daan van Ollefen, uit een bekend toneelgeslacht, Johan Broedelet (de grootvader van de dichter Remco Campert) en Sarah Heyblom lieten zich het extra centje niet ontnemen. Evenals de bekende acteur en regisseur Cor van der Lugt Melsert, die met zijn gezelschap op een veel riantere plek, n.l. bij het viaduct over de Leidse Straatweg, op het terras van een chic restaurant speelde, op dezelfde plek waar nu het restaurant Van der Valk ligt. Men speelde op een primitief in elkaar getimmerde verhoging voor een uitgelezen in fraaie strandstoelen gezeten publiek, dat ruim werd voorzien van hapjes en drankjes. Opgevoerd werd De Romantische liefde van Edmond Rostand. Heerlijk genieten in de warme middagzon!

Maar volgens de recensies miste men toch wel de voordelen van een toneelzaal, met voetlichten, decors en kleedkamers: ‘Want een salon ameublement in Louis XVI stijl uitgestald in de open lucht, verliest zijn charme en doet aan plundering of onvrijwillige verkoping denken.’ Avond- en nachtscènes werden gewoon in de namiddagzon gespeeld.

Wie speelden er in mee? De onder ouderen bekende hoorspelacteur van Paul Vlaanderen: Jan van Ees, verder Albert van Dalsum, wiens barokke speelstijl ik later zelf heb mogen bewonderen in o.a. Moord in de Kathedraal en de populaire Martha Walden en Anton Roemer. Hubert La Roche stal de show als een echte ‘fransoos’. Aldus Het Toneel in 1921. Wat de recensent daaronder verstond, werd niet uitgelegd…

Zomertoneel
Het zomertoneel van Herman Schwab voerde in 1928 Een Romantisch Huwelijk op in de tuin van de Volksuniversiteit. Die was toen gevestigd op het adres Lange Voorhout 1. Iets later speelden zij daar ook drie Middeleeuwse kluchten, die veel geschikter voor openluchtspel waren. Want overacting was juist geboden, alleen kende men die term nog niet. Nu speelden o.a. mee Coba Kelling, die in later jaren menig Haags amateurtoneelgezelschap heeft geregisseerd, evenals de leading lady van de naoorlogse De Haagsche Comedie Ida Wasserman. Ik heb haar vaak in de Koninklijke Schouwburg zien spelen. Een geweldige Vlaamse actrice zonder kapsones.

In het park van Kasteel Oud Wassenaar werd ook in de open lucht gespeeld. Met alle service van dit deftige hotel: met kussens beklede tuinstoelen, onder grote parasols en met de correcte bediening van het restaurant, dat sorbets en andere heerlijkheden presenteerde. Reuze chic en natuurlijk alleen voor de upper ten… Het Vereenigd Haagsch Tooneel speelde er De Bruiloft van Kloris en Roosje, met zang en zelfs ballet! Op life muziek van een orkestje. Een heerlijke vertoning in twee betekenissen in de jaren dertig. In 1925 werd op dezelfde plek Poppenkast van Bernard Kanter opgevoerd. Later werd dit stuk wegens groot succes nog opgevoerd in de Dierentuinzaal.
Het openluchtspel was tot aan 1940 hevig in de mode. Het zien en gezien worden speelde de hoofdrol. Totdat de betere financiële regelingen het voor de spelers na de oorlog niet meer nodig maakten deze klussen te moeten klaren en ze eindelijk zelf ook van de vakantie konden gaan genieten…

Barend Jan Donker
lindenf@planet.nl

Bron: tijdschrift Het Toneel, diverse jaargangen

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann